ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Dante - de dichter, de denker, de mens

Originele titel: Dante - The poet, the poltical thinker, the man

Barbara Reynolds

Dante - de dichter, de denker, de mens Type: Hardcover
Uitgever: Ambo | Anthos
Gewicht: 960 gram
Aantal Pagina's: 547
ISBN: 90-263-2165-1
ISBN-13: 978-90-263-2165-8
Categorie: Biografie
Richtprijs: € 45

Korte Inhoud


Dieren lijken soms meer op elkaar dan je zou denken. Wat hebben een bij en een zebra of een spin en een inktvis met elkaar gemeen? Kijk maar in dit boek en je komt het te weten!In deze nieuwe biografie van Dante Alighieri (1265-1321) keert Barbara Reynolds terug naar zijn oorspronkelijke gedichten en teksten om geheimen rondom de dichter te ontsluiten die niet eerder zijn opgehelderd. Wat is de betekenis van de geheimzinnige voorspellingen die lezers door de eeuwen heen hebben gekweld? Hebben we ons altijd vergist in de identiteit van Beatrice? Rookte Dante cannabis om zijn creatieve geest te stimuleren. Barbara Reynolds herschrijft de mythe rondom Dante. Hij was geen dichter die smachtend zijn verdriet van zich afschreef, maar een ambitieus man die vocht in oorlogen die het Italiaanse schiereiland in hun greep hielden. Hij was een groot geloofsverdediger, een meesterlijk redenaar, een begenadigd politicus en begaafd filosoof, en waarschijnlijk biseksueel. Meer nog dan als groot literair werk was de 'Divina Commedia' bedoeld als een krachtig manifest voor een verenigd Europa onder het leiderschap van een wereldlijke keizer.

Uittreksel


Blz. 63: De eerste jaren in ballingschap

Het is mogelijk dat paus Bonifatius de Florentijnse afgezanten niet in Rome heeft ontvangen, maar in Anagni, waar hij zich vaak terugtrok in het paleis van zijn familie. Anagni ligt zo'n 45 kilometer ten zuidoosten van Rome,op een heuvel in de provincie Frosinone, waar het een schitterend uitzicht biedt op de vallei van de Sacco en de bergen Laziali en Lepino. Wellicht heeft Dante hier in zijn vrije tijd door de nauwe straten van de ommuurde stad gewandeld en heeft hij gebeden in de kathedraal. De kathedraal met het schip met zijbeuken, met het afwisselende plein en de zuilvormige penanten,met de drie oostelijke apsissen en met de spectaculaire crypte met veelkleurige mozaïekvloer. De kathedraalwaarvan de muren waren beschilderd met fresco's van Bijbelse taferelen en allegorieën van de wetenschappen en figuren van de evangelisten en heiligen. Het Caetani-paleis is niet bewaard gebleven, maar toen Dante en de twee andere afgezanten hier misschien werden ontvangen, straalde het de pracht en praal van de pauselijke waardigheid uit. Kort hierna zou de stad het toneel vormen van een sensationele misdaad.

Nadat hij eindelijk was vrijgelaten reed Dante over de winterse wegen naar het noorden, vergezeld van een gewapend escorte en met in zijn zadeltassen de weinige kledingstukken en eigendommen die hij had meegenomen voor een verblijf waarvan hij had aangenomen dat het slechts kort zou duren. Toen hij Siena naderde bereikte hem het nieuws van de ramp die in Florence de Witte Welfen had getroffen. Het moorddadige geweld, de plunderingen en de verwoesting van huizen, waaronder dat van hem, maakten het hem onmogelijk om terug te keren. Er was geen enkele mogelijkheid om contact op te nemen met zijn vrouw.

Aangezien Gemma een Donati was, en een nicht van Corso, mocht hij hopen dat zij en de kinderen onderdak en bescherming hadden gekregen. Dit lijkt inderdaad het geval te zijn geweest. Voor Dante zelf was op dat moment de enige keuze om zich aan te sluiten bij zijn medeballingen, die zich in het nabij Siena gelegen Gargonza verzamelden. Terwijl hij geschokt en gekweld verder reed,dacht hij na over wat er was gebeurd.Hij wist dat Karel van Valois de opdracht had gekregen de constitutie van Florence te respecteren en slechts als vredestichter op te treden. Het was nu duidelijk dat hij niet van plan was geweest dit te doen. Dit was opzettelijk verraad en Dante zou hem later vol minachting beschrijven als iemand die 'bewapend [was] met de lans van Judas'. Hij zag nu echter duidelijk in dat de werkelijke schurk paus Bonifatius was, die had geïntrigeerd en plannen had gesmeed om de controle over Florence te krijgen. Met dit doel had hij zelfs voorkomen dat Dante, de meest bekwame van de drie afgezanten, de andere Witten zou waarschuwen dat ze op hun hoede moesten zijn. In Dante's hart flakkerde een woeste haat op, die nooit zou doven en die uiteindelijk de brandstof leverde voor het grote werk dat hij zou gaan schrijven.

Zijn aankomst in Gargonza moet opwinding hebben veroorzaakt en belangstelling hebben gewekt. Hier was Dante Alighieri, de eminente en eloquente literator, bekleed met de waardigheid van een voormalige prior, die onlangs nog had onderhandeld met de paus. Verbanning was in die tijd een veelgebruikt wapen. De ballingengemeenschap die hem ontving was slechts een van vele van dergelijke groepen van politieke vluchtelingen, die ervaren waren in het regelen van onderdak, voedsel, kleding en het verdelen van financiële middelen. Onmiddellijk betrokken ze hem bij hun plannen om terug te keren naar Florence, hetzij door middel van onderhandelingen, hetzij door geweld.Ze waren met te weinig mensen om zelf actie te ondernemen. Hoe weerzinwekkend ook, er zat niets anders op dan gemene zaak te maken met de eerder verbannen Ghibellijnen, van wie sommigen al sinds de nederlaag tegen de Welfen in de slag van Benevento in 1266 als tweede of derde generatie in ballingschap leefden. Hun eerste gezamenlijke overleg vond vermoedelijk plaats in februari 1302. Er bestond ongetwijfeld een groot verschil tussen deze nieuwe ballingen, die nog nauwelijks van de pijnlijke schok waren bekomen, en zij die zich hadden aangepast aan hun lastige situatie en een nieuw bestaan hadden opgebouwd, hoewel ze nog altijd een verlangen naar wraak koesterden en hoopten ooit in triomf terug te kunnen keren.

Een tweede bijeenkomst vond plaats in juni 1302 in San Godenzo, dertig kilometer ten noordoosten van Florence. Er werden plannen gemaakt voor een militaire operatie. Zodoende bevond Dante, de voormalige cavalerist, zich op zevenendertigjarige leeftijd opnieuw in een wereld van strijd en militaire strategie. Ondertussen was hij tot tweemaal toe veroordeeld tot ballingschap. Op 27 januari 1302 waren hij en vier anderen in absentia beschuldigd van corruptie. Het werd hun verboden in Florence ooit nog een openbaar ambt te bekleden, ze werden voor twee jaar uit de stad verbannen en kregen een boete van vijfduizend florijnen. Ze moesten binnen drie dagen voor de nieuwe prioren verschijnen om de boetes te betalen. Wanneer ze dat niet deden werden hun bezittingen verbeurd verklaard. Op 10 maart werd de verbanning van Dante en veertien anderen verlengd tot in de eeuwigheid, met de bijkomende bepaling dat wanneer ze terugkeerden naar Florence, ze levend verbrand zouden worden.

Dante kon niet anders dan samenwerken met zijn medeballingen. Er arriveerden er steeds meer en zij kwamen met verhalen over rellen,moorden en het in brand steken van bezittingen. Ze begonnen met hun militaire operatie. Er waren verschillende schermutselingen, die in meerderheid werden gewonnen door de Zwarten. In de zomer van 1302 vonden er gevechten plaats in de Mugello-vallei, die voortduurden tot in september en die onbeslist eindigden. Er wordt gezegd dat Dante deelnam aan deze eerste gevechten,hoewel hij hiervoor iets te oud lijkt te zijn geweest. Vermoedelijk was hij nuttiger als afgezant en woordvoerder. In de herfst van 1302 vertrok hij naar het in de Romagna gelegen Forlì, dertig kilometer ten noordoosten van San Godenzo. Het was zijn taak de hulp in te roepen van Scarpetta Ordelaffi, het hoofd van een Ghibellijnse familie, die voor Witte Welfen acceptabel was als opperbevelhebber. Er werden plannen gesmeed om in maart 1303 Florence aan te vallen. Deze onderneming, die bekend staat als de tweede Mugello-oorlog, werd voor de ballingen een vernederend debacle.

In mei of juni 1303 was Dante in Verona, aan het Ghibellijnse hof van Bartolommeo della Scala. Hij zou Verona gaan beschouwen als zijn belangrijkste toevluchtsoord en het lijkt erop dat Bartolommeo de gevierde dichter uit Florence op genereuze wijze heeft verwelkomd. Dante's oorspronkelijke doel was wellicht het verwerven van Bartolommeo's steun in de strijd tegen de Zwarten. In Verona trof hij andere Florentijnen, onder wie leden van de familie Alighieri, neven van vaderszijde. Eveneens in Verona bevond zich Lapo degli Uberti, de zoon (of neef) van de befaamde krijgsheer Farinata, in 1260 de overwinnaar van de slag bij Montaperti tegen de Florentijnse Welfen, en die Dante in Inferno zo beeldend zou beschrijven. De gesprekken met Lapo en andere leden van de Uberti-familie zullen bij hem ongetwijfeld een levendig beeld hebben opgeroepen van de Ghibellijn die louter door de kracht van zijn persoonlijkheid erin was geslaagd de beslissing van de overwinnaars om Florence met de grond gelijk te maken, terug te draaien. Waarom, vroegen zijn nakomelingen, bleven de Florentijnen zo'n hevige vendetta tegen hen voeren? Zoals we gezien hebben legt Dante in canto X van Inferno de ziel van Farinata deze vraag in de mond en laat hij hem in feite een pleidooi voor verdraagzaamheid houden.

Als de befaamde auteur van liefdesgedichten zal Dante een interessante figuur zijn geweest. Dat gold vooral voor vrouwen, van wie sommigen misschien hoopten dat zij hem konden troosten voor het verlies van Beatrice. In de familie van de schilder Altichiero deed het verhaal de ronde dat zij afstammen van een kind dat voortkwam uit een buitenechtelijke relatie die Dante in deze periode van zijn leven zou hebben gehad.Hij moet enige seksuele afleiding hebben gezocht en in verschillende gedichten die hij tijdens zijn ballingschap heeft geschreven komen verwijzingen naar liefdesaffaires voor.

Terwijl hij nog steeds gast was aan het hof van Bartolommeo vond er een gebeurtenis plaats die de christelijke wereld schokte. Wat bekend werd als 'het schandaal van Anagni' was een heiligschennende aanval op paus Bonifatius, die hem uiteindelijk het leven zou kosten. Een van de vijanden van Bonifatius was Filips IV van Frankrijk, die zonder pauselijke toestemming belasting bleef heffen van de geestelijkheid. Bonifatius vaardigde een bul uit, waarin dit op straffe van excommunicatie werd verboden. Als reactie hierop verbood Filips de uitvoer van geld en kostbaarheden, waardoor de pauselijke inkomsten sterk afnamen. Bonifatius deed enkele concessies, waartoe hij werd gedwongen door zijn oorlog tegen de familie Colonna, bittere vijanden van de Caetani. Tegen hen voerde Bonifatius een succesvolle oorlog en in 1298 gaven zij zich over. Ze werden geabsolveerd maar kregen hun bezittingen niet terug. Sommige Colonna's vluchtten naar Frankrijk en spanden met Filips samen tegen Bonifatius.

Om zijn eigen belangen te dienen riep Filips een concilie bijeen om aanklachten tegen Bonifatius wegens ketterij en losbandigheid te onderzoeken. Onmiddellijk hierop kondigde de paus aan dat hij hem zou excommuniceren. Aan de vooravond van de publicatie van de bul werd Bonifatius in zijn residentie Anagni aangevallen. Dat was op 6 september 1303. De coup werd geleid door Sciarra di Colonna en de Franse afgezant Guillaume de Nogaret. Zij werden geholpen door een aantal Italianen die grieven tegen Bonifatius koesterden. Ook hadden ze bondgenoten in Anagni.

Recensie

door Tsenne Kikke
Natuurlijk was Dante (1265-1321), de schepper van de 'Divina Commedia', een kind van zijn tijd. Maar juist door het schrijven van de 'Goddelijke Komedie', die de actualiteit opzoog als een spons, demonstreerde de Florentijn hoe hij zijn tijdperk politiek, maatschappelijk en intellectueel had overstegen.

Het was in Dante's tijd niet vanzelfsprekend om de scheiding van kerk en staat te bepleiten, om op te komen voor de verankering van het recht als voornaamste basis van maatschappelijke ordening, laat staan om tirannieke heersers en op wereldlijke macht beluste pausen te verbannen naar de hel, ook al was die nog zo fictief. Maar leven en werk van Dante zijn een onafgebroken pleidooi voor zo'n nieuwe staatsinrichting.

Dante koesterde een religieuze verering voor de idee van het recht. In de politiek was hij een voorstander van het seculiere gezag, dat voor de schrijver belichaamd werd in de persoon van een keizer (Hendrik VII) die, gebonden door dat recht, over heel Europa zou regeren om zo het geluk van de mensen te bevorderen.

Maar om die nieuwe ideeën in te kleden, maakte Dante in zijn Commedia gebruik van beelden die al lang bestonden en die iedereen in zijn tijd begreep. In de omgang met die tradities was Dante echter bijzonder onconventioneel.

In Dantes Paradijs wordt ook gehaat, en zelfs in de Hel bestaat de liefde. Dat was nieuw, en modern. Dat was een bewijs van Dantes ondogmatische manier van denken en een getuigenis van zijn authentieke gevoelens die meer dan eens in conflict kwamen met zijn godsdienstige overtuigingen.

In zijn essay Dante, de onontkoombare (2006), heeft de Albanese schrijver en Dante-bewonderaar Ismail Kadare terecht opgemerkt dat de drie delen van Dantes gedicht - Hel, Louteringsberg en Paradijs - de drie 'staten' zijn waarin wij allemaal simultaan verkeren, altijd en overal.

Dante is vaak toornig en onverzoenlijk, dat blijkt ook uit zijn oeuvre. Als hij een diplomaat was geweest, had hij zijn Commedia nooit kunnen schrijven. Zijn impulsiviteit was ook een onvervreemdbaar deel van zijn artistieke temperament. Hij was opvliegend en choleriek, maar ook rechtvaardig, gevoelig en ontvankelijk voor het menselijke streven naar geluk.

Zijn religiositeit lag in het verlengde van zijn nieuwsgierigheid. Hij was ervan overtuigd dat het gebruik van de rede en het zoeken naar de waarheid bronnen van grote vreugde zijn. Centraal staat zijn geloof in de vrije wil, die voor Dante de essentie is van het menselijk bestaan.

In de 16e zang van de Louteringsberg verwerpt de Florentijn het denkbeeld dat alles in de sterren geschreven staat. De treurige consequentie van het determinisme zou er dan volgens Dante zo uitzien:

U zou niet blij zijn om een goede daad,
En ook het kwade zou niet zwaar meer wegen.

In zijn essay de Divina Commedia (1980) heeft de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges iedereen aangespoord om het meesterwerk van Dante te lezen. 'Waarom ons het geluk onthouden dat het lezen van de Commedia betekent? Bovendien gaat het niet om moeilijke lectuur.

Moeilijk is wat zich achter de lectuur bevindt: de meningen, de discussies; maar het boek op zich is kristalhelder.' Van zichzelf heeft Borges in dit verband gezegd dat hij een hedonistische lezer is, en voor zo iemand valt er in de Divina Commedia - zeker voor wie haar in het Italiaans kan lezen - oneindig veel te genieten.

Borges benadert Dante op een onbevangen manier. Met genoegen vertelt hij hoe hij de Divina Commedia in Buenos Aires las tijdens de lange en langzame tramreizen naar en van zijn werk. Geen wonder dat mijn kennismaking met Borges' opstel mijn drempel tot Dantes meesterwerk drastisch verlaagde: een boek dat je in de tram kon lezen, kon onmogelijk zo gecompliceerd zijn als zijn reputatie liet vrezen. Dat klopte.

Toen ik de Divina Commedia begon te lezen, was ik meteen in de ban van de toon waarin de ik-verteller, die niemand minder dan Dante is, in de eerste zang van de Hel zijn angst uitdrukt en overwint als hij de nacht en het donkere woud achter zich laat en het licht ontwaart:

Zoals een man die, door de zee gespaard,
Zich hijst aan land en onder diepe zuchten
Omziet en naar het dreigend water staart,
Zo bleef mijn geest nog de gevaren duchten,
Terwijl ik omkeek naar de plaats waaraan
Geen sterveling ooit levend kon ontvluchten.

Sinds ik Borges' onbevangenheid als leidraad nam, sta ik nogal sceptisch tegenover alle zogenaamd secundaire literatuur. Die scepsis is niet verdwenen nadat ik Barbara Reynolds' pas uit het Engels vertaalde studie Dante. De dichter, de denker, de mens heb gelezen.

Ik moet eerlijk bekennen dat het korte essay van Borges me veel meer aanspreekt en stimuleert dan het lange vertoog van Reynolds. Een groot bezwaar tegen de studie van Reynolds is dat ze alle kanten opgaat, waardoor ze in diffuusheid implodeert.

Wat als een historische biografie lijkt te beginnen, gaat nogal abrupt over in een exegese van de hele Divina Commedia en verzandt in een armzalige epiloog waarin haastig wordt meegedeeld dat Dante in 1321 op 56-jarige leeftijd aan malaria stierf.

Hoe dan ook, er bestaan voldoende uitgaven van de Divina Commedia waarin Dantes meesterwerk verhelderend wordt becommentarieerd, ook in het Nederlands. Ik verwijs hier natuurlijk naar de schitterende rijmvertaling van de Divina Commedia en het bijbehorend commentaar van Ike Cialona en Peter Verstegen, gebundeld in de twee kloeke delen die in 2000 in de prachtige gouden reeks van Athenaeum - Polak & Van Gennep verschenen zijn.

Het is mij niet duidelijk waarom Rob Hartmans, de vertaler van Reynolds' boek, voor de vertaling van Dantes geciteerde verzen aan een niet-rijmende vertaling de voorkeur gaf. Zijn mening dat een prozavertaling (die van Rob Brouwer) inhoudelijk het best aansluit bij Reynolds' boek, heeft me niet overtuigd.

Hartmans geeft daarvoor geen argumenten en de feiten zelf pleiten tegen zijn stelling: in de originele Engelse versie heeft Reynolds zelf gekozen voor een rijmvertaling, wat logisch is, aangezien ze in haar boek niet ophoudt te beklemtonen (hoofdstuk 12 en 14) hoe dol Dante was op rijm (dat hij de concatenatio pulcra of 'de mooie verbinding' noemde).

Reynolds schrijft dat Dantes rijm ook fungeerde als hulpmiddel voor het geheugen en als beveiliging tegen omissies en veranderingen door kopiisten, maar doorslaggevender is natuurlijk dat het schering-en-inslagpatroon van de terza rima (een uitvinding van Dante) ervoor zorgt dat elk canto als een kostbaar weefsel gaat schitteren.

Reynolds: 'Het is duidelijk dat hij [Dante] tijdens het schrijven van deze verzen luisterde naar het effect dat ze zouden hebben wanneer ze hardop werden gelezen. Dat is waarom hij variatie aanbrengt in hoogte en toon, nu eens alledaagse spreektaal gebruikt, en op andere momenten een taal hanteert die afschrikwekkend, verfijnd of lyrisch is. Degene die de tekst voorleest, en vermoedelijk was hij dat in eerste instantie zelf, wordt door deze uiteenlopende stijlen uitgedaagd al zijn acteertalenten aan te spreken.'

Het is inderdaad een plezier om Dantes rijmen hardop voor te lezen, want daardoor krijgen we ook een idee van het genot - de koude extase - dat Dante zelf gevoeld moet hebben toen hem al dichtend duidelijk werd dat hij zou kunnen slagen, in het kleine én het grote. Het grote, dat zijn de 99 canto's (en de proloog) waaruit de Commedia bestaat. Het kleine, dat is Dantes taal, die zich niet alleen naar de emoties plooit, maar die emotie is.

In Dantes taal trillen de lippen (la bocca mi basciò tutto tremante) van de mooie, overspelige Francesca, die tijdens de gezamenlijke lectuur van Lancelot door haar schoonbroer Paolo wordt gekust: 'En hij die nooit zijn trouw aan mij zal breken,/ Kuste mijn mond toen, [tutto tremante] bevend en belust.'

Dit tafereel is een van de aangrijpendste uit de hele Commedia: omdat ze geen berouw hebben over hun zonde, zijn Paolo en Francesca voor eeuwig verdoemd, maar Dante laat toch uitschijnen dat ze samen in de hel gelukkiger zijn dan van elkaar gescheiden in het paradijs. Het emotionele conflict is zo groot dat we Dante op zijn woord geloven als hij vertelt dat hij in de hel flauwvalt nadat hij daar het hele relaas van Francesca heeft gehoord: E caddi come corpo morto cade ('En buiten kennis viel ik neer, als dood').

Reynolds' Danteboek is cursusmatig. Er valt aan af te lezen dat haar Dante een bewerking is van de colleges die ze aan de universiteit van Cambridge heeft gegeven.

Als we de biografische essentie van Dantes leven willen leren kennen, kunnen we met even veel profijt R.W.B. Lewis' tamelijk recente Dante Alighieri doornemen, of Frans van Doorens Met Dante door Italië, en, met enige voorzichtigheid natuurlijk, ook Giovanni Boccaccio's klassieke Het leven van Dante.

Toch zou het niet fair zijn om enkele verdiensten van Reynolds te verzwijgen. Ze is erin geslaagd de lezer een idee te geven van de religieuze, politieke en emotionele eenzaamheid van een denker en dichter die in zijn leven het ene na het andere verloor: eerst Beatrice, de vrouw op wie hij in Florence verliefd werd en die zo jong stierf, daarna Florence zelf, de stad die hem voortgebracht en verbannen had, en daardoor ook zijn gezin, zijn huis en zijn bezit.

Dat verlies zette hij in een unieke krachttoer om in een werk dat in de wereldliteratuur zijn gelijke niet kent.

- Piet De Moor -
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht