ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Einstein - een biografie

Originele titel: Einstein, eine Biographie

Jürgen Neffe

Einstein - een biografie Type: Paperback
Uitgever: Ten Have
Gewicht: Onbekend
Aantal Pagina's: 365
ISBN: 90-259-5551-7
ISBN-13: 978-90-259-5551-9
Categorie: Biografie
Richtprijs: € 24,9

Korte Inhoud


Een briljant geschreven biografie over een van de markantste persoonlijkheden van onze tijd - en tegelijk een spannend verslag van prestaties en grenzen van de moderne wetenschap.

Dit populair-wetenschappelijke boek vertelt het levensverhaal van een geniale wetenschapper en laat de lezers tegelijk kennismaken met een interessante periode van onze geschiedenis. Het is een buitengewoon toegankelijke beschrijving van het leven en werk van een man die ons wereldbeeld revolutionair heeft veranderd. De mens Einstein met zijn ongewone uiterlijk staat voorop. Wat zit er achter de mythe rond deze man en welke betekenis heeft zijn werk voor deze tijd?

Uittreksel


Blz. 7: Proloog - Einsteins geheim

Princeton, New Jersey, 18 april 1955. Een zonnige maandagmorgen. In het ziekenhuis van het universiteitsstadje begint de patholoog Thomas Harvey aan zijn dienst. Op de ontleedtafel in de autopsiekamer treft hij een lijk aan zoals een arts dat maar zelden in zijn leven ziet. Aanvankelijk verloopt de dag van deze 42-jarige arts zoals elke werkdag. Hij neemt het ziekenhuisformulier en voert de data in. Voornaam: Albert - Achternaam: Einstein - Geslacht: man - Leeftijd: 76 jaar - Jaar: 1955 - Volgnummer van de lijkschouwing: 33. En dan begint de patholoog aan zijn werk.

Hij plaatst het ontleedmes achter het oor van de dode en trekt het via de hals en borstkas door de koude, bleke huid heen naar de onderkant van zijn buik. Daarop doet hij hetzelfde vanaf het andere oor. Op het lichaam van de dode ziet hij een snee in de vorm van een ypsilon, een techniek die 150 jaar eerder door de Berlijnse arts Rudolf Virchow in de pathologie was ingevoerd.

Uit de buikholte van de dode sijpelt bloed. Harvey vermoedt dat een gesprongen aorta de doodsoorzaak is geweest. Even later blijkt dat hij gelijk heeft. Einstein had al jarenlang last van aneurysma, een met bloed gevulde uitstulping van de buikslagader. Blijkbaar is die door een zwakke plek in de vaatwand in die nacht gesprongen. Het onverbiddelijke gevolg: inwendige bloedingen en de dood. Dit resultaat deelt de arts mee aan de verslaggevers, die voor de kliniek wachten en het nieuws tot in detail de wereld in sturen.

De patholoog is de natuurkundige tijdens zijn leven verschillende ma¬len tegen het lijf gelopen. Niets bijzonders in een kleine stad zoals Princeton, waar Einstein de laatste 22 jaar van zijn leven doorbracht. Harvey heeft zijn beroemde plaatsgenoot slechts eenmaal persoonlijk gesproken. Bij een huisbezoek waar hij een collega verving.

"Ik zie dat u van geslacht bent veranderd," had Einstein lachend gezegd toen de dokter de kamer binnenkwam. Blijkbaar had hij een voorkeur voor de vrouwelijke variant van medische zorg. Het genie lag in zijn bed, dat bijna de halve kamer in beslag nam. Zijn sterke lichaam lag onder een dekbed, de beroemde haardos op het kussen. De patiënt had weer eens last van spijsverteringsproblemen, die hem al sinds zijn kindertijd plaagden.

Harvey vroeg hem een arm uit te steken. Hij zocht een geschikte ader, stak de naald door de huid en trok het bloed in de injectiespuit. Ondertussen vertelde hij hoe hij voor de oorlog met vrienden een paar weken lang door Europa had gefietst en daarbij ook Duitsland had gezien. De emigrant luisterde. Ten slotte reikte de arts hem een glazen fles en verzocht hem om daarin te urineren. Toen Einstein uit de badkamer kwam en hem de lichaamswarme vloeistof gaf, schoot de gedachte door zijn hoofd: "Dit is van het grootste genie aller tijden."

Voor hem ligt het koude lijk van het genie. Dit is de laatste kans om iets van zijn dode lichaam weg te nemen, voordat het naar het crematorium gaat. Iets waar de wereld later naar zou komen kijken. De patholoog voelt dat dit het moment is. Zijn enige kans. Geval 55 - 33 zou zijn leven veranderen. Hij neemt zijn besluit.

Bij autopsie is het niet ongebruikelijk om de hersenen te verwijderen en te onderzoeken. Maar wat Harvey doet, is niet iets wat zijn eed als arts hem voorschrijft of wat hem opgedragen is. Hij zaagt het hoofd open en snijdt de inhoud eruit. Als Hamlet met de schedel in zijn hand weegt hij de hersenen. Hij weet het zeker: de sleutel tot het geheim van deze grote denker ligt verborgen in deze 2 1/2 pond. Als het hem zou lukken om dit orgaan te verduisteren, dan zou hem roem en eer ten deel vallen. Hij besluit om het orgaan mee te nemen en het niet terug te geven.

Princeton Hospital, een half jaar later. Zoals een dader die steeds weer de plaats van zijn delict opzoekt, bezoekt Harvey de voormalige autopsiekamer. Een achterkamer zonder ramen met veel neonlicht. Half kantoor, half laboratorium. Vol met flessen, kolven en koelboxen, emmers, documentatie en afgekeurd meubilair. In het midden staat nog steeds de stalen tafel. De grijs geworden man wacht. Hij draagt een vest zonder mouwen over zijn sporthemd. De ouderdom heeft een in elkaar gedoken gestalte van hem gemaakt. Meer dan negentig jaar oud is hij.

Ongevraagd komt een jonge arts in een witte jas de kamer binnen en zet een kartonnen doos op de stalen tafel. Harvey opent de doos als iemand die de sloten al duizenden malen geopend heeft. Uit de doos haalt hij een paar gekreukelde doeken tevoorschijn. Vervolgens pakt hij twee zware grote glazen wekflessen uit de kist. Beide flessen zijn gevuld met een gelige doorschijnende, enigszins troebele vloeistof. Daarin zit, in fijn gaas gewikkeld en van kleine genummerde plaatjes voorzien, een grauwe roze substantie - Einsteins uiteengenomen hersenen in een alcoholoplossing.

"Alles in orde, dokter Harvey?" informeert de jonge arts. "Ja, dank je, Elliot, het gaat prima." - "Even een oogje in het zeil houden, zeker?"

Recensie

door Tsenne Kikke
In de biografie van Neffe wordt een hoofdstuk gewijd aan Einsteins verhouding met de religie. Hierin komt naast zijn joodse komaf ook zijn religieuze drijfveer voor het doen van wetenschappelijk onderzoek naar voren. Einstein geloofde weliswaar niet in een persoonlijk God die ingrijpt in de levens van mensen, maar hij sprak in discussies veelvuldig over 'der lieber Herr Gott'. Volgens Neffe ging het hem daarbij vooral om het geloof in de eenvoud en de schoonheid van de natuurwetten. Het vinden van nieuwe fysische wetmatigheden was voor Einstein niet minder dan het doorgronden van de keuzes die de schepper heeft gemaakt. In zijn eigen woorden: 'Elke diepe natuurwetenschapper moet een soort religieus gevoel hebben, omdat hij zich niet durft voor te stellen dat de buitengewoon fijne samenhang die hij aanschouwt voor het eerst door hem is bedacht. De onderzoeker voelt zich tegenover de nog niet begrepen werkelijkheid als een kind, dat het onbegrijpelijke gedrag van volwassenen probeert te begrijpen.' Het is waar dat de God die door Einstein ter sprake wordt gebracht, niemand meer is dan de god van de filosofen. Niettemin getuigt deze houding van inzicht in de menselijke beperktheid. Juist wetenschappers die de grenzen van het menselijk kennen hebben verlegd, beseffen dat zij niet zelf de schepper zijn van de werkelijkheid.

Wie in de boeken van Neffe en Van Calmthout kennis neemt van de theorieën die Einstein heeft ontwikkeld, kan iets meevoelen van de verwondering van Einstein. Het fascinerende van de moderne fysica is dat wiskundige vergelijkingen voorspellingen doen die experimenteel kunnen worden vastgesteld. Als vanzelf komt dan de vraag op waarom de werkelijkheid gehoorzaamt aan die wiskundige vergelijkingen. Daarvoor bestaat immers geen enkele vorm van noodzakelijkheid. Deze fascinatie viel in 1919 een groep Nederlandse fysici ten deel, bijeen in het Trippenhuis in Amsterdam. Zij maakten voor het eerst kennis met de gemeten afbuiging van het licht door de zon zoals die wordt voorspeld door Einsteins algemene relativiteitstheorie. De voorspelde waarde en de gemeten waarde bleken precies overeen te komen! Van Calmthout is wel zo eerlijk om hierbij te vertellen dat voor deze euforie in 1919 eigenlijk nog geen reden was: de onderzoekers die de overeenkomst vaststelden negeerden een meetserie die duidelijk verschilde van de door Einstein berekende waarde.

Niet alleen Einstein komt in de boeken van Neffe en Van Calmthout met beide benen op de grond, ook de door hem ontwikkelde fysische theorieën. Zij blijken allerlei vragen op te roepen over de werkelijkheid waarin wij leven: vragen over toeval en causaliteit, over tijd en ruimte en niet in de laatste plaats over de oorsprong van ons heelal. Dankzij Einstein en vele andere fysici uit de vorige eeuw is het mogelijk om deze vragen op een wetenschappelijke manier te benaderen. Maar alleen al uit Einsteins eigen neiging om zijn theorieën en de 'lieve Heer' met elkaar in verband te brengen, blijkt zonneklaar dat deze vragen ook een religieuze benadering verdienen.
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht