ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Dossier Zelfkennis: Plato en zijn Allegorie van de Grot

Wat bedoelden Plato en Socrates precies met die allegorie?…
door Tsenne Kikke - vrijdag 6 maart 2026 17:43

Beste eclecticus,

Volgens mij was G.I. Gurdjieff één van de énigen die écht besefte wat Plato en Socrates met de Allegorie van de Grot bedoelden; een grot, waaruit 'de Mens' ook vandaag de dag zou moeten kunnen ontsnappen... Maar, wie snapt de Mythe teneinde het nadien op zichzelf te kunnen toepassen?

Het verhaal werd door Socrates in een dialoog met Plato's broer Glauco verteld. We vinden het terug in Plato's zevende boek van zijn dialoog 'Politeia' (de Staat).

De filosoof Plato, een leerling van Socrates en leraar van Aristoteles, was een van de meest invloedrijke figuren binnen de westerse filosofie en leefde in de klassieke Oudheid van circa 427 tot 347 voor Christus. Over het verhaal staat er op het internet onder andere het volgende te lezen...

Een aantal mensen is opgesloten en geketend in een grot, waar ze enkel op de muur voor zich uit kunnen kijken. Hun ledematen en halzen zijn dermate vastgeketend dat ze hun hoofden niet kunnen bewegen en noch elkaar, noch zichzelf kunnen zien. Dit betekent dat ze hun gehele leven lang enkel en alleen de wand, waarnaar de neuzen zijn gericht, kunnen waarnemen.  

Achter hen bevindt zich een vuur. Tussen hen en dat vuur staat er een muur die zo hoog is als een mens. Aan de andere kant van die muur lopen mensen heen en weer met allerlei dingen op hun hoofd, waaronder stenen en houten figuren van mensen en dieren. De schaduwen van die dingen vallen dus vanwege het vuur op de wand waar de gevangenen tegenaan kijken. Die wand weerkaatst ook de stemmen van hen die met de dingen sjouwen. Plato betoogde dat het enige dat de gevangenen in hun leven waarnemen die schaduwen en echo's zijn. Ze dachten hoogstwaarschijnlijk dat deze de realiteit vormden en hun onderlinge gesprekken zouden over de waarnemingen van deze zogenaamde 'realiteit' gaan.

In de allegorie beschreef Plato de bevrijding van een gevangene, die erin slaagde de grot te verlaten en in het zonlicht te staren. Aanvankelijk werd hij erdoor verblind, maar geleidelijk aan wenden zijn ogen eraan en begon hij een nieuwe 'werkelijkheid' te zien; dit, in het besef dat de schaduwen op de muur slechts een vervormde weergave van de werkelijkheid waren.

Tevens zag hij voor de eerste keer mensen en begreep dat de silhouetten die hij zag projecties van echte objecten waren. Wanneer zijn ogen zich aanpasten begon hij de bomen, de meren, de dieren, en zo meer, te zien.

De man prees zichzelf gelukkig en keerde naar de grot terug om aan de anderen zoveel als mogelijk over de echte wereld daarbuiten te vertellen. Zijn grootste probleem?... De woorden ontbraken om al de dingen die hij zag te benoemen - en zelfs, indien hij enkele benamingen had kunnen aanleren, zouden de achtergeblevene gevangenen hem toch niet kunnen begrijpen. Leg maar eens aan een Marsmannetje uit wat een paardenstal is, indien hij geen paard kent...

Bovendien geloofden ze hem niet; ze waren zo gewend aan de schaduwen dat ze de nieuwe waarheid niet konden accepteren. Dit symboliseert enerzijds hoe moeilijk het kan zijn om ook vandaag de dag diepgewortelde overtuigingen te doorbreken en een nieuw, dieper begrip van de werkelijkheid te omarmen - én anderzijds mensen te overtuigen dat ze in een gevangenis leven met de raad de ogen te openen.

Deze allegorie kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. In mijn 'vertaling' legde Socrates uit hoe de Zoeker naar de Waarheid op een gevangene lijkt die zich uit de grot heeft weten te bevrijden en beseft dat de schaduwen op de muur niet de directe bron waren van de beelden die werden gezien. Een Zoeker streeft ernaar om vanuit de zintuiglijk waarneembare wereld van vergankelijke dingen naar de hogere niveaus van de realiteit op te stijgen teneinde die waar te nemen en te begrijpen. Volgens Socrates kon zo'n beklimming naar de zuiver spirituele wereld van het onveranderlijke zijn alleen worden bereikt door het een lange tijd op een meest volhardende wijze na te streven. De andere gevangenen van de grot willen echter niet eens hun gevangenis verlaten, want zij kennen geen beter leven en stellen er zich tevreden mee.

In huidige cijfers uitgedrukt, schat ik dat van de huidige bijna 9 miljard aardbewoners er van deze laatsten een 99,99% voor in aanmerking kunnen komen.

Waarom ontsnappen niet meer gevangenen? Volgens mij is één van de redenen dat men niet beseft dat het wel degelijk - zoals Socrates het trachtte te beschrijven - om een echte gevangenis gaat, maar dat het in de verbeeldingswereld van hen die niet wensen te ontwaken eerder op een ongelukkig huwelijk, een druk en routinematig leven, of fysieke leed betrekking heeft. Zelfs zij die beseffen dat ze in een gevangenis vertoeven, wensen niet te ontsnappen, en prefereren om de gevangeniscel een beetje aan te kleden om er iets gezelligers en leefbaars van te maken. Het doet me denken aan een gedicht uit 1807...

Nuns Fret Not at Their Convent’s Narrow Room - By William Wordsworth

Nuns fret not at their convent’s narrow room;
And hermits are contented with their cells;
And students with their pensive citadels;
Maids at the wheel, the weaver at his loom,
Sit blithe and happy; bees that soar for bloom,
High as the highest Peak of Furness-fells,
Will murmur by the hour in foxglove bells:
In truth the prison, into which we doom
Ourselves, no prison is: and hence for me,
In sundry moods, ’twas pastime to be bound
Within the Sonnet’s scanty plot of ground;
Pleased if some Souls (for such there needs must be)
Who have felt the weight of too much liberty,
Should find brief solace there, as I have found.

Ruwweg vertaald...

Nonnen malen zich geen zorgen over de nauwe ruimte van hun klooster;  
En kluizenaars zijn tevreden met hun cellen;  
En studenten met hun peinzende citadellen;  
Meisjes aan het spinnewiel, de wever aan zijn weefgetouw,  
Zitten er vrolijk en gelukkig bij; bijen die op zoek gaan naar bloemen,  
Zo hoog als de hoogste top van de Furness-heuvels,  
Zullen urenlang murmelen in vingerhoedsklokjes:  
In waarheid is de gevangenis,
waarin wij onszelf veroordelen,
geen gevangenis: en daarom voor mij,  
In allerlei gemoedstoestanden, was het plezierig gebonden te zijn  
Binnen het schaarse terrein van een sonnet;  
Verheugd indien sommige zielen (want zulke moeten er zijn)  
Die het gewicht van te veel vrijheid hebben ervaren,  
Daar korte troost vinden, zoals ik heb gevonden.

Op het internet vond ik er enkele interessante verklaringen over...

Nonnen worden niet van streek gebracht door hoe klein de kamers in hun klooster zijn. Evenzo zijn religieuze kluizenaars tevreden met hun kleine huisjes. En studenten hebben ook geen bezwaar tegen hun afgelegen studieruimtes. Zowel jonge meisjes bij hun spinnewiel als wevers die textiel maken op hun weefgetouwen zijn zorgeloos en gelukkig. Bijen die hoog vliegen om bloeiende bloemen te bereiken - zo hoog als de hoogste berg in de Engelse Furness Fells - zoemen urenlang tevreden binnenin de klokvormige bloemblaadjes van de vingerhoedskruidbloem. De waarheid is dat de gevangenis waarin we onszelf veroordelen, eigenlijk helemaal geen gevangenis is. En zo, wanneer ik in allerlei stemmingen was, was het een hobby van mij om poëzie te schrijven volgens de strikte regels van de sonnetvorm. Ik ben blij als anderen (want die zijn er zeker) die met de moeilijkheid van te veel vrijheid, zoals ik, hebben geworsteld troost vinden in deze kleine ruimte.

Iemand anders schreef...

De auteur stelt dat beperking eigenlijk een bron van vrijheid is. Het gedicht begint met het opsommen van een reeks mensen die in besloten ruimtes wonen of werken: nonnen in kloosters, kluizenaars in eenzame kamers, studenten in bibliotheken, enzovoort. Geen van hen raakt, volgens hem, van streek door hun beperkt zijn, en in feite profiteren ze ervan of vinden vreugde in het beperkt worden. Door te suggereren dat te veel vrijheid overweldigend is, betoogt de auteur dat mensen vreugde, doel en zelfs vrijheid kunnen vinden door structuur. En hij haalt dit alles in een sonnet aan om een punt te maken over de aard van poëzie zelf, zijnde: de sonnetvorm, met al haar regels en specificaties, kan enorme vrijheid bieden voor zowel een schrijver als een lezer. 

Voor deze spreker kan opsluiting bevredigend zijn omdat het diepgaande, gefocuste betrokkenheid stimuleert. Noch nonnen, noch kluizenaars, noch studenten maken zich zorgen over de beperkingen van hun omgeving, omdat deze ruimtes hen voorzien van alles wat ze nodig hebben om te bidden, na te denken of te studeren.

Schijnbaar 'gevangenissen', zoals de 'smalle kamers' van een klooster of de 'peinzende Citadellen' van een universiteit, zijn dus eigenlijk helemaal geen 'gevangenissen', maar eerder speciale ruimtes die hun bewoners in staat stellen zich volledig en exclusief op hun doelen te richten (d.w.z. in het geval van de nonnen: om zich dichter bij God te voelen zonder afleiding).

Op dezelfde manier kunnen ambachtslieden, zoals dienstmeisjes aan een spinnewiel en wevers aan een weefgetouw, geluk vinden in het gevoel van focus en doel dat hun ambacht hen geeft. Natuurlijk kan de wever geen hout snijden met een weefgetouw, maar dat is ook niet waar een weefgetouw voor is; hoewel het zijn gedrag beperkt tot weven, bevrijdt het de wever ook in de zin dat hij zich aan één taak kan wijden — en zodoende te experimenteren met nieuwe en interessante manieren van weven die hij anders misschien over het hoofd zou zien. Zelfs bijen, hoewel ze plezier kunnen hebben in de vrijheid om over uitgestrekte gebieden te vliegen, hebben bijzonder veel plezier in hun drukke werk binnen de kleine ruimte van een enkele bloem.

Op dezelfde manier kan de beperkte ruimte van de sonnetvorm een bron van bevrijding zijn. Het sonnet, in tegenstelling tot iets zoals vrije vers, is aan veel regels over rijm, metrum en lengte gebonden. Hoewel de vorm misschien op een 'schrale' grond met slechts veertien regels lijkt, beweert de auteur dat de kleine ruimte van het sonnet groot genoeg is voor iets spannends en om erdoor te groeien. Met andere woorden: het sonnet, terwijl het zogenaamd zo beperkend is als die smalle kloosterkamers, is het eigenlijk een plaats voor creativiteit en opwinding. Net zoals het weefgetouw van de wever, dwingt de sonnetvorm de dichter om echt diep in een kunstvorm te duiken en te zien wat hij ontdekt. “Te veel vrijheid,” daarentegen, kan overweldigend of 'zwaar' zijn voor een dichter. Het moeten volgen van vastgestelde regels (en zorgvuldig beslissen wanneer van die regels afgeweken kan worden) kan een dichter eigenlijk een groter gevoel van vrijheid geven dan een vorm waarin geen dergelijke regels bestaan. Beperkingen en vrijheid, zo laat het gedicht zien, zijn niet de tegenovergestelde dingen die men zou verwachten. Het mooiste, spannendste en het meest bevrijdende werk kan het resultaat zijn van beperking.

Tot besluit

Nu is mijn vraag of deze vorm van instinctief denken wel of niet aan de basis kan liggen van het feit dat de mens - ondanks zijn gebrek aan vrijheid - verkiest om niet uit de gevangenis te ontsnappen waarin hij zijn leven lang vertoeft?

In elk geval heeft de mensheid in haar geheel nog minstens een duizendtal jaren nodig om op z'n minst aan Jezus' woorden: "Word wakker!" - Ontslaap!" - "Ontwaak!" gevolg te geven.

"Vind mensen, die in zichzelf zowel de motivatie als de aangeboren drijfveer hebben om aan hun Innerlijke Zelf te werken, en we zullen hen gidsen."

DIMschool vzw, de énige gespecialiseerd in Zelfkennis, zijnde: het kennen van het Zelf -
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

En, voel jij je geroepen om Spiritualia te sponsoren?
Klik dan op deze link. Alvast bedankt!

Overschrijven kan ook via: IBAN: BE22 7795 9845 2547 - BIC: GKCCBEBB

Indien je zo'n (bak)steentje bijdraagt, ook via een aankoop of een Zoek&Vind abonnement, mogen we jouw naam hieronder publicerenLaat het ons weten!

Ook kan je dus in onze webshop iets aankopen, waaronder:
Archetypen vragenlijst
Kristallen schedels
Pendels
Purperen plaatjes
Wierook & Benodigdheden

Voor de 'Zoekers naar hun Innerlijke Waarheid' is er...: Eclecticus!

En, dan heb je nog ...

DIMschool biedt 10 interessante privé-sessies aan waaruit jij kan kiezen!
Dossier Zelfkennis: Over de Handleiding Pendelen van A tot Z     
'Eclecticus': een korte introductie… 
Wat is jouw Archetype ? En, ken je ook die van jouw partner?

Een Cursus in Wonderen - A Course in Miracles: een introductie.

Interesse in Kabbala en de Boom des Levens?

Pssst! Jij, ja jij! Leren werken met Runen?… De handleiding is beschikbaar!

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:
Mijn e-mail adres:
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2026 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht