ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Getallen ontraadseld

Originele titel: Alex Bellos

Alex's adventures in numberland

Getallen ontraadseld Type: Box
Uitgever: Kosmos
Gewicht: 655 gram
Aantal Pagina's: 432
ISBN: 90-215-3570-X
ISBN-13: 978-90-215-3570-8
Categorie: Wiskunde
Richtprijs: € 19,95

Korte Inhoud


Alex Bellos legt in 'Getallen ontraadseld' de basisprincipes van eenvoudige wiskunde uit. Hij maakt het niet ingewikkelder dan nodig en legt op een simpele wijze rekenvraagstukken uit. Behalve over getallen en statistiek schrijft hij ook over symbolen. Door zijn enthousiaste aanpak weet hij de veelvoorkomende angst voor getallen weg te nemen.

Rekenen is leuk! Hij laat zien dat het bij wiskunde vooral gaat om creatief denken en hoe wiskunde ook in andere disciplines in het leven van belang is.

Uittreksel


Blz. 9: Inleiding

In de zomer van 1992 werkte ik als beginnend verslaggever bij de Evening Argus in Brighton. Ik bracht er mijn tijd door met het bestuderen van jonge draaideurcriminelen in de plaatselijke rechtbank, het interviewen van winkeliers over de recessie en het bijwerken van de dienstregeling van de Bluebell Railway, de historische stoomtrein, voor de servicepagina van de krant. Het was geen leuke tijd voor de jonge criminelen en de winkeliers, maar ik had er een fijne tijd.

John Major was net herkozen als premier en had, nog vol van de overwinning, een van zijn meest memorabele (en belachelijke) politieke initiatieven bekendgemaakt. In alle ernst had hij de ingebruikname aangekondigd van een speciaal informatienummer voor vragen over pylonen, die felgekleurde kegels die gebruikt worden bij wegwerkzaamheden - een nogal banaal onderwerp dat hij had opgetuigd alsof de toekomst van de wereld ervan afhing.

Maar in Brighton waren pylonen hot. Je kon nergens de stad binnenrijden zonder in wegwerkzaamheden verzeild te raken. De hoofdweg vanuit Londen, de A23, was van Crawley tot Preston Park slechts een smalle doorgang tussen afgezette weghelften door. Met veel ironie vroeg de Argus de lezers om te raden hoeveel pylonen er op de lange A23 stonden. De redactiechefs van de krant feliciteerden elkaar met dit briljante idee. Met deze grappig bedoelde uitdaging besteedde de krant aandacht aan het probleem, terwijl tegelijkertijd de regering op de hak werd genomen: de perfecte combinatie voor een lokale krant.

Maar de krant met de vraag lag nog maar net in de kiosken of de eerste reactie kwam binnen: een lezer had al meteen het juiste aantal pylonen geraden. Ik herinner me hoe de chefs terneergeslagen in de redactieruimte zaten, alsof een belangrijk gemeenteraadslid zojuist was overleden. Ze hadden zo graag de premier belachelijk gemaakt, maar nu hadden ze zichzelf voor gek gezet.

Ze waren ervan uitgegaan dat het onmogelijk was om het aantal pylonen op de dertig kilometer lange snelweg exact te raden. Dat was het natuurlijk niet, maar ik vermoed dat ik de enige was in het hele gebouw die inzag waarom niet. Als je ervan uitgaat dat de pylonen op gelijke afstanden van elkaar staan, hoef je maar één sommetje te maken: aantal pylonen = (lengte van de weg : afstand tussen de pylonen) + 1

De lengte van de weg kun je meten door hem af te rijden en op je kilometerstand te letten of op een kaart te kijken. Om de afstand tussen de pylonen te bepalen, heb je niet meer nodig dan een meetlint. Zelfs als de afstanden tussen de pylonen niet precies gelijk zijn en je de lengte van de weg niet exact vast hebt kunnen stellen, dan is de berekening op grote afstanden voldoende nauwkeurig om wedstrijdjes in plaatselijke kranten te winnen. En die 1 is van de eerste pylon, die vóór de eerste afstand staat. (Dit was vermoedelijk precies zoals de verkeerspolitie, die de redactie van Argus van het juiste antwoord had voorzien, zelf het aantal pylonen had berekend.)

Dit voorval staat me nog heel helder voor de geest omdat dit de eerste keer was in mijn leven als journalist, dat ik begreep wat de waarde was van een wiskundig ingestelde geest. Het was echter tegelijkertijd verontrustend om te beseffen hoe weinig wiskundig inzicht de meeste journalisten hebben. Het was nu niet direct erg ingewikkeld om te berekenen hoeveel pylonen er langs die weg stonden, maar voor mijn collega's was de berekening blijkbaar toch een stap te ver.

Twee jaar eerder was ik afgestudeerd in wiskunde en filosofie, zodat ik zowel van de bèta- als van menswetenschappen iets afweet. Met het besluit om in de journalistiek te gaan keerde ik, althans in eerste instantie, de eerste wetenschap de rug toe om me op de tweede te werpen. Kort na het fiasco met de pylonen verliet ik Argus om voor kranten in Londen te gaan werken. Uiteindelijk werd ik buitenlandcorrespondent in Rio de Janeiro. Mijn wiskundeknobbel kwam af en toe wel van pas, bijvoorbeeld als ik een Europees land wilde noemen waarvan het oppervlak het dichtst bij dat deel van het Amazoneregenwoud kwam dat nu weer kaal was gekapt, of bij het berekenen van de wisselkoersen bij weer een financiële crisis. Maar ik had toch vooral het idee dat ik de wiskunde voorgoed achter me had gelaten.

Een paar jaar geleden keerde ik naar Engeland terug. Op dat moment wist ik niet wat ik moest gaan doen. Ik verkocht T-shirts van Braziliaanse voetballers, begon een blog, speelde met de gedachte om tropische vruchten te importeren. Er kwam allemaal niets van. Gedurende dat proces van bezinning dacht ik ook weer eens aan het vak dat zo'n groot deel van mijn jeugd in beslag had genomen, en toen kreeg ik dat vonkje inspiratie dat leidde tot het schrijven van dit boek.

Recensie

door Tsenne Kikke
De oorspronkelijke titel 'Alex's adventures in numberland' geeft beter weer hoe in dit boek de wiskunde wordt benaderd. De auteur, een journalist die in zijn column in 'The Guardian' al jaren schrijft over wiskunde in het dagelijks leven, reist de hele wereld af en ontmoet bijvoorbeeld beoefenaars van de Vedische wiskunde, een ontwerper van gokmachines en iemand die onderzoekt welke telwoorden de Munduruku, een bevolkingsgroep in het Amazonegebied, gebruiken, Japanners die met duizelingwekkende snelheid hun telramen gebruiken, pi-fanaten die met elkaar wedijveren wie het grootste aantal decimalen kan opzeggen, enzovoort.

Ook als het om het verleden gaat, krijgen persoonlijke verhalen veel aandacht, zoals de rivaliteit tussen de negentiende-eeuwse puzzelontwerpers Sam Loyd en Henry Ernest Dudeney.

De verhalen zijn zeer onderhoudend. Voorbeelden, sommetjes, tekeningen en zwart-witfoto's verlevendigen het geheel. In bijlagen worden details uitgelegd, bewijzen geleverd en gerichte literatuurverwijzingen gegeven; een woordenlijst en een register maken alles goed toegankelijk. Maar de kern is dat dit echt smeuïge wiskundeverhalen zijn, zowel geschikt voor liefhebbers als voor professionelen.

Koop dit boek bij


Bestellen
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht