ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Tot dienen geroepen

Antoine Bodar

Tot dienen geroepen Type: Hardcover
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 410 gram
Aantal Pagina's: 200
ISBN: 90-263-2291-7
ISBN-13: 978-90-263-2291-4
Categorie: Christendom
Richtprijs: € 24,95

Korte Inhoud


Vult God ons in of vullen wij god in. Hebben wij deel aan Hem of heeft hij deel aan ons. Bedenkt Hij ons of bedenken wij hem. Staat hij in het middelpunt of staan wij in het middelpunt. Gaat het om Hem of gaat het om ons. Maakt Hij ons deelgenoot van Zijn Geest of maken wij Hem deelgenoot van onze geest. Dit is de kwestie rond het alom en door iedereen aangewende begrip 'spiritualiteit': het betekent iets, of het betekent niets.

Ietsisme is uitnodiging tot God te geraken. Anders reikt het tot nietisme, voorheen bekend als nihilisme. Maar heeft God niet te maken met alles en iedereen? Stellig. God is evenwel niet afhankelijk van ons maar wij zijn afhankelijk van Hem. De verbinding begint bij Hem en niet bij ons. In spiritualiteit vieren wij niet ons zelf maar vieren wij God in dankbaarheid om de schenking van de Heilige Geest - spiritualiteit dus in echte betekenis - die ons niet minder afhankelijk van hem als aanhankelijk jegens Hem doet zijn. God gaat ons ver te boven, al wil geen God in het diepst van onze gedachten omdat wij zelf zo gewichtig zijn, maar omdat Hij ons tot Zijn goddelijkheid opheft. Dat is dus geen verdienste van de mens maar alleen eigenheid van God. Hij is liefde. En liefde is schenking die verbinding zoekt en zich zo geeft; want zij kan niet anders dan nimmer zich zelf maar immer de andere zoeken. Spiritualiteit berust dus altijd op altruïsme en nooit op egoïsme. Spiritualiteit beduidt onzerzijds omhelzing van God omdat Hij ons eerder als heeft omhelsd. Spiritualiteit is geen omhelzing van ons zelf, alsof we ons zelf genoeg zouden zijn. Dat is afwijzing van Gods rijkdom en toewijding aan eigen armoede.

Onze huidige maatschappij kenmerkt zich door wat men met een containerbegrip 'spiritualiteit' noemt. De mens waant zich God en sprokkelt allerlei aangenaams bijeen uit de schappen van de esoterie en de religie. Maar dat verschaft hem enkel een instant tevredenheid en maakt hem zelfgenoegzaam. In 'Tot dienen geroepen' pleit Antoine Bodar voor herwaardering van werkelijke spiritualiteit. De mens is niet goddelijk en God huist niet alleen tussen en in de mensen maar vooral boven hen. De christen zou de gemakzuchtige spiritualiteit achter zich moeten laten en moeten terugkeren naar het bidden, naar lezing van Bijbel en viering van liturgie, naar afzien van zichzelf en uitzien naar God. Ware spiritualiteit is allereerst te vinden in de Bijbel. De mens is tot liefde geboren en daarom tot dienen geroepen.

Uittreksel


Blz. 33: Schaamte en bescheidenheid

De Kerk wordt alom aangevallen. De Kerk lijdt zeer. Het gaat de Kerk dus goed. Zo de gedachtengang van Paulus VI. De Kerk immers als gemeenschap van Christus heeft de opdracht Christus na te volgen. En dat beduidt Hem navolgen in Zijn lijden en meer nog in Zijn gestalte geven aan de liefde, zoals Hij dat ons hier op aarde heeft voorgeleefd.

Nu, zo vele jaren na het pausschap van Paulus VI, lijdt de Kerk opnieuw niet weinig. Laten wij in ons geheugen terugroepen dat wij niet alleen Christus' gemeenschap maar tevens Zijn bruid zijn. De bruidegom Christus ziet het lijden van de Kerk, Zijn bruid. Wij zijn de leden van de Kerk, dat ene lichaam van Christus, waarvan Hij het hoofd is. Wij moeten dus opkomen voor onze bruidegom Christus en voor Zijn bruid de Kerk.

Hoe de Kerk te verdedigen? Allereerst door te belijden dat de Kerk weliswaar door Christus is bedoeld en aldus zelfs heilig heet (naar Paulus), maar dat de Kerk tevens een instituut is van zondige en zeer zondige ambtsdragers en andere personen, aan wie machtsmisbruik niet noodzakelijk vreemd is en omtrent wie wij elke keer weer vol schaamte de schande moeten vernemen van schending en ontering van vooral jonge mensen in machtsmisbruik.

Hoe kan de Kerk als geheel - zowel volk Gods en Christus' gemeenschap alsook menselijk bedrijf en instituut van zondige mensen - zo geloofwaardig blijven in een tijd waarin scepsis meest vooraanstaande houding is geworden?

De Kerk lijdt en dus lijden wij als leden van dat ene lichaam mee aan dit nu haar steeds weer overkomende leed. Althans zo beleef ik de jongste voorvallen op grond waarvan de wereld ons zou willen afmaken. En zulks niet zonder reden. Want wij zijn te lui en te vadsig en te onverschillig en wij weten niet meer hoe groot de schatten van ons geloof ten diepste zijn.

Niettemin loont tot op zekere hoogte de uitleg dat de leer van de Kerk niet steeds samenvalt met het leven van alledag en dus niet het ideaal met de realiteit dan wel de verheven theorie met de dagelijkse practijk. Maar laten we het richtsnoer van de Kerk ernstig nemen en daarbij ons eigen geweten niet te zeer verwennen maar vooral tot de orde roepen.

Laten we het nog eens hebben over het meest beschamende en daarom allervervelendste onderwerp in de jongste geschiedenis van de Kerk - het kindermisbruik door priesters en religieusen. Bijna hijgerig openen daarmee steeds sedert het nieuwe millennium mediarubrieken - nu eens in de Verenigde Staten, dan weer in Ierland, nu weer in Duitsland en waar eigenlijk niet? Bij elke heraankondiging van het voor ons allerpijnlijkste onderwerp worden we weer om de oren geslagen met de gigantische schuld die wij op ons hebben geladen door vanuit het gezag veelal voorheen wegkijken van misbruikgevallen - deels uit onwetende naiveteit, deels uit angst voor gezichtsverlies. De zwaarte van de misdrijven drukt op ons als de levenslange opsluiting in de gevangenis.

Uitgenodigd in openbaarheid verantwoording af te leggen past het plaatsvervangend terecht te staan. Maar beluisterd worden blijft feitelijk uit. Hoe komt dat? 0f anders gezegd: Terwijl dergelijk sexueel misbruik minder of meer gelijkelijk voorkomt onder psychiaters en leraren, dominees en priesters en andere hulpverleners die overwicht hebben op jongens en meisjes die zich aan hen toevertrouwen, roept geen enkele 'beroepsgroep' zo veel afkeer en verachting op als de priester. Daarvoor zijn drie redenen aan te voeren, denk ik:

Hoewel uit onderzoek in de vergelijkbare 'beroepsgroepen' geenszins blijkt dat verband zou bestaan tussen celibaat en misbruik, gaat de publieke opinie daarvan zonder meer uit. Celibaat staat tegenover de huidige wijze van denken. Goed beleefd en doorleefd is het daarom teken dat verwijst naar Gods eeuwigheid. Slecht beleefd en doorleefd daarentegen kan het de Kerk de allergrootste schade toebrengen, zoals gebeurt. Sexueel niet of weinig opgevoed en te weinig omgegaan met affectiviteit zijn waarschijnlijk bepaalde priesters vanaf de jaren zestig losgeslagen, daartoe mogelijk aangemoedigd door verkeerd getrokken conclusies uit het Tweede Vaticaans Concilie.

Naast het celibaat geldt de moraal van de Kerk zelf als tweede reden: De Kerk heeft als plicht het ideaal van de moraal uit te dragen en te verkondigen. In de wereld gaat zij meestal alleen door voor het instituut waarin niets mag en helemaal niets mag. Dat wekt niet zozeer bevreemding als wel irritatie. Door het sexuele misbruik kan de wereld zich nu revancheren op de Kerk: Ziet de priesters zelf eens. Zij moeten het voorbeeld geven en misdragen zich het meest. Dat naar verluidt twee procent van de priesters - twee procent te veel dus - zich zo misdraagt, doet daaraan niets af. Alle priesters zijn verdacht en allemaal worden zij besmuikt bejegend en allen staan zij in de beklaagdenbank. En daarmee kom ik tot de derde reden:

Lang geleden gold het priesterschap in de wereld toch als eerzaam. Naast de rechter en de professor en de dokter viel de priester status ten deel. Ofschoon zulks definitief voorbij is in Noordwest-Europa, leeft in negatieve zin iets van die vroegere staat op als gevolg van de huidige schande. De priester was al lang van zijn burgerlijke voetstuk gevallen maar wordt nu door de wereld naar de hel verwezen.

Naar niets rekt de hals zich reikender dan naar het sexuele schandaal in verbinding met de ambtsdrager. De man van wie wordt verwacht dat hij ontstegen is aan verboden vruchten, blijkt aan zijn hoge ambt niet te beantwoorden en valt voor toeschouwers des te aangenamer diep. Ondanks zijn voorwending blijkt hij even gewoon als de anderen die prettig in zijn vernedering eigen verheffing aantreffen.

Begrijpelijk maar pijnlijk: Het ideaal van kuisheid is klaarblijkelijk onhaalbaar, terwijl godsdienst als top van cultuur juist leeft van idealen. De ambtsdrager geraakt zelfterecht in crisis (die tot inzicht kan voeren) maar beschadigt in enen ambtsbroeders en de godsdienst waaraan zij gezamenlijk gestalte pogen te geven (beschadiging die aanstoot ver¬groot en gezag ondermijnt).

Niemand verbaast de Vaticaanse tobberij van 2005 wegens de sexschandalen toen in de Verenigde Staten. Hoe beschermt de Kerk, immers werktuig van Christus, haar naam?

Het Vaticaan leek - nu eens stellig wel, dan toch eerder vooral niet - een document te publiceren met het oogmerk bepaalde priestercandidaten buiten seminariedeuren te houden om zo een daad tegenover schandalen te stellen en aldus de Kerk te behoeden voor toekomstige gruwelijkheden.

Alleszins begrijpelijk als redenering. Wijs in menselijke stelling die maatregelen nastreeft. Maar ook passend in goddelijke wijsheid die gerechtigheid beduidt?

Wie meent zich geroepen te weten tot het Priesterschap moet in bidden zich afvragen of hij de beker van het afzien kan ondergaan. Hij moet zich onderzoeken of hij, zoals in voorbije eeuwen, van welke sexuele neiging dan ook - van normaal heterofiele dan wel abnormaal homofiele gevoelens - kan afzien, om zo (met Gods genade) aan de belofte die de Heer door de Kerk als instrument hem vraagt te voldoen.

Feitelijk evenwel is verdeling tussen heterosexualiteit (de norm) en homosexualiteit (niet de norm) even theoretisch als steriel: Theoretisch, omdat abstractie wel van het leven kan zijn afgeleid maar nimmer het leven zelf is. Steriel, omdat het misverstand steeds breder wordt alsof homosexuele voorkeur tegenover afzien van huwelijk (het echte) zou staan. De geschiedenis alleen al leert dat menigeen met kennelijk homosexuele voorkeur evengoed - om wat voor reden dan ook -in het huwelijk is getreden alleen al om wille van het ontvangen van kinderen.

Voor de roeping tot het Priesterschap staat bij lieden met klaarblijkelijk homosexuele voorkeur geenszins tegenover ongetrouwd zijn het alleen maar in onthouding leven, alsof zij niet evenzeer als volledig heterosexuele mannen (voor zover uitsluitend bestaand) huwelijksloos zouden moeten blijven en dus van nageslacht afzien. Het behoort tot de meest ideologische stellingen in de westerse wereld als zouden mensen in te delen zijn in strikt heterosexueel en strikt homosexueel - afgezien van sommigen (sic) die de waarschijnlijk maatschappelijk aanvaarde voorkeur voor beide geslachten practiseren. Die stelling is alleen ideologisch en dient de emancipatie van een minderheidsgroep. Juist het hokkendenken van zich vermeend emanciperende homomilitanten stelt de wereld - ook in dit opzicht - langzamerhand op zijn kop.

De priester-pastoraaltheoloog Hubert Windisch legt nog eens verbinding tussen voorkeur voor het eigen geslacht en het sexuele misbruik (cf. Kath.net - Katholische Nachrichtendienst 21 II 2010). Terecht erop wijzend dat celibaat geen hoofdoorzaak van misbruik is, wijst hij toch de (vooral) homosexueel georiënteerde priesters als oorzaak aan, al wil hij niet terstond het onverenigbaar zijn van Priesterschap met deze voorkeur in het geding te brengen.

Recensie

door Tsenne Kikke
'Tot dienen geroepen' is de vierde bundel overwegingen aan de hand van Bijbel en Christelijke Traditie van de priester Antoine Bodar. Het is een verzameling van veertig, overwegend korte lezingen, opstellen, preken en artikelen van de mediapriester, meestentijds woonachtig te Rome vanuit zijn vroom-esthetische visie op het priesterschap, de Kerk van Rome en haar liturgie, die hij verwoordt in een archaïsch taalgebruik, met hier en daar een beetje Latijn. Alles wat er de afgelopen vijftig jaar in zijn kerk verkeerd is gegaan, is volgens hem het gevolg van de 'rampjaren zestig', zelfs het kindermisbruik, waaronder dan ook niet zozeer de misbruikten, maar eerder de kerk en de priester te lijden hebben.

De preken bestaan voornamelijk uit een serie als een rozenkrans aaneengeregen Bijbelcitaten, die samen een dogmatische of vrome les vormen. Overal mist men de gewone, alledaagse mens en zijn aardse beslommeringen en ik zou durven beweren dat dit werk zich richt tot de leden van de kerk en du s niet tot de burger.

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht