ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

De stilte van de vrouwen

Originele titel: The silence of the girls

Pat Barker

De stilte van de vrouwen Type: Paperback
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 450 gram
Aantal Pagina's: 337
ISBN: 90-263-4702-2
ISBN-13: 978-90-263-4702-3
Categorie: Literair
Richtprijs: € 22,99

Korte Inhoud


De Trojaanse Oorlog draaide om één vrouw, die zelf nooit aan het woord was – tot nu, in 'De stilte van de vrouwen' van Pat Barker. De auteur geeft in dit boek een vrouwelijke twist aan het wereldberoemde verhaal van de Trojaanse Oorlog.

Wanneer haar stad in handen valt van de Grieken, is Briseïs’ leven geruïneerd. Haar man en broers worden vermoord en zijzelf verandert van koningin in gevangene, de oorlogstrofee van de goddelijke strijder Achilles. Tijdens de lange, bittere oorlog werden ontelbaar veel vrouwen uit hun huis geroofd en aan de strijders toebedeeld.

De Trojaanse Oorlog staat bekend als een mannenepos, maar hoe verging het de vrouwen, door de geschiedenis de mond gesnoerd? 'De stilte van de vrouwen' is een historische roman geïnspireerd op de Griekse mythologie, over het leven van een vrouw te midden van de chaos van een van de beroemdste oorlogen van de geschiedenis, waarin zij vecht voor haar vrijheid.

-  ‘Een vlijmscherpe draai aan de Ilias. IJzersterk, moedig en krachtig.’ – The Times

Pat Barker (1943) is één van de grootste hedendaagse Britse schrijfsters, vooral bekend van de wereldwijd geprezen Regeneration-trilogie. Ze schreef vijftien romans en won verschillende literaire prijzen, waaronder de Booker Prize en de Guardian Fiction Prize. De stilte van de vrouwen werd in het Verenigd Koninkrijk een enorme bestseller, verkocht meer dan 40.000 exemplaren en stond op de shortlist voor de Costa Novel Award 2018.

Uittreksel


Blz. 31: Meteen verschenen er twee wachters om me naar de hut van Achilles te brengen. Het woord ‘hut’ roept vermoedelijk het verkeerde beeld op; het was een groot gebouw, met aan weerszijden een veranda en een trap naar de hoofdingang. Via een grote zaal werd ik naar een bedompt klein kamertje achterin gebracht dat nauwelijks groter was dan een kast en zonder raam waardoor je naar buiten kon kijken. Daar werd ik domweg achtergelaten. Rillend van de kou en angst ging ik op een smal bed zitten. Na een tijdje voelde ik dat mijn handen op een wollen sprei rustten en ik dwong mezelf die aandachtig te bekijken. Hij was heel fijn geweven, een ingewikkeld motief van blaadjes en bloemen, duidelijk Trojaans vakmanschap - Griekse weefsels haalden het niet bij die van ons - en ik vroeg me af uit welke stad hij was geroofd.

Ergens in de buurt klonk gekletter van borden en schalen. De geur van rosbief drong de kamer binnen. Mijn maag draaide zich
om, ik proefde gal en dwong mezelf het door te slikken en een paar keer diep en regelmatig adem te halen. Ik kreeg tranen in mijn ogen en een rauwe keel. Diep ademhalen. In, uit, in, uit. Diep en regelmatig ademhalen...

Ik hoorde voetstappen naderen en toen ging de deurklink langzaam omhoog. Met droge mond wachtte ik af.

Een lange man - niet Achilles - kwam met een dienblad vol eten en wijn de kamer binnen.

‘Briseïs?’ vroeg hij.
 
Ik knikte. Ik voelde me niet als iets wat een naam had.

‘Patroclus.’

Terwijl hij dat zei wees hij naar zijn borst, alsof hij dacht dat ik het misschien niet begreep, en dat kon ik hem nauwelijks kwalijk nemen omdat ik er zo wezenloos en stupide bij zat. Maar ik kende die naam. De oorlog was al geruime tijd aan de gang, we wisten aardig wat over de aanvoerders van de vijand. Dit was de beste vriend van Achilles, zijn onderbevelhebber, maar dat kon toch niet kloppen, want waarom zou zo’n machtig man een slavin komen bedienen?

‘Drink maar,’ zei hij. ‘Daar knap je van op.’

Hij schonk een flinke hoeveelheid in en hield me de beker voor. Ik nam hem aan en bracht hem heel nadrukkelijk naar mijn lippen.

‘Niemand zal je een haar krenken.’

Met wijd opengesperde ogen keek ik hem aan en nam ieder detail van zijn uiterlijk op - zijn lengte, zijn futloze haar, zijn gebroken neus - maar ik kon geen woord uitbrengen. Na een tijdje trok hij een scheve grijns, zette het dienblad op een tafeltje naast het bed en vertrok weer.

Het eten vormde een probleem. Ik bleef urenlang, zo voelde het althans, op een stukje vlees kauwen, waarna ik het in mijn hand spuugde om het onder de rand van het bord weg te stoppen. Eerst dacht ik dat ik de wijn ook niet naar binnen kon krijgen, maar met de nodige moeite lukte dat toch. Ik weet niet of dat hielp - misschien wel. Mijn neus en mond raakten verdoofd door al die sterke wijn op een nuchtere maag; de rest van mijn lichaam was allang verdoofd.

Er klonk een diep gebrom van mannenstemmen uit de zaal, dat raspende gebulder dat alle andere geluiden overstemt. De geur van rosbief werd nu sterker. Onze rosbief. Drie dagen geleden, nog voor de stad gevallen was, hadden ze het rundvee weggedreven.

Er kroop een uur voorbij. Meer geschreeuw, meer gelach, liederen, het gezang eindigde steevast met gebeuk op de tafel en een daverend applaus. Ergens buiten in het donker dacht ik een kind te horen huilen.

Recensie

door Tsenne Kikke

De 19-jarige Briseïs, ooit prinses, en nu als oorlogsbuit een weerloze gevangene, is de vertelster. Wanneer de stad Lyrnessus in de handen van de Grieken valt, wordt ze een oorlogsprijs voor Achilles, maar raakt snel verstrikt in een geschil tussen hem en de legeraanvoerder Agamemnon, de zoon van Atreus, koning van Mycene en Airope. In het boek ervaren we het dagdagelijkse leven in het kamp van de Grieken, en zien door Briseïs' ogen alle onrechtvaardigheden en oorlogsgruwelen die er plaatsvonden. Barker's openhartige weergave van een plek, overspoeld met stinkende ratten, alcohol en mannelijk ego, wordt er zeer goed in beschreven, vooral in het eerste gedeelte..

Briseïs is nu dus een gewaardeerd bezit van Achilles geworden: dezelfde man die haar stad verwoestte en haar familie afslachtte. Gedegradeerd tot zijn onmachtige 'bedmeisje' dient ze slechts één doel in het Griekse kamp. “En ik doe wat talloze vrouwen voor mij hebben moeten doen. Ik spreid mijn benen voor de man die mijn man en mijn broers heeft vermoord." Toch blijft ze worstelen om haar plaats en functie te behouden in een wereld die wordt beheerd door haar vijanden.

Briseïs kan niet op een fysieke manier tegen haar vijanden vechten - en, indien ze zou kunnen ontsnappen, zou ze zich verlaten voelen en haar leven zelfs in gevaar brengen. Ze kan haar sterkte maar op één manier waarmaken, en dat is via observatie. Zo observeert ze alle details van het kamp en ziet ze dingen die anderen niet zien. Door dit te doen, geeft Briseïs een stem aan degenen die er geen hadden: de slaven, de concubines, en aan de personen die als minder mens werden beschouwd. Ze vindt haar doel en haar kracht in het vertellen van verhalen: "De Stilte wordt een vrouw," schrijft ze.
.
Briseïs is een meeslepende vertelster, en de gehele, invoelende inhoud van 'De stilte van de vrouwen' kan tot een nadenken stemmen. Het is als het ware een complexe en soms huiveringwekkende lezing, dat een licht werpt op Briseïs, een nieuwe, mythische heldin.

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht