ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Santuario de Las Lajas: van grot, naar kapel, naar kerkje, naar basiliek, dankzij een wonder

Een kind, dat plots wegens eens schok kon spreken, werd in 1951 door de paus heilig verklaard.
door Tsenne Kikke - zaterdag 25 april 2015 2:00

De 330 meterhoge rooms-katholieke Las Lajas-basiliek staat in de Zuid-Colombiaanse stad Ipiales, gebouwd in een kloof waardoor de rivier De Guaitara stroomt. Je kunt het majestueuze bouwwerk te voet bereiken via een 160 meterlange stenen brug. Deze meest onwaarschijnlijke neogotieke kerk wordt soms aangeduid als de Las Lajas-kathedraal, maar aangezien er geen bisschop aan deze kerk verbonden is, is het officieel geen kathedraal.

De naam 'Las Lajas' is afgeleid van het Spaanse woord 'Laja', verwijzend naar een sedimentair schalieachtig gesteente dat in de omgeving van de kerk te vinden is.

Legende

Op een dag van het jaar 1754 wandelde Maria Mueces de Quinones, een Indiaanse moeder, met op haar rug haar doofstomme dochter Rosa, langs het pad dat naast de rivier liep. Op een bepaalde moment plaatste ze het kind op de grond en ging ze zitten om even uit te rusten.

Niet lang daarna zag ze haar dochtertje naar haar toelopen: 'Mama, daar is een vrouw met een jongetje in haar armen!" uitroepende. Het was de allereerste maal dat Rosa spreken kon. Dermate groot was de schok. Maria zag de verschijning niet, en wegens de angst, die haar zo plots had overvallen, wilde ze het zelfs niet eens met eigen ogen zien. Bovendien liepen er al jarenlang geruchten rond dat die streek bespookt was. Ze nam haar dochter bij de hand en samen haastten ze zich naar huis. En, omdat ze wist dat niemand haar zou geloven, hield ze het ganse gebeuren stil. Doch het feit dat Rosa kon spreken, kon ze natuurlijk niet verdoezelen.

Dit was een klein deel van een veel langer verhaal. Maar dit voorval - en alles wat daarop nog volgde - werd in de omgeving al snel als een wonder opgevat en de verschijning geïnterpreteerd als die van de Maagd Maria.

Vanaf 1802 werd, naar aanleiding van bovenstaande legende, in de kloof een kleine kapel gebouwd, en mensen begonnen pelgrimstochten naar die grot te maken. Elk jaar werd er aan die kapel meerdere veranderingen aangebracht.

Het huidige neogotieke bouwwerk werd in de periode van 1916 tot 1949 gebouwd, ter vervanging van de kapel. In 1951 werd Rosa heilig verklaard door paus Pius XII, en naar aanleiding daarvan, werd het gebouw in 1954 tot basilica minor gedocumenteerd.

Nu nog trekken duizenden pelgrims elk jaar in de maand september - de maand van Rosa's genezing - naar het zogenaamde Heiligdom 'Las Lajas'. Velen van hen overnachten in het 'Casa Pastorale', een soort van bed&breakfast, dat door nonnen wordt uitgebaat. Voor rond de 12 euro voor een tweepersoonskamer, kun je er op een hard, bobbelig matras slapen en genieten van het koude water in de badkamer. Wel heb je er een prachtig uitzicht op het markante gothiek bouwwerk, geïnspireerd door een religieuze verschijning van 261 jaar geleden.

In 2007 werden de 'Zeven wonderen van Colombia' gekozen via een wedstrijd in een krant. De Las Lajas-basiliek eindigde spijtig genoeg op de tweede plaats, net na de 'Sal de Zipaquirá', de Zoutkathedraal van Zipaquirá, die - volgens mij - als toeristische attractie in een zoutmijn werd ingericht.

Wie de mijn binnengaat, passeert eerst 14 kapellen, die de kruisweg van Jezus Christus weergeven. Uiteindelijk komt men bij een tempel, die weer is opgesplitst in drie delen waarin de geboorte, het leven en de dood van Jezus worden uitgebeeld.

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2020 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht