ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Theosofie

Mogelijk ook bekend als esoterische wijsbegeerte of wijsheidsreligie.

Theosofie, afgeleid van het Griekse "theos" dat goddelijk betekent, en 'sophia', dat voor 'wijsheid' staat, is een religieuze filosofie en metafysica, die stelt dat alle religies pogingen van een goddelijke macht zijn om de mensheid tot grotere perfectie te brengen. Daarom stelt de theosofie dat elke religie een deel van de waarheid in zich heeft.

Theosofie gaat er niet van uit dat kennis door openbaring komt, zelfs niet in de zin van een nieuwe en rechtstreekse onthulling door hogere, bovennatuurlijke, of althans bovenmenselijke wezens, maar alleen in de zin van een 'ontsluiering' van oude waarheden. Het beweegt zich zowel op het terrein van de wetenschap, de filosofie als de religie en beweert een synthese hiervan te zijn.

De naam 'theosofie' dateert uit de derde eeuw van onze jaartelling en komt voor het eerst voor bij Ammonius Saccas, een Griekse filosoof uit Alexandrië, die het eclectisch theosofisch stelsel invoerde. In zijn tijd waren theosofie en theologie synoniemen. In de 16e eeuw publiceerde Johannes Arboreus zijn 'Theosophia', maar daarin werd geen gewag gemaakt van esoterisme. Maar, het waren eerder de Duitsers Paracelsus (1493 - 1541), Aegidius Gutmann (1490 - 1584), Valentin Weigel (1533 - 1588), Heinrich Khunrath (1560 - 1605), Johann Arndt (1555 - 1621), en Caspar Schwenckfeld (1490 - 1584), die hun interesse in theosofie demonstreerden.

De Russische esoterica Helena Blavatsky (1831-1891) heeft de term in het westen opnieuw bekend gemaakt. Samen met, onder andere, Henry Steel Olcott en William Quan Judge stichtte ze in New York in 1875 de 'Theosophical Society'. In haar geschriften, en in die van haar leraren en leerlingen, zijn de belangrijkste gedachten van de filosofie van de beweging tot uitdrukking gebracht.

In Blavatsky's 'De Geheime Leer', het standaardwerk van de theosofie, worden drie grondstellingen, die de basis vormen voor de verdere filosofie, verwoord en toegelicht.

1. Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk Beginsel, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijke begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind.

2. De eeuwigheid van het Heelal in haar geheel als een grenzeloos gebied, is periodiek 'het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen' en die 'de zich manifesterende sterren' en 'de vonken van de eeuwigheid' worden genoemd.

3. De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de 'Universele Overziel', die zelf een aspect is van de 'Onbekende Wortel'; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie - of 'noodzakelijkheid' - in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk.

Helena Blavatsky stierf in 1891 op 59-jarige leeftijd in Engeland.

De Fransman René Guénon (1886 - 1951) schreef in 1921 een uitgebreid kritiek verslag, getiteld: 'Theosofie: de geschiedens van een pseudo-religie', waarin hij verklaarde dat Blavatsky al haar kennis uit boeken had gehaald, en het dus niet verkreeg, zoals zij beweerde, van bovennatuurlijke meesters.

Volgens hem bezocht zij regelmatig de New Yorkse bibliotheek, waar ze toegang had tot de werken van Jacob Boehme, Eliphas Lévi, de Kabbalah, en andere Hermetishe verhandelingen. Ook schreef Guénon dat Blavatsky passages had geleend uit de geschriften van de Tibetaanse Kanjur en de Tanjur, die in 1936 vertaald waren door de oriëntalist Sándor Korösi Csoma (1784 ? -1842).

Organisaties gespecialiseerd in theosofie


  • Vind nog meer organisaties gespecialiseerd in theosofie op Zoek&Vind.
  • Jouw organisatie er nog niet tussen? Voeg ze toe op Zoek&Vind!
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht