ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Brief aan een middelmatige man

Joep Dohmen

Brief aan een middelmatige man Type: Hardcover
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 360 gram
Aantal Pagina's: 219
ISBN: 90-263-2286-0
ISBN-13: 978-90-263-2286-0
Categorie: Filosofie
Richtprijs: € 19,95

Korte Inhoud


U, ik en de anderen, wij zijn allemaal veroordeeld tot onzekerheid over onze inspanningen. Dan is middelmatigheid in zekere zin onvermijdelijk. Wij kunnen het immers altijd beter doen, zij het dat we het ook altijd slechter kunnen doen.

In onze posttraditionele samenleving is onze identiteit sterk afhankelijk van wat er van ons gevraagd wordt en hoe wij daar telkens opnieuw op inspelen. We zijn loyaal of onbetrouwbaar, we inspireren of klagen, helpen mee of zijn een blok aan het been. En steeds zijn onze evaluaties van onze eigen en andermans 'prestaties' onaf. Ze komen tot stand in een dynamiek van gesprekken die we met onszelf en met anderen voeren.

Mijn advies aan u is dit: hou op als slaaf te leven en probeer goed te zijn waar en wanneer het er werkelijk toe doet. Misschien ervaart u zo - al was het maar af en toe - dat u de middelmaat ontstijgt.

Hartelijke groet,
Joep Dohmen

Uittreksel


Blz. 13: Enige tijd geleden las ik in De Groene Amsterdammer een indrukwekkend essay. De titel daarvan luidt 'Hoe zou het zijn om ontwikkeld te zijn?' Het is geschreven door de filosoof Peter Bieri, de auteur van 'Het handwerk van de vrijheid' en in Nederland vooral bekend door zijn roman 'Nachttrein naar Lissabon'. Het essay maakt indruk omdat Bieri erin slaagt in enkele pagina's daadwerkelijk inhoud te geven aan het weerbarstige begrip 'zelfontplooiing.

Tegenwoordig gebruiken we weliswaar regelmatig begrippen als zelfontplooiing, zelfvervulling of zelfverwerkelijking, maar we weten nauwelijks meer wat ze betekenen.

Het gaat niet om onderwijs, bij- en nascholing, en ook niet om rijkdom, het vergaren van roem of het behalen van succes. Aangeboren eigenschappen ontwikkelen zich immers meestal vanzelf.

'Groeien' is het modewoord dat misschien in de buurt komt. We vinden tegenwoordig heel veel 'groei' in de lifestylebladen en dan lijkt het om innerlijke groei te gaan. Mensen hebben iets ondernomen waaruit zou blijken dat ze 'als mens' gegroeid zijn, spiritueel, mentaal, of anderszins. Dat klinkt goed, maar waar verwijst het naar?

De groeimetafoor van vandaag is vooral ontleend aan het kapitalisme en verwijst naar winstverwachting. In deze visie is zelfontplooiing hetzelfde als zelfmanagement, analoog aan het (top)managen van een succesvolle onderneming. Dan betekent zelfontplooiing dus ordinair 'winst maken, in de zin van succes hebben en een gevierd man of vrouw zijn. Juist het alomtegenwoordige streven naar materieel succes en roem, gevoegd bij de woekering van dure cursussen en coaching in (al dan niet spirituele) groei, hebben een begrip als zelfontplooiing ten onrechte in diskrediet gebracht. Daarom valt het toe te juichen als er een filosoof op het toneel verschijnt die kort en krachtig uitlegt dat zelfontplooiing iets heel anders is, en laat zien dat het ook voor onze laatmoderne samenleving een betekenisvol en richtinggevend ideaal kan zijn.

Bieri maakt duidelijk dat het bij echte zelfontplooiing vooral gaat om zelfkennis, morele gevoeligheid en het ontwikkelen van stijl en smaak. Zijn verhaal sprak mij aan omdat ik hoor bij die filosofen, ethici en humanisten die zich ook en misschien wel juist anno 2010 inzetten voor het vormen, ontwikkelen, bilden van laatmoderne individuen. Vanaf Socrates tot op de dag van vandaag is het humanisme op allerlei manieren geïnteresseerd geweest in een brede vorming van mensen. Van oorsprong heeft het humanisme twee kerntaken: het bevorderen van menslievendheid en het bevorderen van (zelf-)ontplooiing. Het grondprobleem van het humanisme is om die beide doelstellingen met elkaar in harmonie te brengen. Teveel zelfgerichtheid kan ten koste gaan van anderen en een te sterke sociale gerichtheid kan de individuele vrijheid op het spel zetten. In dit boek probeer ik een middenweg te vinden en ga ik op zoek naar een adequate voorstelling van wat ik hier gemakshalve omschrijf als 'sociale zelfontplooiing'. Daarmee probeer ik een nieuw moreel ideaal te verwoorden waarnaar volgens mij veel mensen expliciet of impliciet op zoek zijn.

De afgelopen decennia zijn we in een nieuwe, posttraditionele samenleving terechtgekomen. Traditie, religie en moraal zijn steeds meer geërodeerd door de opkomst van de markt, van wetenschap en techniek, en de invloed van de media. De klassieke gemeenschapsvormen zijn vervangen door een massamaatschappij waarin mensen structureel geïndividualiseerd worden en ieder voor zich een eigen levensstijl moet voeren. Van de richtlijnen voor het eigen leven heeft intussen niemand bericht gekregen. We hebben geen flauw idee wat dat is, een eigen houding of levensstijl, en bij gebrek daaraan vlucht menigeen in een commerciële lifestyle.

Net als vele anderen heb ik de afgelopen jaren een toenemend onbehagen gevoeld bij al die succesverhalen van mensen die de zin van hun bestaan uitdrukken in termen van materieel bezit, aandelen, geld en onroerend goed, van villa's, Nummers, cruiseschepen en privéjets. Voor deze poenerige stijl van leven krijgen ze alle aandacht en erkenning in de door henzelf gefinancierde commerciële media. Hun zorgeloze leven van succes en plezier wordt als het best mogelijke van alle levens opgevoerd. Tegelijkertijd blijkt een steeds grotere groep mensen slecht opgewassen tegen de eis van autonome zelfbeschikking. Veel mensen blijken nauwelijks in staat om voortdurend zelf keuzes te maken en zich te handhaven in de ratrace om de beste plaatsen. Ze raken in een depressie en worden vervolgens gemedicaliseerd. Hun leven wordt bedreigd door een 'biografische ineenstorting: De meeste mensen proberen intussen om zich zo goed en zo kwaad als het kan te handhaven. Er zijn weinig algemeen gedeelde voorstellingen en ideeën over hoe wij als van elkaar losgezongen en soms losgeslagen individuen van de massamaatschapij met elkaar een zinvolle samenleving kunnen vormen.

Recensie

door Tsenne Kikke
'Brief aan een middelmatige man' heeft als ondertitel 'Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal' meegekregen. In dit werk roept humanist Joep Dohmen op tot een nieuwe publieke moraal. Volgens hem kunnen we met behulp van de filosofie ons eigen leven een goede richting geven.

De term 'publieke moraal' doet in eerste instantie vermoeden dat Dohmen een nieuw stelsel van waarden en normen wil waaraan de gehele maatschappij zich zou moeten houden. Maar eerder is het tegendeel waar. In de inleiding van 'Brief aan een middelmatige man' maakt hij duidelijk dat hij juist het individu op het oog heeft:

De tragiek van het liberalisme is ,dat het zich ingezet heeft voor de emancipatie van individuen uit overheersende kaders, maar dat het nagelaten heeft om een moraal te ontwikkelen waarmee die bevrijde individuen hun autonomie zodanig gestalte kunnen geven dat we een samenleving overeind houden van even zelfredzame als op elkaar betrokken individuen.

Dohmen is een van de helderste 'apologeten' van de levenskunst of bestaansethiek. In dit boek spreekt hij ook wel over 'levenspolitiek'. Hierbij staat niet langer emancipatie centraal - de bevrijding van een groep - maar een bewuste uitdieping van het even moderne als onverschillige motto 'vooral jezelf zijn'.

Dat het een levenspolitiek is, duidt op het feit dat ik me als individu moet leren verhouden tot de sociale en maatschappelijke orde waarin ik met mijn leven en levensvragen word geïndividualiseerd. Op wie en waarop kan ik vertrouwen als ik mijn eigen leven wil leiden, als ik mezelf wil ontwikkelen op een goede wijze in een duurzame wereld?

De levenskunst is het post-traditionele of postmoderne alternatief voor het religieus en ideologisch bepaalde wereldbeeld. De levenskunst wijst 'overheersende kaders' af; een nieuwe, publieke moraal wordt individueel geleid. De levenskunst is individualistisch, maar niet egoïstisch. De levenskunst bindt niet, maar verbindt je.

Dohmen levert al te stevige politieke en ideologische retoriek: zo beschouwt hij persoonlijke groei als een kapitalistische metafoor die verwijst naar winstverwachting en vlucht volgens hem iedereen in de neoliberale massamaatschappij in een commerciële lifestyle. Op dat kritiekpunt na legt Dohmen noodzaak en doel van een nieuwe publieke moraal goed uit. Maar wat kan een middelmatig mens hiermee?

De middelmatige man uit de titel is een briefschrijver aan de Volkskrant die wanhopig de vraag stelde hoe hij eindelijk toch met zijn 'talentjes' in 'iets' zou kunnen uitblinken. De vaagheid en onkunde die uit zijn woorden blijken, zijn voor Dohmen aanleiding voor een hernieuwde oproep het leven werkelijk zelf richting te geven.

Een publieke moraal is een sociale houding, die iemand verwerft als hij in de praktijk van het dagelijks leven een eigen, verantwoordelijke levensstijl hanteert. Ik pleit voor een nieuwe cultuur van 'sociale' zelfontplooiing: een vorm van leven waarin mensen, aandachtig en creatief, even bescheiden als zelfbewust, ernaar streven om iets meer van hun leven te maken, niet ten koste van anderen maar samen en met het oog op anderen.

De brief vormt een ideaal praktijkvoorbeeld bij de historische en theoretische onderbouwing voor de levenskunst als zelfzorg die Dohmen schetst. Zelfzorg beschrijft Dohmen als een proces van zelfkennis (wie ben je, wie wil je zijn), van oefening (wat is de beste houding in dagelijkse situaties) en morele oriëntatie (hoe waardeer je iets, welke waarden hanteer je).

De middelmatige man, en volgens Dohmen vrijwel iedereen in onze samenleving met hem, leeft onverschillig als slaaf van vluchtige, oppervlakkige verlangens en sociale druk. Zijn eerdere werk 'Tegen de onverschilligheid' overtreft in praktische toepasbaarheid van de levenskunst de 'Brief aan een middelmatige man'. Maar dit laatste boek is relevanter vanwege de nadruk op het publieke, sociale aspect van een wijsgerige levensstijl.

Dohmen laat zien hoe Sire-spotjes, politieke oproepen tot fatsoen of normen en waarden, en de conservatieve vraag naar een herstel van traditionele maatschappelijke verbanden tekort schieten in een geïndividualiseerde samenleving en hoe de levenskunst een op maat te maken alternatief biedt. En, belangrijker nog, Dohmen maakt duidelijk dat elk middelmatig mens gehoor kan geven aan de oproep jezelf te worden.

- Dirk van der Lingen

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht