ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

De wolf

Originele titel: The wolf

Joseph Smith

De wolf Type: Hardcover
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 270 gram
Aantal Pagina's: 138
ISBN: 90-414-1314-6
ISBN-13: 978-90-414-1314-7
Categorie: Literair
Richtprijs: € 16,95

Korte Inhoud


'Dat we van dit boek leren over de aard van het jagen en van het beschutting zoeken tegen de kou, is mooi meegenomen. Maar meer nog dan een herverbeelding van de fysieke wereld, gezien door de ogen van een wolf, is dit een overdenking van grotere, menselijke thema's - dat is wat het tot zo'n geweldig boek maakt. Het is een onderzoek naar wat honger als meest basale instinct, en angst, en de dood, echt betekenen. Anders, meditatief en onvergetelijk.'

Uittreksel


Blz. 5: Van ergens tussen de bomen daar voor me komt het knerpende geluid van hoeven op sneeuw op me af. Verder is alles stil. Ik blijf staan en in de koude lucht vormt zich om mijn kop een wolk van adem; ik beweeg me niet en luister, zie niets behalve de witte grond en de donkere pieken van boomstammen. Ik ruik het beest. Zijn geur is zuiver en scherp, en komt boven de frissere geuren van het bos uit, verleidt me, lokt me naar zich toe. Het kan niet ver weg zijn, maar de bomen groeien hier zo dicht opeen dat ik het niet kan zien en dus loop ik verder met voorzichtige stappen tussen de bomen door, spring over afgevallen takken heen, alles zo zachtjes dat alleen een muis die in zijn holletje ligt te slapen misschien een oog zou opendoen, en het weer zou sluiten als ik voorbij ben.

Boven het geluid van de hoeven van het beest uit hoor ik het snuiven, kort en hard, en in dit stille woud klinkt het als een donderslag. Het moet deze keer wel een grote zijn, want met mijn gespitste oren hoor ik niet alleen het geluid van de adem langs de neusvleugels van het beest, maar ook waar die vandaan komt, uit de diepte van grote krachtige longen in een brede borstkas. Ik loop iets sneller vooruit. Misschien snoof het wel omdat het gevaar ruikt en zijn neusgaten wilde vrijmaken. De wind is gunstig voor mij en het beest zal me nog niet hebben geroken, maar hoewel ik me nog steeds even geluidloos voortbeweeg als het zachte briesje, hebben deze beesten krachten die ik niet begrijp. Als het vermoedt dat het in gevaar is, zou de jacht weleens voorbij kunnen zijn voordat ze is begonnen.

Ik loop tussen de bomen door en luister naar het regelmatige dreunen en knerpen van hoeven op sneeuw, en mijn hart klopt wat sneller en mijn neusgaten staan wijd open om de klare geur die me voortstuwt op te vangen. Ik zal het vast gauw zien, en van opwinding lijk ik wel over de grond te vliegen; mijn poten lopen snel, mijn klauwen zoeken geluidloos hun weg over en langs de kleine dingen die uit de gladde witte oppervlakte van de sneeuw omhoogsteken. Het lijkt wel alsof er niets anders bestaat dan mijn kop met zijn priemende ogen, gespitste oren en krachtige snuit, en alsof al het andere daarheen komt, naar mijn open bek, waar de lucht over mijn tong schiet, langs mijn tanden en kiezen.

Het is weer gaan sneeuwen en de dag wordt opeens donkerder. De wind waait in vlagen en ik ruik het beest weer - ik ruik hoe gezond en sterk het is, en ook dat het heel dichtbij is, dus vertraag ik mijn pas. Ik kijk vooruit naar die dicht opeengepakte bomen, richt mijn blik op de ruimtes ertussen en dan zie ik het, een grote donkere schaduw die zich langzaam voortbeweegt, het voorste deel is lager, want het beest sjouwt verder met zijn kop omlaag, snuffelend aan de grond op zoek naar voedsel. Ik loop ernaast, van hem gescheiden door talloze bomen en het beest stapt gestaag voort, zich er niet van bewust dat ik gelijk met hem op loop, hem in de gaten houd en probeer de kracht van zijn poten, de sterkte van zijn nek en zijn geestkracht in te schatten. Maar ik ben te ver weg om dat alles te kunnen zien, dus verklein ik de afstand tussen ons door langzaam naar hem toe te lopen, zoals een schaduw de boom nadert naarmate de zon hoger gaat staan.

Ik ben nu zo dichtbij gekropen dat ik de vacht van het beest kan zien als het stopt en zijn kop aan het uiteinde van zijn dikke nek haastig optilt, terwijl zijn grote bruine ogen en zijn vochtige neusgaten de ruimte om hem heen in zich opnemen. Het moet weten dat ik hier ben, ook al heb ik geen enkel geluid gemaakt. Soms doen ze dat - dan stoppen ze om te luisteren, ook als je geen enkel geluid hebt gemaakt, dan blijven ze even staan ruiken als je geur met de wind mee de andere kant op wordt geblazen, kijken ze op terwijl je verscholen zit en als een steen zo stil blijft zitten. Maar toch voelen ze je aanwezigheid, zoals de diepste boomwortel het voelt als er een mus op de bovenste tak gaat zitten.

Een prachtig groot beest. En als ik zie hoe ze rondkijkt op zoek naar mij, voel ik ineens iets in mijn borst opwellen wat lijkt op honger, maar niet in mijn maag. Het is iets wat ik altijd voel als ik tegenover deze beesten sta. Iets wat ik niet begrijp, maar waarvan ik weet dat het me anders maakt dan andere levende wezens, anders dan de bomen en de sneeuw - eerder als vuur, eerder als herfst dan zomer. Zo begint het. De manier waarop het eindigt verschilt, maar het begint altijd zo, en stoutmoedig, met een gevoel alsof ik deel uitmaak van de stilte van het bos stap ik bij de boom vandaan waarachter ik me verstopt had, om de confrontatie met haar aan te gaan.

Ze kijkt nog even zoekend rond en haar kop en oren draaien langzaam heen en weer voordat ze me in de gaten krijgt. Ze tilt haar kop iets verder op en haar ogen treffen de mijne. Er is geen angst in te zien. Het lijkt alsof alle bomen nu zijn verdwenen, alsof er niets tussen ons in staat behalve de lengte van de stappen van de ander en geen geluiden afgezien van de adem en de hartslag van de ander, die we niet kunnen horen, maar waarvan we denken dat dat wel zo is als we die van onszelf horen. We staan bewegingloos tegenover elkaar, de sneeuw valt op onze ruggen en alles is vredig en stil. Maar dat lijkt maar zo, want nu we elkaar zien, weten we allebei dat de lucht is vervuld van geur en gevaar, dat waar stilte heerste wellicht algauw geschreeuw zal klinken, en pijn in de plaats zal komen van de rust die er nu is.

In haar ogen lees ik dat ze oud, maar nog steeds sterk is. Ik zie er beelden in langsflitsen, haar herinneringen, de dingen die ze wil dat ik zie. Ik zie waar ze vandaan komt en waar ze is geweest, dat ze veel kalfjes heeft grootgebracht, dat ze met veel wolven de strijd is aangegaan en nooit zodanig is neergehaald dat ze is opengereten en opgegeten. Ze zegt me dat ze nog niet klaar is om te sterven, dat ze nog zal vechten en me zal doden als ze de kans krijgt.

Recensie

door Tsenne Kikke
In een kaal,met sneeuw bedekt landschap is een wolf wanhopig op zoek naar voedsel. Al zijn pogingen om iets te eten te vinden mislukken. Als de wolf een vos ziet wil hij het jonge, verzwakte dier doden, maar de sluwe vos redt zich door de wolf te beloven dat hij hem naar een nog veel aantrekkelijker prooi zal brengen: een zwaan met een lamme vleugel, die hij verborgen houdt in een grot. Het water loopt de wolf in de bek als hij denkt aan de smakelijke maaltijd, die hem de winter door zal helpen.

De wolf en de vos beginnen aan een barre tocht. Onderweg wordt de wolf op de proef gesteld door de sluwe vos en raakt hij zelfs gewond. Als ze bij de grot zijn aangekomen, zijn de verhoudingen voorgoed veranderd. De wolf, hongerig, uitgeput en helse pijnen lijdend, weet nu wat het is angst en zwakheid te voelen. Het is niet langer de jager die jaagt: de wolf is veranderd in een prooi.

'De wolf' is een kort en overweldigend krachtig verhaal in de traditie van 'The Bear' van William Faulkner.

De wolf wordt hier als een zeer menselijk dier afgeschilderd. Hij veracht zwakheid, hij bewondert geslepenheid, en kent gevoelens van hoop, fierheid, afgunst, beschaamdheid en woede. Hij kan niet spreken maar kan zich wel in de innerlijke wereld van anderen projecteren. Ik kijk echt uit naar het eerstvolgende werk van deze schrijver.

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht