ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Het Voynichmanuscript is één van de meest bizarre boeken ter wereld - Deel 2

Tsenne Kikke Auteur
Tsenne Kikke

Geplaatst op
vrijdag 17 mei 2019 12:27

Theorieën over inhoud en doel

De indruk, die de overgebleven bladen van het manuscript geven, is die van een apothekershandboek, of een handleiding om onderwerpen uit de middeleeuwse en vroeg-moderne geneeskunde te behandelen. De intrigerende details van de illustraties hebben echter aanleiding gegeven tot veel theorieën over de bron en het doel van het boek en over de inhoud van de tekst. Hieronder een aantal theorieën.

Plantkundig

De eerste sectie van het boek is bijna zeker een herbarium, maar pogingen om de planten te identificeren zijn grotendeels mislukt. Slechts een klein aantal planten is met enige zekerheid geïdentificeerd, onder andere een driekleurig viooltje (Viola tricolor) en een venushaarvaren (Adiantum sp.). De tekeningen van planten die ook in de farmaceutische sectie voorkomen, lijken opgeschoonde kopieën daarvan, behalve dat de details zijn ingevuld met onwaarschijnlijk ogende details. In feite zijn veel planten samengesteld uit verschillende soorten: de wortels van de ene soort, de bladeren van een andere soort en de bloemen van een derde soort.

Zonnebloemen

Brumbaugh beweert dat één van de tekeningen een zonnebloem voorstelt. Deze is afkomstig uit Zuid-Amerika. Dit zou een aanwijzing zijn voor de datering van het manuscript en opent tegelijk de deur naar intrigerende speculaties. De overeenkomst tussen tekening en zonnebloem is echter niet echt sterk, zeker niet met de wilde zonnebloem. En omdat de schaal van de tekening onbekend is, kan de tekening ook een van de vele verwante soorten voorstellen, bijvoorbeeld het madeliefje of de echte kamille.

Alchemie

De potten en de buizen in de biologische sectie lijken te duiden op een verband met de alchemie, wat relevant is als het boek aanwijzingen bevat voor het maken van farmaceutische producten. Alchemieboeken uit die periode maken echter gebruik van een tekentaal, waarin processen en materialen met een vast teken worden aangeduid (adelaar, pad, man-in-graf, paar-in-bed enzovoort) of standaardsymbolen (cirkel-met-kruis) en geen van deze tekens kon overtuigend worden aangetroffen in het Voynichmanuscript.

Alchemistisch herbarium

Sergio Toresella, een expert op het gebied van oude herbaria, heeft erop gewezen dat het Voynichmanuscript een alchemistisch herbarium zou kunnen zijn. Zo'n herbarium had in werkelijkheid niets met alchemie te maken, maar was een boek met verzonnen planten dat kwakzalvers bij zich droegen om indruk te maken op hun klanten. Het is bekend dat er in de betreffende periode een kleine huisindustrie in Noord-Italië bestond, waar dergelijke boeken werden vervaardigd. Deze boeken verschillen qua stijl en formaat echter nogal van het Voynichmanuscript en zijn allemaal in een gewone taal geschreven.

Astrologisch herbarium

Astrologische overwegingen speelden vaak een belangrijke rol bij het verzamelen van kruiden, het aderlaten en andere geneeskundige procedures in de periode waaruit het manuscript stamt (zie bijvoorbeeld de boeken van Nicholas Culpeper). Afgezien van de tekens van de dierenriem en mogelijk een tekening met de klassieke planeten, heeft echter niemand de tekeningen in de bekende astrologische tradities kunnen plaatsen.

Microscopen en telescopen

Een tekening in de astrologische sectie toont een onregelmatig gevormd object met vier armen. Sommigen zien daarin een tekening van een melkwegstelsel dat alleen met een telescoop zichtbaar is. Andere tekeningen zien eruit als cellen, bekeken door een microscoop. Dit zou een latere datering voor het manuscript suggereren. De overeenkomst is echter twijfelachtig. Bij nadere beschouwing ziet het centrum van het "melkwegstelsel" op de tekening er meer uit als een vijver.

Verschillende auteurs

Prescott Currier, een cryptograaf van de Amerikaanse marine, die zich in de jaren 1970 met het manuscript bezighield, onderscheidde in de plantkundige sectie twee verschillende reeksen pagina's, A en B, met verschillende statistische eigenschappen en kennelijk verschillende handschriften. Hij concludeerde dat het Voynichmanuscript het werk was van twee of meer auteurs die elk een eigen dialect of spellingconventie gebruikten, maar wel hetzelfde alfabet gebruikten. Op grond van recent onderzoek wordt dit echter weer in twijfel getrokken. Een expert op het gebied van handschriften zag het hele manuscript als het werk van één enkele persoon. Ook als het hele manuscript wordt bekeken, is er een geleidelijke overgang, waarvan A en B de uitersten vormen. De waarneming van Currier kan verklaard worden doordat de twee delen van de plantkundige sectie zijn geschreven in verschillende, door een lang interval gescheiden periodes.

Theorieën over de taal: Ook over de gebruikte taal, de versleuteling en het alfabet van het Voynichmanuscript zijn vele theorieën geopperd.
 
Versleuteling op basis van lettertekens

Volgens deze theorie bestaat de tekst van het manuscript uit een versleuteld schrift in een Europese taal. Met behulp van een algoritme zijn de tekens individueel omgezet naar het alfabet van het manuscript.

Dit was het uitgangspunt voor veel twintigste-eeuwse pogingen om het schrift te ontcijferen, onder andere van een informele groep van cryptografen van de NSA onder leiding van William F. Friedman in de jaren vijftig. Een eenvoudig substitutiecijfer kan worden uitgesloten, want dergelijke versleutelingen zijn gemakkelijk te kraken. De pogingen hebben zich gericht op een polyalfabetisch cijfer, ontwikkeld in 1460-1469 door Leon Battista Alberti. Hiertoe behoort het Vigenèrecijfer, dat dan nog ingewikkelder gemaakt kan worden door het gebruik van nullen of vergelijkbare symbolen, herschikking van letters, valse woordafbreking enzovoorts. Sommigen menen dat voor de versleuteling de klinkers uit de tekst zijn weggelaten. Enkele malen is beweerd dat men erin was geslaagd het manuscript op deze manier te ontcijferen, maar geen van deze pogingen is algemeen aanvaard, vooral niet omdat de voorgestelde ontcijferingsalgoritmes afhingen van zoveel giswerk van de gebruiker dat er aan elke willekeurige reeks van tekens wel een betekenis kan worden toegekend.

Het belangrijkste argument voor deze theorie is dat het gebruik van een vreemd alfabet door een Europese auteur het best verklaard kan worden als een manier om de informatie onleesbaar te maken voor niet-ingewijden. Roger Bacon had inderdaad kennis van dergelijke versleutelingsmethoden en de geschatte ouderdom van het manuscript komt ruwweg overeen met de opkomst van de cryptografie als een systematische discipline. Tegen deze theorie pleit dat een polyalfabetisch cijfer de "natuurlijke" statistische eigenschappen van de tekst, zoals de zipfdistributie, zou doen verdwijnen. En hoewel de polyalfabetische substitutie omstreeks 1467 is ontdekt, werd zij pas populair in de 16e eeuw, net iets te laat voor het Voynichmanuscript.

Codeboekcijfer

Volgens deze theorie zouden de "woorden" in het Voynichmanuscript in werkelijkheid codes zijn, die opgezocht dienen te worden in een codeboek. De belangrijkste aanwijzing hiervoor is dat de structuur en lengte van de woorden overeenkomt met Romeinse cijfers. Deze zouden in die tijd een normale keuze zijn geweest voor een dergelijke code. Aan de andere kant zijn dergelijke versleutelingen vooral geschikt voor korte berichten, doordat ze bijzonder lastig te schrijven en te lezen zijn.

Visueel cijfer

James Finn opperde in zijn boek Pandora's Hope (2004) dat het Voynichmanuscript in feite visueel gecodeerd Hebreeuws is. Als de letters goed zijn getranscribeerd met behulp van het EVA, kunnen veel van de woorden worden geïnterpreteerd als Hebreeuwse woorden met kleine aanpassingen om het lezen te bemoeilijken. Het woord "AIN" in het manuscript is bijvoorbeeld het Hebreeuwse woord voor "oog", maar het wordt geschreven als "aiin" of "aiiin" om de indruk te wekken dat het om een ander woord zou gaan.

Ook andere methoden voor visuele versleuteling zijn voorgesteld. Het belangrijkste argument voor deze theorie is dat ze verklaart hoe het komt dat andere methoden zo weinig succes hebben gehad: die zijn gebaseerd op een wiskundige decryptie. Het belangrijkste argument daartegen is dat een dergelijke werkwijze zeer ingewikkeld is voor de ontcijferaar, vanwege de meerdere interpretatiemogelijkheden van dezelfde tekst. Het blijft onduidelijk wat een originele ontcijfering is en wat interpretatie is van de ontcijferaar.

Steganografie

Als het manuscript een steganografische codering zou zijn dan is het grootste deel van de tekst zonder betekenis; de betekenis is verborgen in enkele details, bijvoorbeeld elke tweede letter van elk woord, of het aantal letters van elke regel. Deze techniek is vrij oud en werd bijvoorbeeld al door Johannes Trithemius in 1499 beschreven. Sommigen beweren dat de werkelijke tekst met behulp van een Cardanrooster moet worden teruggevonden.

Deze theorie is moeilijk te bevestigen of te ontkrachten, omdat dergelijke teksten elke denkbare moeilijkheidsgraad van ontcijfering kunnen hebben. Een tegenargument is dat een tekst die direct op het eerste gezicht al versleuteld is, het doel van steganografie voorbijschiet: namelijk dat juist aan het oog wordt onttrokken dat er een verborgen boodschap in de tekst staat.

Sommigen hebben gesuggereerd dat de boodschap is verborgen in de lengte of in de vorm van bepaalde pennenstreken. Er bestaan inderdaad vormen van steganografie die gebruikmaken van de vormen van letters om informatie te verstoppen, bijvoorbeeld cursief tegenover romein. In sterke vergroting zien de pennenstreken van het Voynichmanuscript er echter normaal uit, afgezien van plaatselijke oneffenheden in de structuur van het vellum.
Exotische natuurlijke taal

De taalkundige Jacques Guy heeft geopperd dat de tekst van het Voynichmanuscript is geschreven in een exotische natuurlijke taal, geschreven in een kunstmatig alfabet. De woordstructuur is inderdaad vergelijkbaar met die van veel taalfamilies in Centraal-Azië en Oost-Azië, zoals Sino-Tibetaanse talen (Chinees, Tibetaans en Birmaans), Austroaziatische talen (o.a. Vietnamees en Khmer) en mogelijk Tai-talen (o.a. Thai en Laotiaans). In veel van deze talen hebben de woorden slechts één lettergreep met een rijke structuur, inclusief toonstructuren.

Deze theorie is historisch verklaarbaar. Deze talen hebben wel een eigen schrift, maar die schriftvormen zijn erg moeilijk voor westerlingen die het betreffende taalgebied bezoeken. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van enkele fonetische schriften, meestal in het Latijnse alfabet, maar soms ook met een verzonnen alfabet. De bekende voorbeelden hiervan dateren van veel later. Er komen honderden missionarissen en anderen in aanmerking die zo'n systeem ontwikkeld kunnen hebben, zelfs van voor de tijd van Marco Polo in de 13e eeuw, maar vooral nadat Vasco da Gama in 1499 de zeeroute naar de Oriënt had ontdekt. De auteur kan ook afkomstig zijn uit Oost-Azië en in West-Europa gestudeerd hebben of op een missiepost zijn grootgebracht.

Het belangrijkste argument voor deze theorie is dat deze consistent is met de statistische analyses die op het Voynichmanuscript zijn uitgevoerd, inclusief het vóórkomen van verdubbelde of verdrievoudigde woorden. Deze komen in het Chinees en Vietnamees in ongeveer dezelfde frequentie voor. Het verklaart ook de afwezigheid van koppelwoorden en lidwoorden en in het algemeen de ondoorgrondelijkheid van de tekeningen. Een andere aanwijzing is de aanwezigheid van twee grote rode symbolen op de eerste pagina die vergeleken zijn met een Chinees aandoende boektitel, ondersteboven en slecht gekopieerd. Ook de indeling van het jaar in 360 graden (in plaats van 365 dagen) in groepen van vijftien, beginnende met het sterrenbeeld Vissen, beantwoordt aan de Chinese kalender. Het belangrijkste argument tegen deze theorie is dat niemand, ook experts van de Chinese Academie van Wetenschappen in Peking niet, duidelijke voorbeelden van Aziatisch symbolisme of wetenschap in de tekeningen heeft kunnen vinden.

Eind 2003 stelde de Pool Zbigniew Banasik voor dat het manuscript is geschreven in het Mantsjoe en maakte hij een gedeeltelijke vertaling van de eerste pagina.

Polyglot of spreektaal

In zijn boek 'Solution of the Voynich Manuscript: A Liturgical Manual for the Endura Rite of the Cathari Heresy, the Cult of Isis'  - "Oplossing van het Voynichmanuscript: een liturgische handleiding voor de Endura-rite van de kathaarse ketterij, de cultus van Isis", uit 1987 - stelde Leo Levitov dat het manuscript een transcriptie is van een 'polyglotte spreektaal'; een begrip, dat hij definieerde als 'een literaire taal voor mensen die geen Latijn verstaan en aan wie deze taal kan worden voorgelezen'. Hij stelde een ontcijfering voor waarin drie Voynichletters één lettergreep vormen. Het eindresultaat is dan een serie lettergrepen die een mengelmoes vormen van middeleeuws Vlaams met veel Oudfranse en Oudhoogduitse woorden.

Volgens Levitov was de 'Rite van Endura' niets anders dan een rite die mensen hielp bij hun zelfmoordvoornemens, bedoeld voor mensen die al bijna dood waren. Deze rite was verbonden met de katharen (maar, het bestaan van de rite wordt overigens in twijfel getrokken). Hij stelt dat de tekeningen van planten niet bedoeld zijn om een bepaalde soort uit te beelden, maar dat het geheime symbolen van de religie zijn. De vrouwen in de baden stellen de eigenlijke zelfmoord voor, die volgens hem ook uit venesectie bestond: het doorsnijden van aders zodat het bloed in een warm bad kon stromen. De sterrenbeelden die niet aan de hemel staan, zijn afbeeldingen van sterren op de mantel van Isis.

Deze theorie wordt om een aantal redenen betwijfeld. Ten eerste is de gangbare zienswijze op de religie van de katharen dat het een vorm van christelijk gnosticisme is en niet geassocieerd met de Egyptische godin Isis. Ten tweede plaatst de theorie de bron van het manuscript in de twaalfde of dertiende eeuw, wat nog een stuk vroeger is dan de aanhangers van de Roger Bacon-theorie aannemen. Ten derde was de Endura-rite op vasten gericht, niet op venesectie. Behalve zijn vertaling, heeft Levitov geen aanwijzingen voor zijn theorie aangedragen.

Kunstmatige taal

Op basis van de vreemde interne structuur van de woorden van het Voynichmanuscript kwamen William F. Friedman en John Tiltman onafhankelijk van elkaar met het idee dat de tekst in een kunsttaal is geschreven, meer precies: een filosofische taal. In dergelijke talen is de woordenschat gebaseerd op een systeem, zodat de algemene betekenis van een woord wordt bepaald door de volgorde van de letters. In de moderne kunstmatige taal Ro bijvoorbeeld is bofo- de categorie van de kleuren en elk woord dat met die letters begint, is een kleur: bofoc is rood en bofof is geel.

Dit concept is vrij oud en werd al in 1668 door John Wilkins in zijn boek 'Philosophical Language' beschreven. In de meeste voorbeelden worden categorieën onderverdeeld door de toevoeging van suffixen en als gevolg daarvan bevat een tekst over een bepaald onderwerp in zo'n taal veel woorden die met dezelfde letters beginnen. Alle planten beginnen bijvoorbeeld met dezelfde letters, evenals alle ziekten. Dit zou de herhalingen in de tekst van het Voynichmanuscript verklaren. Niemand heeft echter nog betekenissen van een prefix of suffix in het Voynichmanuscript kunnen ontdekken. Bovendien zijn voorbeelden van filosofische talen pas vanaf de zeventiende eeuw bekend.

Grap

Door de bizarre eigenschappen van de tekst en de tekeningen van het Voynichmanuscript heeft bij velen de overtuiging postgevat dat het om een grap gaat. In 2003 liet de computerwetenschapper Gordon Rugg zien dat een tekst met vergelijkbare eigenschappen als die van het Voynichmanuscript kan worden vervaardigd met behulp van een tabel van woordstammen, prefixen en suffixen die worden gekozen met een geperforeerd blad papier. Dit cardanrooster is rond 1550 door Girolamo Cardano uitgevonden als middel tot cryptografie. De pseudoteksten die op de manier van Gordon Rugg worden gegenereerd, hebben echter niet dezelfde woorden en frequenties als het Voynichmanuscript: de overeenkomst is uitsluitend visueel en niet kwantitatief. Deze experimenten zijn dus nog niet overtuigend.

Echte taal

Het Voynichmanuscript zou opgesteld zijn in een echte taal. Dat zou blijken uit onderzoek van de Universiteit van Manchester.

Oud-Mexicaans

De waarheid is volgens botanist Arthur Tucker van Dover University, in de Amerikaanse staat Delaware, is als volgt: het is een werk in een verloren gegane taal uit het huidige Mexico. Volgens Tucker moet het manuscript geschreven zijn in een indianentaal en kon het daarom niet vertaald worden.

Doorbraak in ontcijfering?

In februari 2014 publiceerde professor Stephen Bax van de Universiteit van Bedfordshire de eerste bevindingen van zijn onderzoek naar de betekenis van het manuscript. Aan de hand van de benaming van planten, afgebeeld in het Voynichmanuscript en door deskundigen geïdentificeerd, heeft Bax gezocht naar vermelding daarvan in de tekst. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van talen uit de periode waarin het manuscript moet zijn geschreven. Aldus heeft Bax veertien tekens en tien woorden (namen) weten te ontcijferen. Het gaat volgens hem niet om een code, maar om een heuse, zij het zeldzame, slechts lokaal gebruikte taal, die inmiddels in onbruik is geraakt.

Extra vraagje ...

Naast de reeds vremeldde vraagstellingen kunnen we er nog gerust eentje aan toevoegen, zijnde: "Tot welke persoon werd dit manuscript gericht?". Ik bedoel hiermee, dat de auteur een lezer in zijn achterhoofd had; een lezer, die in staat was het geheel te kunnen ontcijferen.

Natuurlijk kunnen we er nog zeer veel zaken aan toevoegen, doch veel wijzer worden we er niet van. in elk geval is het Voynichmanuscript één van de meest bizarre boeken ter wereld. Eén ervan, schreef ik, want er zijn er nog ...

Nawoord: Wat de vertaling betreft, vond ik uiteindelijk deze interessante website ...

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht