ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Waarom is het 's nachts zo donker?

De nachtelijke hemel is niet zwart omdat licht ontbreekt - integendeel zelf! Maar waarom dan wel?...
door Tsenne Kikke - woensdag 3 oktober 2012 1:26

"Waarom is het 's nachts zo donker?", is geen domme vraag, integendeel. Toch niet indien je weet dat er in ons Melkwegstelsel - dus: los van de miljarden en miljarden andere sterrenstelsels, elk met hún eigen miljarden zonnen - miljarden zonnen zijn, en velen daarvan zelfs veel groter dan de onze.

Als al die zonnen ook hun licht uitstralen, net als onze zon, waarom blijft het 's nachts dan toch zo donker? Het licht van al die zonnen tezamen is toch veel sterker dan het licht van onze zon, nietwaar?

Om te beginnen is de hemel in de dag blauw omdat de Aarde over een atmosfeer beschikt. Op de maan, bijvoorbeeld, is de 'hemel' altijd zwart. We mogen dus van geluk spreken. Bovendien is de hemel blauw omdat de ruimte, die onze atmosfeer omgeeft, zwart is. Maar nogmaals: waarom zwart, en niet helder verlicht door al die miljarden en miljarden sterren en sterrenstelsels?...

Indien je daar het antwoord niet op weet, geven onderstaande filmpjes jou de nodige uitleg en zul je begrijpen dat, indien onze hersenen in staat waren het infrarode te vertalen, dat via de ogen in ons binnenkomt, we zouden merken dat de ruimte helverlicht is, en dus niet zwart. Welkom in de Wereld der Illusies!...

Geen filmpjes te zien? Hier zijn enkele links...

1) https://www.youtube.com/watch?v=gxJ4M7tyLRE

2) https://www.youtube.com/watch?v=TFwtJC9_dXs

 

Commentaar


Gepost op: 5/10/2012 13:51:38

In het derde You Tube filmpje wordt via wiskunde aangetoond dat de intensiteit van de straling van sterrenstelsels in de uitdijende schil (onder invloed van de Big bang) onafhankelijk is van de afstand tot de aarde (zeg maar tot een waarnemer op het aardoppervlak). Dit is het gevolg van het wegstrepen van R² (de straal of afstand in het kwadraat) in de teller en de noemer van een breuk. Dit is wiskundig correct, maar er wordt in deze formule geen rekening gehouden met het feit dat energie in het heelal constant moet blijven. Met andere woorden: in een schil die uitdijt wordt de energie verdeelt over een steeds groter wordend boloppervlak en dus neemt de intensiteit af. Als men zegt dat de hoeveelheid energie constant is, dan houdt dat tevens in dat deze niet oneindig kan zijn, want je kunt niet contant en oneindig zijn tegelijkertijd. Het constant zijn van iets houdt noodzakelijkerwijs een zekere hoeveelheid in, en een hoeveelheid kan logisch niet oneindig zijn.   

Nu wordt dit in het dit filmpje op een andere wijze verwoord en rechtgezet. Mij was het eerder te doen om het feit dat wiskunde in zichzelf consistent is. Wat je erin stopt komt er uit. Maar wiskunde is een taal en een taal is een abstract hulpmiddel. Als je deze taal loskoppelt van de ervaring of als de een formule te weinig - of foutieve - gegevens bevat (onbewust, door gebrek aan kennis of door het feit dat al onze kennis noodzakelijkerwijs onvolledig is), dan krijg je uiteraard een uitkomst die wiskundig met betrekking tot deze formule correct is, maar toch niet in overeenstemming met de realiteit.

Om tegemoet te komen aan dit alleszins interessante onderwerp dat spijtig genoeg Engelstalig is, plaats ik een ‘Blog’ die betstaat uit verklaringen voor de paradox van Olbers aan de hand van o.a. Vincent Icke, Nederlandse hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de Universiteit van Amsterdam,  en Paul Wesson, Canadese professor in astrofysica en theoretische natuurkunde.

Uit dit artikel blijkt dat het laatste woord over de Olbers-paradox nog niet is gevallen. En dit, tot op zekere hoogte, onafhankelijk van het feit dat de mens een enorm complex ‘Levend’ wezen is met een ongekend potentieel vermogen. En het is juist deze mens waarin de kosmos tot aanschijn komt samen met de kennis hierover die zich met een ongelooflijke exponentiële snelheidsfactor uitbreid. De mens kan niet los worden gezien van de verschijnselen en dit wordt meestal vergeten. De zogenaamde scheiding tussen de mens en wat hij waarneemt is een hardnekkige illusie waaraan dikwijls stilzwijgend wordt voorbijgegaan. Met andere woorden: wat is de kosmos op zichzelf buiten de waarneming die een product (maya) zou zijn van onze zintuigen en hersenen?! Het is deze, volgens Kant voor altijd onkenbare wereld op zich’, die volgens mij de factor is die ons ‘Levend’ maakt (en dus bewust) en die we metaforisch als ‘de adem van god’ of ‘de levensgeest’ kunnen beschouwen.                     


Tsenne Kikke Gepost op: 6/10/2012 0:03:44
Tsenne Kikke

Je schreef: " in een schil die uitdijt wordt de energie verdeelt over een steeds groter wordend boloppervlak en dus neemt de intensiteit af," maar in het filmpje wordt op het laatste beweerd dat de grens van ons universum verder uitdijnt aan een snelheid, sneller dan dat van het licht...

In elk geval is jouw commentaar een waardevolle aanvulling op het artikel. Ik vrees dat weinigen jou zullen kunnen evenaren en om die reden geen zinvolle commentaren schrijven. :-)


Gepost op: 6/10/2012 11:59:32

Het gegeven dat de buitenste schil uitdijt met een snelheid groter dan die van het licht zou niet in strijd zijn met de relativiteitstheorie die zegt dat niets zich sneller kan voortbewegen dan licht. De reden is dat de wetenschap stelt dat dit effect niet voortkomt onder impuls van de sterrenstelsels zelf, maar een gevolg is van de ruimte die uitdijt. Met andere woorden: de sterrenstelsels blijven ten opzichte van elkaar op dezelfde coördinaten liggen, wat niet het geval is bij andere bewegingen.

Er komt dus geen energie bij te pas om de sterrenstelsels uit elkaar te drijven. Alleszins geen energie zoals wij die kennen. Uit de oerknal zelf kwam materie, ruimte en tijd voort, ze werden erdoor gecreëerd.    

Ik plaats hieronder een stuk tekst van de wetenschapper Kris Verburg, niet alleen omdat deze het onderwerp verheldert, maar omdat deze tekst bijdraagt aan het begrip ‘hogere dimensies’, een onderwerp dat jij in vorige les heb behandelt.

 

In sommige boeken die over de oerknal handelen, staat soms geschreven dat het universum bijvoorbeeld x seconden na de oerknal zo groot was als een tennisbal. Maar hoe kon het heelal toen eindig (klein) zijn, als het nu oneindig groot is?

Het heelal was zelfs al oneindig groot vanaf het moment dat het geboren werd. Bestaat er ergens in ons heelal een plaats waar de oerknal heeft plaatsgevonden? Zo ja, waar zou zich dan dat punt bevinden waar ongeveer 14 miljard jaar geleden alle sterrenstelsels zich hebben bevonden? Dit heelal zal u moeten teleurstellen: het bevat dat punt immers niet. De oerknal heeft immers overal tegelijkertijd plaatsgevonden, in elke kubieke centimeter van de (on)eindige grote ruimte. Dit gaat ongetwijfeld het bevattingsvermogen van elke aardbewoner te boven, maar toch is het zo.

Waarom gaat nu een ‘explosie’ die overal tegelijkertijd plaatsvond ons bevattingsvermogen te boven? Het antwoord is vrij eenvoudig: omdat onze hersenen driedimensionaal zijn. De oerknal daarentegen was een hogerdimensionale gebeurtenis, wat wil zeggen dat de oerknal in een hogere dimensie plaatsvond. Ongelooflijk, dat wel, en staat u me toe hierover een woordje uitleg te geven.

Onze hersenen zijn driedimensionaal. Het is daarom onmogelijk zich een hogere dimensie, laten we zeggen: de vierde dimensie voor te stellen (voor alle duidelijkheid: met de vierde dimensie wordt een ruimtedimensie bedoeld, geen tijdsdimensie). Maar door een dimensie lager te kijken (de vierde dimensie wordt de derde dimensie, en ons 3D-universum wordt een tweedimensionaal universum), en deze gegevens door te trekken naar onze wereld, kunnen we min of meer begrijpen hoe dat het mogelijk is dat een oerknal overal tegelijkertijd in dit heelal kon plaatsvinden.

Stelt u zich een enorme bol voor. Op deze bol leven tweedimensionale wezens. Ze zijn volledig plat, maar beschikken wel over een zekere breedte en lengte. We zouden kunnen stellen dat deze wezens vierkantig van vorm zijn, of rechthoekig. Ze leven op het tweedimensionale oppervlak van de bol, én ze zijn er zich echter niet van bewust dat hun universum in werkelijkheid nog een extra dimensie, hoogte, telt. Immers, hun universum is een bol en geen cirkel. Net zoals wij, ontdekten ook deze 2D-wezens dat hun universum uitdijt: stippen op hun bol, miljoenen lichtjaren ver verwijdert, leken zich van elkaar af te bewegen. Dit komt omdat hun bol steeds groter wordt, en zo het oppervlak uitrekt (denkt u aan de ballon die opgeblazen wordt). Deze wezens weten echter niet dat ze op een bol leven, en ze kunnen zich ook niet voorstellen waarin hun universum uitdijt. Wij echter wel: hun bol dijt uit in de derde dimensie, maar we zijn in staat dat te weten, omdat we hogerdimensionale wezens zijn in vergelijking met deze 2D-schepselen; we kunnen ons hoogte voorstellen.


Net als ons universum, werd het ‘bolheelal’ door een oerknal gecreëerd. Vanzelfsprekend vond de oerknal, die de bol zelf creëerde, helemaal midden in de bol plaats, die daardoor steeds groter wordt. Ook nu nog, miljarden jaren na zijn ontstaan. Stelt u zich nu het punt voor dat deze bol creëert. Dat punt is de oerknal. De bol is de driedimensionale ruimte zelf. Het tweedimensionale oppervlak van de bol waarop nu 2D-wezens leven, ontstaat ook vanuit dat punt. Probeert u dit voor te stellen en zo zult u zien hoe dat het mogelijk is dat deze oerknal overal tegelijkertijd in het tweedimensionale heelal van de 2D-wezens (het oppervlak van de bol) plaatsvond.

De 2D-wezens die op de bol leven, kunnen zich niet voorstellen waar hun oerknal zich bevond. Hun oerknal vond immers plaats in de bol, in een hogere dimensie dus. Het is op deze manier dat deze hogerdimensionale oerknal overal in hun heelal, het oppervlak van de bol, kon plaatsvinden. We kunnen dit alles nu doortrekken naar ons heelal. Ons heelal is in feite een soort hyperbol, en wij leven op het ‘oppervlak’ van deze hyperbol, dat echter driedimensionaal is. De oerknal vond plaats in een hogerdimensionale ruimte en was zo in staat overal tegelijkertijd plaats te vinden in ons driedimensionale heelal.

DIMENSIES IN AL HUN DIMENSIES.


Zijn hogere dimensies sciencefictionachtige verzinsels? Helemaal niet. Einstein gebruikte hogere dimensies om zijn speciale relativiteitstheorie op te stellen en geloofde zelfs dat alle materie om ons heen gecreëerd wordt door hogerdimensionale krommingen. De supersnaartheorieën, die hopelijk ooit in staat zullen zijn het hoe en waarom van de kosmos te verklaren, gaan ervan uit dat ons heelal elf of zelfs meer dimensies telt. Drie dimensies zouden voor ons merkbaar zijn, de anderen zouden zo klein zijn dat het onmogelijk is ze te detecteren. Zoals u ziet, heeft het universum nog heel wat in petto.


Tsenne Kikke Gepost op: 6/10/2012 18:59:59
Tsenne Kikke

Gewoonweg subliem!!! Ikzelf zou het niet beter hebben kunnen uitdrukken. Ook de vermelding: "voor alle duidelijkheid: met de vierde dimensie wordt een ruimtedimensie bedoeld, geen tijdsdimensie," is interessant. Eaglan zei nog deze week dat Tijd (Heropas) uitgaat vanuit het Absolute en dus niet mag worden verward met de verkeerdelijke uitspraken over de zogenaamde Tijd-Ruimte dimensie. Maar ik zal het hierbij houden, omdat lezers aan hetgeen zou kunnen volgen, toch niets zullen hebben.

Wat de snelheid van licht betreft, wil ik een Einstein niet tegenspreken, integendeel. Toch wil ik aanstippen dat, van zodra Wereld-48 in die van 24 overgaat, we met mindere wetten worden geconfronteerd. Ook op dit onderwerp zal ik hier niet dieper ingaan.

In elk geval: bedankt voor deze sublieme meerwaarde aan het originele artikel!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2020 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht