ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Claude Lévi-Strauss: tussen mythe en muziek

Originele titel: Ton Lemaire

Les chats

Claude Lévi-Strauss: tussen mythe en muziek Type: Hardcover
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 320 gram
Aantal Pagina's: 184
ISBN: 90-263-2168-6
ISBN-13: 978-90-263-2168-9
Categorie: Biografie
Richtprijs: € 22,5

Korte Inhoud


 Het oeuvre van de Franse antropoloog heeft in de tweede helft van de twintigste eeuw een stempel gedrukt op de sociale wetenschappen, die vergelijkbaar is met de invloed van Marx en Freud. Door de toepassing van de structurele methode heeft hij een omwenteling teweeggebracht in de bestudering van sociale organisaties, verwantschapsverhoudingen, classificatiesystemen, mythologie en tribale kunst. Maar ook buiten de culturele antropologie is zijn invloed te bespeuren, zoals in de literatuurwetenschap, de geschiedenis en de filosofie.

In deze studie zullen de belangrijkste elementen van zijn werk aan de orde komen, naast de relatie tussen zijn persoon en zijn wetenschapsbeoefening. Maar vooral zal Ton Lemaire aandacht besteden aan de wat minder bekende aspecten ervan, zoals de rol van literatuur, kunst en muziek. Bovendien zoekt hij naar de meer verborgen principes en vooronderstellingen van Lévi-Strauss’ oeuvre. Daarin blijkt een totaalvisie op cultuur, geschiedenis en de plaats van de mens in de natuur aanwezig te zijn, die ook nu nog op vele manieren te denken geeft.

Uittreksel


Blz. 24: Wetenschap en subjectiviteit

Al geruime tijd vóór Lévi-Strauss antropoloog werd, bleek hij een zekere predispositie te bezitten voor een structuralistische denkwijze. Hij vertelt namelijk al jong een grote belangstelling te hebben gehad voor de geologie; tot een van zijn meest indringende herinneringen behoort het plotselinge inzicht in de verborgen orde van het landschap in Zuid-Frankrijk waar hij wandelde. Elk landschap doet zich in eerste instantie voor als een totale wanorde, waarin agrarische, geografische en (pre)historische kenmerken zijn te onderscheiden. Maar bij aandachtige beschouwing ontdekt men wel degelijk een dieper liggende betekenislaag, die de vorige verklaart, namelijk de oudere geologische lagen en de geschiedenis van de aarde die eruit spreekt. Aan de verschillen in plantengroei, aan het vinden van fossielen aan weerskanten van een scheur waarvan de verschillen attenderen op millennia tussentijd, leest de wandelaar de infrastructuur van het landschap af. Dan [...] krijgen denken en zintuiglijkheid toegang tot een nieuwe dimensie waar elke zweetdruppel, elke spierbeweging, elk hijgen evenzovele symbolen worden van een geschiedenis waarvan mijn lichaam de beweging zelf opnieuw present stelt tezelfdertijd dat mijn denken er de betekenis van omvat. Ik voel me ondergedompeld in een dichtere intelligibiliteit, waarin de eeuwen en mijlen met elkaar overeenstemmen en eindelijk verzoende talen spreken'.

Kennismaking met het werk van Freud hield voor Lévi¬Strauss de toepassing in van een methode waarvan de geologie de canon verschaft, maar dan op het individu, wiens ogenschijnlijk irrationeel en chaotisch gedrag plotseling begrijpelijk wordt vanuit de vermoede constellatie van zijn onbewuste. En iets dergelijks geldt ook voor Marx' methode, die de historische gebeurtenissen probeert te verklaren vanuit een sociaal-economische infrastructuur. Geologie, psychoanalyse en marxisme tonen aan dat [...] begrijpen bestaat in het herleiden van een type werkelijkheid tot een ander; dat de ware werkelijkheid nooit de meest voor de hand liggende is; en dat de aard van het ware reeds doorschemert in de zorg waarmee het zich verbergt'. In al die gevallen doet hetzelfde probleem zich voor, [...] dat van de betrekking tussen het waarneembare en het rationele en het nagestreefde doel is identiek: een soort van "superrationalisme", dat beoogt het eerste in het tweede te integreren zonder iets van zijn eigenschappen op te offeren'.

Toen Lévi-Strauss in New York de structurele linguïstiek ontdekte, bleek die methodisch goed te verenigen met de drie genoemde wetenschappen. Want ook daarin zoekt men onder of achter de waarneembare taaluitingen een verborgen orde en men hoopt wetmatigheden te kunnen formuleren. Een onbewuste orde, wetten en een principiële discontinuïteit tussen beleving en verklaring zijn gemeen aan alle vier. Om door te stoten tot de werkelijke determinanten van de sociale/culturele wereld moet de onderzoeker niet blijven steken in de waarneembare, manifeste werkelijkheid zélf om niet de dupe te worden van de `illusies van de subjectiviteit', zoals bepaalde stromingen in de filosofie (fenomenologie, existentialisme). Daarin postuleert men juist een continuïteit tussen het beleefde en de werkelijkheid, terwijl het existentialisme persoonlijke preoccupaties verhief `tot de waardigheid van filosofische problemen'. Kortom, Lévi¬Strauss heeft al vroeg een strenge opvatting van wetenschappelijkheid tot de zij ne gemaakt, waarvoor met name de natuurwetenschappen model hebben gestaan. In zijn werk heeft hij ook herhaald, dat de menswetenschappen nog lang geen 'echte' wetenschappen zijn zolang ze niet in staat zijn werkelijke wetten op te stellen. Daarom kan men hem een sciëntist of positivist noemen.

Recensie

door Tsenne Kikke
De auteur beschrijft de antropologie van de Franse geleerde Levi-Strauss (1908) die structuren en systemen van verwantschap, riten en mythen analyseerde, op basis van onderzoek onder indianen in Brazilie en Noord-Amerika. Zijn aanpak heeft de sociale wetenschappen sterk beinvloed. De Nederlandse auteur, antropoloog en filosoof, gaat uitgebreid in op de persoonlijkheid van Levi-Strauss, zijn wetenschapsleer, mens- en wereldbeeld en de sociologen, musici en denkers zoals Boas, Durkheim en Wagner die hem hebben beinvloed. Levi-Strauss is volgens hem een man van tegenstellingen. Zo ziet hij geen vooruitgang in het denken, maar erkent tegelijkertijd wel de superioriteit van de moderne wetenschap. Levi-Strauss is zowel rationalist (bijvoorbeeld in het abstract beschrijven van een cultuur) als romanticus (de hang naar natuurbeleving). Hij zoekt naar wetmatigheden maar is ook degene die als eerste tribale kunst vergeleek met moderne kunst. De auteur geeft een veelheid aan theorieën en persoonlijke achtergronden die gevolgen hadden voor het werk en denken van Levi-Strauss. Niet alle lijken even belangrijk. Met katern van acht foto's, noten, literatuurlijst en personenregister.

Lisette Eindhoven

In de jaren zestig beleefde het Franse structuralisme haar hoogtepunt in de filosofie, met vertegenwoordigers als Michel Foucault, Louis Althusser, Jacques Lacan, Roland Barthes en Claude Lévi-Strauss. Van dit zeer eminente gezelschap leeft alleen de laatste nog. Dit jaar hoopt hij honderd te worden en als eerbetoon aan het indrukwekkende oeuvre van deze antropoloog heeft de cultuurfilosoof Ton Lemaire Claude Lévi-Strauss. Tussen mythe en muziek geschreven.

Lemaire kent het werk van Lévi-Strauss van binnen en van buiten. Dit blijkt wel uit de vele facetten die Lemaire in twintig hoofdstukjes weet te presenteren en die stuk voor stuk rijk gelardeerd zijn met prachtige citaten uit het werk van een antropoloog die, naar eigen zeggen, een grote weerzin voelde voor het schrijfproces.

Het is niet zo gemakkelijk om Lemaires boek te karakteriseren. Het wil geen inleiding zijn, zoals de auteur aan het begin duidelijk maakt. Lemaire wil zich concentreren op thema's die zich in de marge van Lévi-Strauss' werk ophouden, zoals literatuur, mythe en muziek. Tegelijkertijd worden deze thema's pas in de tweede helft van het boek aan de orde gesteld en lijkt de eerste helft wel degelijk een inleidende functie te hebben. Maar toch neemt Lemaire geen genoegen met zomaar een introductie. Hij wil ook psychologiseren: dikwijls breekt hij een interessante theoretische kwestie abrupt af om vervolgens de vraag te stellen hoe de mens Lévi-Strauss toch tot deze standpunten heeft kunnen komen. Dit is voor de lezer die vooral iets meer wil begrijpen van Lévi-Strauss' oeuvre ergerlijk. Het vijfde hoofdstuk over de joodse achtergrond van Lévi-Strauss, waarin de clichés over elkaar heen tuimelen, vormt wat dit betreft een dieptepunt.

Tegelijkertijd wisselt Lemaire deze mindere hoofdstukken af met intrigerende, meer bespiegelende hoofdstukken, zoals het zevende. Daarin laat hij Lévi-Strauss uitgebreid aan het woord over de plaats van de mens temidden van de werkelijkheid. Lévi-Strauss stelde dat de werken van de mens zullen worden alsof ze niet hebben bestaan, omdat er geen bewustzijn meer is om zelfs maar de herinnering aan die kortstondige bewegingen te bewaren, behalve door enkele snel uitgewiste trekken van een wereld met voortaan onbewogen gezicht, de ingetrokken constatering dat ze hebben plaatsgevonden, dat wil zeggen niets.

Door de verschillende zaken en de verschillende invalshoeken die Lemaire in slechts honderdvijftig pagina's aan de orde wil stellen, komt de uitleg van Lévi-Strauss' werk behoorlijk onder druk te staan. Zo wordt er bijvoorbeeld niet uitgelegd wat Lévi-Strauss precies met symbool en symbolisering bedoelt, terwijl dit woord veelvuldig voorkomt in Lemaires tekst. Daarnaast zijn de opmerkingen over De Saussures taaltheorie, die voor elk van de structuralisten cruciaal is geweest, weliswaar verhelderend maar tevens veel te beknopt. Lemaire wijst er zelf vaak op dat de taal het model is waarnaar Lévi-Strauss niet alleen zijn antropologie, maar ook zijn overwegingen over mythe en muziek modelleert. Bovendien waren er in de Franse kringen waarin Lévi-Strauss verkeerde verschillende opvattingen over de taal. In feite is de vraag wat taal is de cruciale vraag om de verschillen tussen hermeneutiek, structuralisme en poststructuralisme te kunnen begrijpen. In deze context is een meer substantiële uitleg van Lévi-Strauss' taaltheorie geen overbodige luxe, maar bittere noodzaak.

Een verwant probleem is dat de intellectuele discussie met Lévi-Strauss en het structuralisme, die Lemaire in de inleiding belooft, er vrij bekaaid afkomt. De fundamentele discussie tussen het structuralisme en de godsdienstfenomenologie of de hermeneutiek wordt tweemaal kort genoemd, maar daarin wordt niet duidelijk gemaakt wat op het spel staat. De discussie met de poststructuralisten lijkt zelfs helemaal afwezig te zijn in het boek. Alleen bij een heel welwillende lezing zouden we aan het slot van het zeventiende hoofdstuk iets van deze gedachtewisseling kunnen terugvinden.

De discussies zijn van groot belang om te kunnen begrijpen waarom het structuralisme zo aan kracht heeft ingeboet. In de jaren zestig verschenen er twee boeken van Lévi-Strauss in vertaling. Daarna heeft hij nog heel wat geschreven, maar in Nederland werd het niet meer vertaald. Hoe komt het dat het structuralisme zo heftig opleefde in de jaren zestig en daarna bijna net zo snel weer in de anonimiteit wegzonk? Hierover vinden we nauwelijks iets terug in het boek van Lemaire. En dat is vreemd, omdat een vluchtige blik op de bibliografie leert dat Lemaire voluit bekend is met de geschiedenis van het structuralisme. Wellicht vond Lemaire dat alles een al te filosofische exercitie voor een bespreking van het werk van een antropoloog die zich altijd zo laatdunkend over de wijsbegeerte heeft uitgelaten. Maar niettemin krijgt de lezer zo een boek voor ogen dat wel de ontstaansgeschiedenis van het oeuvre, maar niet de doorwerking en de kritiek erop laat zien.

- Gert-Jan van der Heiden -

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht