ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Het spiegelwoordenboek

Originele titel: The Yield

Tara June Winch

Het spiegelwoordenboek Type: Hardcover
Uitgever:
Gewicht: 630 gram
Aantal Pagina's: 368
ISBN: 90-2396-056-4
ISBN-13: 978-90-2396-056-0
Categorie: Literair
Richtprijs: € 25,99

Korte Inhoud


Een hartverscheurend, hoopvol verhaal over de strijd tussen cultuur en macht in hedendaags Australië.

In de culturele roman ‘Het spiegelwoordenboek’ keert Tara June Winch terug naar haar eigen Wiradjuri-roots en laat ze de verwevenheid van taal, traditie en identiteit zien. In het boek neemt August, een jonge vrouw van Aboriginal-afkomst, het besluit om naar Australië te reizen voor de begrafenis van haar opa. Hier gaat ze de strijd aan met machtige partijen die haar dorp en daarmee de taal en cultuur van haar mensen dreigen te vernietigen. Auguste ontdekt dat haar grootvader een boek over de cultuur van hun volk aan het schrijven was – en dat dit misschien wel de sleutel is tot het behoud van alles wat haar lief is.

‘Een baanbrekende roman voor zwart en wit Australië.’ – Richard Flanagan, Man Booker Prize-winnend auteur van ‘De smalle weg naar het verre noorden’

‘Een zeer origineel fictiewerk van een van onze meest opwindende hedendaagse schrijvers.’ – Juryrapport NSW Premier’s Literary Awards

‘Een buitengewoon verhaal vol wreedheid, ontwrichting, liefde en veerkracht, dat glanst en schittert door Winch’ rijke proza.’ – Juryrapport Prime Minister’s Literary Awards.

Wetende dat hij spoedig zal sterven, neemt Albert 'Poppy' Gondiwindi de pen ter hand. Zijn leven heeft hij doorgebracht aan de oevers van de Murrumby River bij Prosperous House, op Massacre Plains. Hij is vastbesloten om de taal van zijn volk door te geven en alles wat ooit herinnerd werd. Hij vindt de woorden in de wind.

Daarentegen woont August Gondiwindi al tien jaar aan de andere kant van de wereld als ze hoort van de dood van haar grootvader. Ze keert terug naar huis voor zijn begrafenis, gekweld door verdriet en belast met alles wat ze probeerde achter te laten. Haar thuiskomst is bitterzoet als ze geconfronteerd wordt met de liefde van haar familie en het nieuws dat Prosperous House weer in bezit zal worden genomen door een mijnbouwbedrijf. Vastbesloten om het goed te maken probeert ze het land te redden: een zoektocht die haar leidt naar de stem van haar grootvader en naar het verleden, de verhalen van haar volk, de geheimen van de rivier.

Ontroerend en prachtig geschreven, Tara June Winch's 'Het spiegelwoordenboek' is het verhaal van een volk en een cultuur dat onteigend werd. Maar het is evenzeer een viering van wat was en wat blijft, en een krachtige herovering van inheemse taal, verhalen vertellen en identiteit.

Uittreksel


Blz. 21: Het vliegtuig kwam tot stilstand op de landingsbaan en toen August van boord ging, liep ze tegen de muur van hitte op, 37 °C, badwatertemperatuur. Ze herkende het nog van vroeger, maar ze was er niet meer aan gewend. Hier was de zomer geen jaargetij, herinnerde ze zich, maar een Eeuwigheid. In de aankomsthal trok ze haar rekening in het rood door een sedan van Budget te huren. Vanaf de kust reed ze zeven uur naar het westen, over de City Highway, de Hinterland Highway en uiteindelijk de Broken Highway, voordat ze bij Massacre Plains aankwam. Broken Highway doorsnijdt in zandgrond ontkiemende graanvelden, zeeën van pasgeschoren schapen en struikgewas dat massaal was opgeschoten in de droge kleigrond. Het grootste verschil tussen toen en nu was niet alleen dat het vee tegenwoordig uitgeputter oogde en de gewassen dorstiger en dat er een uitzonderlijke hitte over het binnenland was neergedaald, maar ook dat het omslagpunt tussen weersomstandigheden en wanhoop duidelijk gepasseerd was.

Borden met 'Pas op, slecht wegdek' waarschuwden August bij haar aankomst in de Plains. Ze bespeurde de eerste tekenen van zichtbare hitte die van het gebarsten asfalt en het schrale onheilspellende landschap straalden. Zo ver in het binnenland was alles bruiner, kurk- en kurkdroog.

Het dorp van Massacre Plains herbergde pakweg tweeduizend ingezetenen met hun kinderen en kleinkinderen. Een half dorp aan getrouwde vrouwen stond achter een toonbank en een half dorp aan getrouwde mannen was suïcidaal door de schuldenlast bij de boerenleenbank, en de meeste zoons en dochters hadden zich bij het leger aangemeld, verleid door een fatsoenlijk loon. Iedereen loodste zich door de verveling heen tot de jaarlijkse races begonnen. Sommigen leefden van werkloosheidsuitkeringen en anderen hadden een baan, maar weinigen hadden een carrière.

De rivier de Murrumby vormde een scheidslijn tussen de mensen in het dorp. Alle bijnamen waren afkomstig van de schappen in de supermarkt. De Gondiwindi's van de oude zendingspost ten noorden van de stad heetten Chocolademelk, de Aboriginals in de sociale huurwoningen ten zuiden van de stad woonden in Marmite Valley, genoemd naar het hartige boterhambeleg dat zo donker is als melasse. In het centrum van de stad woonden de leden van de middenklasse, afgaand op een volkstelling van eigen maaksel; zij hadden de naam Mintjes opgeplakt gekregen, naar de witte, taaie snoepjes die allemaal apart in een papiertje zijn verpakt. De huizen van de Mintjes hadden deurbellen en gesloten hekken. Alleen in Marmite Valley stond elke voordeur wijd open. Min en onmin klonken vrijelijk door het huis en waaiden de straat op. Bij sommige van die deuren liepen meedogenloze plaatselijke predikanten in en uit, deuren waardoor je bij een ontwricht gezin terechtkwam en waarachter een van schaamte vervulde alleenstaande moeder zwijgzame jongens grootbracht die in hun latere leven een en al woede waren.

August wist en herinnerde zich niet alles van wat de mensen van Marmite Valley te verduren hadden gekregen. Haar geheugen was goed genoeg geweest om de nare gedachten te begraven, maar tegelijkertijd zo betrouwbaar dat ook de goede soms werden verdrongen.

Bij de oude zendingspost op Prosperous stond een bosje met eucalyptusbomen die zich al tweehonderd jaar alles herinnerden. August wist niet wat de bomen allemaal hadden gezien. Ze kon zich niet herinneren dat de whirly-whirly's stof hadden opgeworpen over alle landerijen, de kleine ongevaarlijke tornado's die in haar jeugd een bijna permanent verschijnsel waren geweest. De meeste boerderijen van Massacre Plains waren op het elektriciteitsnet aangesloten en zoemden zonder onderbreking; andere, verder weg, kwamen tot leven met een sputterend opstarten van generatoren, en ook het constante geronk van opgewekte energie was haar bijgebleven. En ze herinnerde zich — of wilde zich dat herinneren — de koelte van de Murrumby. Opa noemde de Murrumby altijd het 'Grote Water' en ooit stroomde de rivier dwars door het land, van staat naar staat, van zuid naar noord. August had slechts een vage herinnering aan de rivier, omdat die sinds haar kinderjaren niet meer had gestroomd, niet alleen vanwege de Bouw van de Dam, maar ook door het Uitblijven van de Regen. En volgens sommigen omdat de Murrumby denkt dat ze helemaal niet nodig is, aangezien er zo veel mensen in deze regio zijn die water huilen.

August stopte nog voor de afslag om boodschappen te doen, ze wist dat ze sigaretten ging kopen ook al wilde ze het niet. De winkel bij het tankstation was ingepakt in groen gaas, als een kunstwerk, dacht ze. Op de stoep lag nog meer groen gaaswerk te koop; enorme rollen leunden tegen elkaar, zoals rollen stof dat doen, of — zo stelde ze zich voor — mensen aan stuurboord van een zinkend schip. Naast de groene rollen stonden kratten met plastic kabelbinders, die ze herkende omdat de politie ze 's nachts in het weekend altijd bij zich had.

Terwijl ze met het gaas voor de uitgang worstelde, kwam ze tegenover een andere klant te staan. Met zijn sleutels in de hand wilde hij net de winkel binnengaan. Het was een oudere man, en hij deed geschrokken een wankele stap naar achteren toen August het gaas wegtrok.

`Sorry,' zei ze en stak haar hand naar hem uit, een vergeefs gebaar. Hij wist op eigen kracht zijn evenwicht te bewaren en liet zijn blik over haar gezicht glijden.

Nou, jij moet er een van Gondiwindi zijn,' zei hij op suikerzoete toon.

August knikte kort, met de zak met boodschappen tegen haar borst geklemd en haar kin in de opgestapelde etenswaren.

`Het gezicht van een Gondiwindi herken ik uit duizenden.' Hij lachte even alsof het een compliment was. 'Breng maar onze condoleances over, namens de kerk.'

Dat zal ik doen. Dank u...' Ze wist niet hoe ze een onbekende respectvol moest aanspreken en koos maar voor: 'Meneer, bedankt meneer.'

August draaide zich om terwijl de man door de lucht graaide alsof er een verlate gedachte van hem wegdreef. 'Ga met God,' zei hij nog. August kreeg op een nare manier kippenvel en ze proefde de geur van zijn acetonhuid. Ze liep weg zonder nog een woord te zeggen. Dorpelingen die geen aandacht aan haar besteedden, liepen voorbij met materiaal voor hun eigen winkelpuien. Bij de benzinepomp zaten een paar mannen gehurkt naast hun pick-up om een stuk gaas over de grillen te bevestigen. August keek naar de heldere, blauwe lucht — de sprinkhanen moesten nog komen.

Vanuit de huurauto kon ze de dorpskern zien liggen, genesteld op de horizon. Er had zich daar heel wat afgespeeld sinds haar vertrek. August had van bijna iedereen de geboorte, de begrafenis en de bruiloft gemist. Er was zo veel tijd verstreken dat ze het dorp bijna was vergeten, hoewel ze een diepgaande belangstelling had gehouden voor de plaats die haar zus had opgeslokt. Gemiddeld eens per maand had ze opa en oma gebeld, de database van vermiste personen gecheckt en haar moeder een brief gestuurd — verstoken van elk antwoord. Ze had online het gemeentenieuws gelezen, waarin nooit verwezenlijkte vooruitgang werd beloofd: de snelle treinverbinding die ze niet echt nodig hadden, de bijna gebouwde landbouwuniversiteit, de uitgestelde uitbreiding van de bibliotheek. Zelfs nadat August het dorp de rug had toegekeerd, wilde ze er nog steeds thuishoren. Na verloop van tijd leken de mensen gewend te raken aan de afwezigheid van de zussen en met dezelfde vurige hoop waarmee August speurde naar nieuws over Jedda's behouden thuiskomst, bleef ze uitkijken naar een verzoek om haar eigen terugkeer. Beide bleven uit.

Vanaf het tankstation ging het twee kilometer heuvelafwaarts naar de laatste afslag, en nog eens twee naar de boerderij Prosperous. Een vlucht grijsroze kaketoes vloog op toen de gehuurde sedan tot stilstand kwam naast de dubbele metalen brievenbus. In de brede berm, waar vroeger de rijdende bibliotheek het grind had laten opspatten, waren alleen de eucalyptusbomen hoger en breder geworden, merkte ze. Hun straat was te afgelegen geweest voor een bezoekje van de ijscowagen, maar de bibliobus was twee keer per maand gekomen, met achterover hellende boekenplanken van vloer tot plafond en tijdschriftrekken die waren gezekerd met lange stukken elastiek. August tuurde tussen de pepermuntbomen door, reed stapvoets langs de rozenstruiken die uiteen weken bij de tweesprong in de toegangsweg. Rechts liep een zandweg naar het woonhuis van Prosperous, dat twintig meter van de weg stond, en links had je een honderd meter lange betonnen, schuin oplopende oprit naar Southerly House. Southerly zat altijd strak in de verf en grensde aan een kleine fruitboomgaard. Achter de oprit en de huizen lag een uitgestrekte akker met rijpe tarwe, tweehonderd hectare, aan een rij bomen die nooit iets vergaten, de eucalyptussen die zich verzameld hadden langs de rivier.

De Gondiwindi's hadden altijd op verschillende plaatsen langs de Murrumby gewoond. En tijdens de laatste anderhalve eeuw woonden ze tien kilometer ten noorden van het dorp op Prosperous, aan de voet van de driehonderd meter hoge Kengal Rock. Als de Gondiwindi's over het terrein liepen en bleven staan om naar het noorden te kijken, zagen ze het asgrijze graniet van de Kengal onveranderd tegen de veranderende hemel afsteken.

Aan haar rechterhand stond de omgebouwde kerk van Prosperous er vervallen bij. Er zal niet veel meer dan een kleine gemeente hebben gepast in een ruimte waar ooit slechts dertig rijen kerkbanken de hele vloer hadden ingenomen. Tegen de romp van Prosperous waren lage uitbouwsels opgetrokken, alsof het de gespreide houten benen van een marionet waren. De tien oorspronkelijke hutten waar vroeger kinderen sliepen, her en der op het terrein verspreid, waren ingestort en waren niet veel meer dan stapels brandhout.

De rode en oranje borstels van de lampenpoetsers trotseerden de stille, hete middag. Banksiatakken bogen door onder het gewicht van hun bloesem, waaruit sap neerdroop op de moestuin voor de veranda. De ooit zo keurige groentebedden waren verwilderd. Tomaten, zongedroogd nog voor de pluk. Tussen vermoeide jasmijn en treur-lillypilly schudden tuinwaaierstaarten hun veren op. De grenen planken van Prosperous waren ontzet en gespleten door de hitte, de verf was afgesleten door de tijd. Er lag een laag stof op de ramen, dakpannen waren van hun plaats geschoven. Alles was geelgroen, misselijk van bedwelmende bloemengeur. Het kostte August moeite om te zien waar het huis begon en de chaotische tuin eindigde.

Recensie

door Tsenne Kikke

Tara June Winch is een Wiradjuri auteur, geboren in Australië in 1983 en woonachtig in Frankrijk, ergens nabij Nantes. Ze is met Arnaud gehuwd en heeft een dochter, Lila genaamd. Haar eerste roman, 'Swallow the Air', werd lovend ontvangen. Ze werd uitgeroepen tot Sydney Morning Herald Best Young Australian Novelist, en won tal van literaire prijzen voor 'Swallow the Air'. Een 10e jubileumeditie werd ervan  werd in 2016 gepubliceerd.

Haar tweede boek, de verhalenbundel 'After the Carnage' werd gepubliceerd in 2016. 'After the Carnage' werd longlisted voor de Victorian Premier's Literary Award voor fictie, shortlisted voor de 2017 NSW Premier's Christina Stead prize for Fiction en de Queensland Literary Award voor een bundel. Ze schreef de inheemse dansdocumentaire, 'Carriberrie', die vertoond werd op het 71e Cannes Film Festival en internationaal tourt.

Meer info vind je op onze frontpagina via deze link.

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2021 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht