ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

36 argumenten voor het bestaan van God

Originele titel: 36 arguments for the existence of God

Rebecca Newberger Goldstein

36 argumenten voor het bestaan van God Type: Paperback
Uitgever: Uitgeverij Contact
Gewicht: 670 gram
Aantal Pagina's: 440
ISBN: 90-254-3261-1
ISBN-13: 978-90-254-3261-4
Categorie: Religieus
Richtprijs: € 29,95

Korte Inhoud


'Zesendertig argumenten voor het bestaan van God' is een boek zoals u nog nooit gelezen hebt. Het is een geestige en slimme roman over Cass Seltzer, een 'atheïst met een ziel' die een boek schrijft waarin hij probeert aan te tonen dat God niet bestaat - maar dat onder zijn handen uitgroeit tot een verzameling argumenten vóór het bestaan van God.

'Zesendertig argumenten voor het bestaan van God' is een wetenschappelijke roman, een liefdesverhaal, en ook een serieus onderzoek naar de betekenis van religie voor de mens. Uitzonderlijk origineel, moedig en creatief.

Rebecca Newberger Goldstein (1950) doceert filosofie (Harvard) en schreef enkele biografieën en romans.

Uittreksel


Blz. 9: Het argument uit het onwaarschijnlijke zelf

Er was iets verschoven, iets zo immens dat je het de wereld zou kunnen noemen.

Laten we het de wereld noemen.

De wereld was verschoven, wat een heleboel intelligente mensen had overrompeld. Het had kwesties naar boven gebracht waarvan je zou denken dat ze voor eeuwig in de aardkorst te rusten waren gelegd. Hoe ontwikkelder je bent, hoe rijker geannoteerd je geestelijk leven, des te verbaasder zul je zijn als je ziet wat de kanteling van de wereld aan het licht heeft gebracht, wat er is opgerakeld aan overtuigingen en verlangens die je aan een vroeger stadium van de menselijke ontwikkeling had toegedicht.

Wat moeten we hiermee, vragen we ons af, hoe is het mogelijk dat dit hier nog rondslingert, als je nagaat wat we allemaal al weten? Het lijken van die dingen die archeologen opgraven en afstoffen, speculerend over de geloofsovertuigingen die ze ooit hebben bezield, voor zover die kunnen worden gereconstrueerd, verdwenen als ze nu zijn, en bijna vergeten, deze stuiptrekkingen van protorationaliteit en mythomagische theorievorming.

Nu is alles onvergeten en moeten heldere geesten die wel iets beters hebben om over na te denken kostbare neuronale bronnen aanboren om uit te zoeken hoe ze de soort weer tot rede kunnen brengen. Een irritante kwestie, het werk van de Verlichting nog eens over te moeten doen, maar het is tijdens jouw wacht gebeurd. Je had af en toe een ballonnetje moeten oplaten om de heersende cognitieve omstandigheden te peilen, de Denkers hadden de Niet-denkers in de gaten moeten houden. Maar in plaats daarvan heb je toegestaan dat de misvattingen zich gevaarlijk opstapelden, en nu bedreigen de gezamenlijke wapens van de onlogica de overlevingskansen van de aardbol.

Dit is allemaal niet erg goed voor de wereld, maar voor Cass Seltzer is het wel goed geweest. Daar denkt hij aan terwijl hij neerkijkt op de bevroren Charles en stilstaat bij de onwaarschijnlijke wending die zijn leven kort geleden heeft genomen. Hij bedenkt zich dat zijn leven beter is geworden omdat de wereld krankzinnig is geworden. Hij denkt: de zeloten vermenigvuldigen zich en Seltzer gedijt.

Het is vier uur in de ochtend. Cass Seltzer staat op Weeks Bridge, de sierlijke boog die de Charles in de buurt van Harvard University overspant, en kijkt naar de rivier onder hem, die in de rigor mortis van eind februari in New England verkeert. Het is er volkomen verlaten, uitgestorven, alsof de hele omgeving het menselijk leven vijandig gezind is. Er komt geen auto voorbij op Memorial Drive, de elegante studentenhuizen bij de rivier zijn verduisterde, stille kolossen waar zelfs de meest hyperactieve bewoners nu kalmpjes liggen te spinnen.

Het is niets voor Cass Seltzer om midden in een ijskoude nacht buiten te zijn en zich in gedachten te verliezen terwijl hij langzaam het gevoel in zijn ledematen kwijtraakt. Zijn opwinding had de overhand gekregen. Hij had urenlang in bed gelegen, niet in staat zijn geest tot rust te laten komen, tot hij zich uiteindelijk gewonnen gaf en onder het luxedekbed uit was gekropen dat zijn vriendin Lucinda Mandelbaum had meegenomen toen ze eind juni bij hem was ingetrokken. Dit dekbed heeft speciale zakken voor je handen en voeten en een zachtheid die het gevolg is van impregnatie met aloë vera. Cass was aanvankelijk sceptisch - daar is hij een man voor - maar is tegen wil en dank gaan geloven in Lucinda's dekbed, en ook in haar Tempurhoofdkussen, dat doortrokken is van de geur van haar kokosshampoo, zodat het des te opmerkelijker is dat hij zijn bed heeft verlaten voor dit kille, nachtelijke stuk niemandsland.

Toen hij in de gangkast op zoek was gegaan naar extra bescherming, had hij met een wrang lachje een lang vergeten voorwerp tevoorschijn gehaald: de driekleurige sjaal die zijn ex-vrouw Pascale voor hem had gebreid - iets wat ze geleerd had tijdens de vier maanden waarin ze herstelde van haar afasie, vier maanden die, naast andere klappers, een exorbitant lange wollen Franse driekleur van een sjaal hadden opgeleverd - en die hij nu zevenenhalf keer om zijn nek had gewikkeld alvorens het duister in te stappen om het geraas in zijn hoofd te lijf te gaan.

Lucinda is er niet vannacht, de hele ellendige week nog is ze weg. Cass mist haar tot op het bot, mist haar tot in z'n merg, dat op dit moment bezig is in ijskristallen te veranderen. Ze verkeert in warmer oorden, op een congres in Santa Barbara over Niet-Nash-evenwichten in nulsomspelen'. Een van die evenwichten is het zogeheten Mandelbaum-evenwicht. Cass streeft ernaar het Mandelbaum-evenwicht onder de knie te hebben tegen de tijd dat hij Lucinda op vrijdagavond van het vliegveld gaat afhalen.

Lucinda is eigenlijk psycholoog, net als Cass, maar dan helemaal anders. Haar werk is zo wiskundig dat bijna niemand zou vermoeden dat het iets met het leven van de geest heeft uit te staan. Cass beweegt zich aan het andere einde van dit universum; hij steekt tot aan zijn knieën in het moeras van de humaniora, nog maar net in hetzelfde vakgebied. Nog niet zo lang geleden had hij de neiging zich te verontschuldigen voor het feit dat zijn werkterrein het gehele spectrum aan religieuze belevingen betrof, wat op zich al een tamelijk forse categorie is, maar zeker in het geval van Cass, die overal religieuze predisposities op de loer ziet liggen, gehuld in de meest wereldse vermommingen: de politiek, de wetenschap, de kunst, zelfs persoonlijke relaties.

Cass Seltzer is al bijna twintig jaar het gezicht van de godsdienstpsychologie, maar alleen omdat niemand anders er zin in had, in ieder geval niemand met de hersens om theoretisch psychologisch onderzoek te doen, en met de ambitie om verder te komen. Het was hem nooit gelukt onderzoeksbeurzen te krijgen, en de prestigieuze vakbladen hadden zijn manuscripten steevast retour gezonden zonder het oordeel van zijn vakgenoten te vragen. Dat zijn colleges populair waren bij bachelorstudenten pleitte in zijn vakgroep eerder tegen hem dan voor hem; de marterstudenten bleven en masse weg. Alles wat 'hot' was in de psychologische research draaide om kunstmatige neurale netwerken en de cognitieve neurowetenschap. De geest is een neurale computer, en de mensen met de algoritmes hadden het voor het zeggen.

Maar inmiddels had er iets plaatsgegrepen, iets fundamenteels en fundamentalistisch, en nu worden de gemoederen beheerst door het feno¬meen religie. Een van de veranderingen die de nieuwe prominentie van de religie in de wereld heeft teweeggebracht - veranderingen die voor het merendeel verontrustend, om niet te zeggen beangstigend zijn - betreft de ommekeer in het leven van een zekere Cass Seltzer.

Recensie

door Tsenne Kikke
Dit boek is niet zomaar een filosofisch boek, noch een theologisch werk, maar veeleer een roman, waar we op een leuke en ludieke wijze de zoektocht volgen van Cass Seltzer, een man die absoluut niet gelovig is, en het bewijs wil leveren van het niet bestaan van een God. Doorheen deze aanpak zal echter meer en meer blijken dat er meer redenen en aanwijzingen zijn van het bestaan van een God, dan wel omgekeerd, en het is op een sluwe manier dat we hier eigenlijk wordt betrokken in een vlot leesbaar werk, dat met een meer ernstige inhoud erin slaagt om de doorsnee en geboeide lezer toch te betrekken in een avontuur van filosofisch en wetenschappelijk denken.

'36 argumenten voor het bestaan van God' is een duik in de universitaire wereld en in diverse joodse milieus in de Verenigde Staten. Het is dus een roman waarin uitvoerig wordt gefilosofeerd over het bestaan van God. Goldstein beschrijft hoe twee joodse tradities hierover met elkaar botsen: joodse academici met hun hang naar logische bewijzen versus een streng chassidische gemeenschap, die leeft vanuit de traditie. Gangmaker van de controverse is de godsdienstpsycholoog Cass Seltzer die furore maakt met een boek waarin hij de 36 argumenten die zijn aangevoerd om het bestaan van God te verklaren als denkfouten ontmaskert. Tegen zijn zin wordt Seltzer door de atheïsten ingelijfd, want hoewel hij de logische Godsbewijzen afwijst, ervaart hij een diepe beleving van het transcendente. Ook in de liefde wordt Seltzer op de proef gesteld. De jonge vriendin die het succes van zijn boek hem heeft opgeleverd, raakt gefrustreerd door Seltzer's roem en zijn heimwee naar zijn joodse wortels.

Een innemend boek met vermakelijke dialogen, pittige filosofische debatten, invoelende beschrijvingen van de joodse identiteit en aangename lectuur.
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2020 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht