ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

We moeten het even over Kevin hebben

Originele titel: We need to talk about Kevin

Lionel Shriver

We moeten het even over Kevin hebben Type: Paperback
Uitgever: Uitgeverij Contact
Gewicht: 390 gram
Aantal Pagina's: 430
ISBN: 90-254-3444-4
ISBN-13: 978-90-254-3444-1
Categorie: Rechtzaken
Richtprijs: € 12,5

Korte Inhoud


Op 8 april 1999 richt de vijftienjarige Kevin Katchadourian een bloedbad aan op school. Hij doodt zeven van zijn medestudenten, een leraar en een keukenhulp met een kruisboog.

Die ene donderdag, waarop haar zoon een aantal van zijn medescholieren vermoordt, kan nooit meer worden teruggedraaid. Is het de schuld van de moeder, doordat ze nooit echt van haar zoon gehouden heeft? Is het de schuld van de vader, die zijn zoon nooit wilde zien zoals hij werkelijk was?

In brieven aan haar man - die afwisselend wanhopig en dan weer berustend, maar altijd pijnlijk eerlijk zijn - probeert Eva Khatchadourian erachter te komen of zij aansprakelijk is voor die ene donderdag. Wanneer ging het fout?

'We moeten het even over Kevin hebben' is de aangrijpende zoektocht van een moeder naar het antwoord op de vraag of het karakter van je kind is aangeboren of aangeleerd. Met dit uiterst actuele thema over massamoorden op middelbare scholen geeft Lionel Shriver een indringende en controversiële kijk in het gevoelsleven van de ouders van de dader.

Enthousiaste lezers wereldwijd gingen u voor: 'Ik was ademloos en verschrikkelijk verdrietig nadat ik het boek uit had. Dit boek lijkt me zo belangrijk, ik snap niet waarom het niet meer publiciteit heeft gekregen.' 'Ik heb dit boek gelezen, verslonden, was ontsteld, gefascineerd en behoorlijk verstoord door dit boek. Ik heb het bijna in één ruk uitgelezen. Blijf thuis, blijft dichtbij en op bekende grond - en bereid jezelf voor om je heel erg ongemakkelijk te voelen.' 'De personages en hun verhaal bleven me lang nadat ik het boek uit had bij, en ik was er diep door geraakt. Het einde is volkomen choquerend. Werkelijk een geweldig boek.'

Lionel Shriver (1957) is geboren in North Carolina, en woonde achtereenvolgens in Nairobi, Bangkok en Belfast. Op dit moment woont en werkt ze in Londen. De wereldwijde bestseller We need to talk about Kevin is bekroond met de Orange Prize for Fiction 2005.

Uittreksel


Blz. 9: 8 november 2000 - Lieve Franklin,

Er gebeurde vanmiddag iets heel onbenulligs en ik weet niet goed waarom ik sindsdien de behoefte voel om je te schrijven. Maar wat ik misschien nog wel het ergst mis nu we niet meer bij elkaar zijn, is dat ik niet meer kan vertellen wat ik die dag heb beleefd. Je zou het kunnen vergelijken met de muizen die een kat voor je neerlegt: het zijn kleine, nederige presentjes die stellen elkaar aanbieden nadat ze in verschillende achtertuinen op stroop¬tocht zijn geweest. Als je nog steeds in mijn keuken te vinden zou zijn en een volkorenboterham met pindakaas en nootjes stond te smeren terwijl het bijna etenstijd was, zou ik nauwelijks de tijd hebben genomen om de boodschappentassen neer te zetten - waarvan er een een helder, kleverig kwijlspoor achterliet - voordat ik je vertelde wat me was overkomen. Ik zou het zelfs nog hebben gezegd vóórdat ik bestraffend zou hebben opgemerkt dat we vanavond pasta eten en dat je dus beter niet die hele boterham op kunt eten.

Vroeger waren mijn verhalen natuurlijk exotische importproducten uit Lissabon en Kathmandu. Maar eigenlijk wil niemand graag verhalen uit het buitenland horen en ik merkte aan je veelzeggende beleefdheid dat je leuke anekdotes uit de buurt stiekem leuker vond, zoals een verhaal over een zonderlinge ontmoeting met een tolbeambte op de George Washington Bridge. Verslagen van aardige, alledaagse gebeurtenissen bevestigden jouw mening dat ik met al mijn buitenlandse reizen eigenlijk valsspeelde. Mijn souvenirs - een pakje met enigszins oudbakken Belgische wafels - hadden een kunstmatig magisch sausje gekregen doordat ze van ver kwamen. Net als bij die snuisterijen die Japanners elkaar geven - een doosje in een tasje, in een doosje in een tasje - bestond de glans van mijn cadeautjes uit den vreemde eigenlijk alleen maar uit de verpakking. Het is een aanzienlijk grotere prestatie om tussen de vertrouwde, alledaagse troep van de staat New York rond te wroeten en tijdens een tripje naar de Grand Union-supermarkt in Nyack een opmerkelijk moment te scoren.

Daar vindt mijn verhaaltje trouwens plaats. Het ziet ernaar uit dat ik eindelijk doorheb wat jij me altijd probeerde te leren, namelijk dat mijn vaderland net zo exotisch en zelfs zo gevaarlijk is als Algerije. Ik liep langs de zuivelproducten en had niet veel nodig. Ik heb tegenwoordig sowieso niet veel nodig. Ik eet nooit meer pasta nu jij er niet meer bent om het leeuwendeel van de schaal op je bord te scheppen. Ik mis je eetlust, echt waar.

Ik vind het nog steeds moeilijk om me in het openbaar te begeven. In een land dat bij de Europeanen bekendstaat om zijn 'gebrek aan historisch besef zou je denken dat ik gebruik kon maken van Amerika's beroemde geheugenverlies, maar helaas is dat niet het geval. Bij iedereen in deze 'gemeenschap' lijkt het voorval nog vers in het geheugen te liggen, al is het op de dag af nu een jaar en acht maanden geleden. Ik moet me dus op het ergste voorbereiden wanneer ik door mijn voorraad heen ben en boodschappen moet doen. O, voor de caissières van de supermarkt aan Hopewell Street is de nieuwigheid er wel af en daar kan ik een pak melk kopen zonder vuile blikken te krijgen, maar onze vertrouwde Grand Union blijft een uitdaging.

Ik heb daar altijd het gevoel dat ik er eigenlijk niet mag lopen. Om dat te compenseren, dwing ik mezelf mijn schouders en rug te rechten. Ik weet nu wat ze bedoelen met 'met opgeheven hoofd lopen' en ik verbaas me er soms over dat je je met zo'n kaarsrechte houding zo anders kunt gaan voelen. Als ik trots mijn neus en kin in de lucht steek, heb ik iets minder de neiging om door de grond te zakken.

Ik stond te dubben of ik middelgrote of grote eieren zou nemen toen ik in de richting van de yoghurt keek. Een paar meter verderop zag ik een klant met zwart, pluizend haar dat alleen nog maar aan de uiteinden krulde en op de kruin een paar centimeter grijs liet zien. Ze had dus een uitgegroeide permanent. Haar lavendelkleurige bloes en bijpassende rok waren misschien ooit modieus geweest, maar nu trok de bloes onder haar armen en benadrukte de aangerimpelde rok haar brede heupen. De kleren moesten nodig gestreken worden en op de schoudervullingen was vaag een verschoten streepje van een kleerhanger te zien. Een outfit die helemaal achter uit de kast was gekomen, concludeerde ik, kleding die je alleen maar pakt als al je andere kleren vuil op de vloer liggen. Toen de vrouw haar hoofd in de richting van de smeltkaas draaide, zag ik een dubbele kin.

Probeer maar niet te raden wie het was, want uit die beschrijving zou je haar nooit herkennen. Ze was ooit zo neurotisch slank. Ze had vroeger van die scherpe hoeken en zag er zo mooi en verzorgd uit dat ze wel een ingepakt cadeautje leek. Het is misschien romantischer om je rouwende mensen met holle, uitgemergelde wangen voor te stellen, maar ik heb zo'n idee dat je net zo efficiënt met bonbons kunt rouwen als met kraanwater. Daarnaast zijn er vrouwen die niet slank en verzorgd willen blijven om hun echtgenoot te plezieren, maar om niet uit de toon te vallen naast hun dochter, en die prikkel is ze inmiddels kwijt.

Het was Mary Woolford. Ik ben er niet trots op, maar ik kon haar niet onder ogen komen. Mijn hoofd tolde. Mijn handen werden nat van het zweet toen ik onhandig met de eierdoos frutselde om te kijken of de eieren wel heel waren. Ik probeerde te kijken als een supermarktklant die zich opeens herinnerde dat ze iets uit de volgende gang moest hebben en slaagde erin om de eieren op het kinderzitje te zetten zonder me om te draaien. Toen ik me weghaastte om die zogenaamde boodschap te halen, liet ik het karretje staan, omdat de wieltjes piepten. Ter hoogte van de soep kwam ik weer op adem.

Ik had erop voorbereid moeten zijn en vaak ben ik dat ook, vaak zet ik me voor niets schrap en ben ik voor niets op mijn hoede. Maar ik kan niet voor elk onbenullig boodschapje die volledige, kletterende wapenrusting aantrekken en trouwens, wat kan Mary me nu nog aandoen? Ze heeft haar uiterste best gedaan door me voor de rechter te dagen. Toch wilde mijn hart maar niet rustig worden en durfde ik niet meteen terug naar de zuivel te lopen, zelfs niet toen ik besefte dat ik de geborduurde tas uit Egypte met mijn portemonnee in het karretje had laten liggen.

Dat was trouwens de enige reden waarom ik niet meteen naar de uitgang van de Grand Union ben gelopen. Uiteindelijk zou ik terug naar mijn tas moeten sluipen, dus daarom bleef ik een poosje peinzend naar de blikken aspergesoep met kaas van Campbell's staan staren, waarbij ik verstrooid bedacht dat Warhol de nieuwe etiketten afgrijselijk zou vinden.

Tegen de tijd dat ik terugsloop, was de kust weer veilig. Ik pakte mijn karretje en deed meteen weer of ik een drukbezette, werkende vrouw was die tussen de bedrijven door even de huishoudelijke klusjes opknapte. Een bekende rol, zou je denken, maar het is zo lang geleden dat ik mezelf op die manier zag dat ik bijna zeker wist dat de mensen die vóór me in de rij bij de kassa stonden mijn ongeduld niet zagen als de dwingende houding van een tweeverdiener voor wie tijd geld is, maar als de klamme, jachtige paniek van iemand die op de vlucht is.

Toen ik mijn bonte verzameling boodschappen uit het karretje haalde, voelde de eierdoos plakkerig aan en vond de caissière het nodig om hem open te maken. Ik begreep het meteen. Mary Woolford had me dus toch gezien.

Recensie

door Tsenne Kikke
Deze bestseller verleidt tot superlatieven: fascinerend, zeer actueel, van een bijzonder hoog literair gehalte - erg goed en vloeiend vertaald - en terecht bekroond met de 'Orange Prize for Fiction 2005'.

Het verhaal: Kevin, een 15-jarige jongen schiet met een kruisboog enkele leerlingen en medewerkers van zijn school dood. In ontroerende brieven vol humor analyseert zijn moeder Eva het waarom. Ze bekijkt haar leven, haar relatie met haar man Franklin, haar gezin, haar zoon Kevin. De spanning bouwt op. Eva's relatie met Kevin is altijd moeizaam, terwijl Franklin een ideale vader-zoon relatie lijkt te hebben. Zijn al die nare incidenten ongelukjes of opzet? Terwijl Eva het afglijden van haar gezin analyseert, raakt ze ook aan veel algemenere vraagstukken: hoe is het huidige Amerikaanse leven gestructureerd? Wat is van belang? Hoe gaan mensen met elkaar om? Waarom zo en niet anders? Wat is de functie van mensen als Kevin; hebben die een functie?

Shriver stelt via Eva steeds meer en diepere vragen en schetst daarmee een indringend beeld van de huidige Amerikaanse samenleving.
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2020 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht