ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Boekbespreking: Theologie van het Nieuwe Testament

… een uitgave van KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht.
door Tsenne Kikke - dinsdag 11 juni 2019 16:57

Aan Jezus wordt er een autoriteit toegeschreven waarover volgens de oudtestamentisch-Joodse overtuiging alleen God beschikt. Feit is, dat Jezus in alle vier evangeliën bovenmenselijke dingen doet waartoe enkel God in staat is. En, het is dan ook vanwege de goddelijke majesteitsclaim van Jezus dat het christendom zich onderscheidt van de beide andere monotheïstische religies, zijnde: de islam en het jodendom.

Enkele voorbeelden

- Volgens de evangeliën sprak Jezus zoals alleen God spreekt en handelde. In Marcus Hfst. 2 lezen we daarvan het volgende:

"Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: “Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.”

Er zaten enkele schriftgeleerden bij en dezen zeiden bij zichzelf: “Wat zegt die man daar? Hij spreekt godslasterlijk! Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?"

Uit zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden, en Hij zei hun: “Wat redeneert gij toch bij uzelf? Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op, neem uw bed op en loop? Welnu, opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven, sprak Hij tot de lamme: Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.” Hij stond op, nam zijn bed en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten. Iedereen stond er versteld van, en ze verheerlijkten God en zeiden: “Zoiets hebben wij nog nooit gezien.”

- In Mattheüs Hfst. 11 claimde Jezus dat hij de Messias en de Zoon van God was. Zo staat er: "Op zeker ogenblik nam Jezus weer het woord en sprak: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren."

- Jezus van Nazaret wekte de doden op en Hij werd aanzien als de mensgeworden Zoon van God. "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Enig geborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid." (Johannes Hfst. 1:14)

- Hetzelfde kan men opmaken uit Jezus' eigen woorden, waaronder: 'De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, maar de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man." (1 Kor. Hfst 7:10)

- Ook in Handelingen Hfst. 9:20 lezen we dat Saulus verkondigde dat Jezus de Zoon van God was.

- Paulus' brief aan de Romeinen vangt aan met de woorden: "Van Paulus, dienstknecht van Christus Jezus door God's roeping apostel, bestemd voor de dienst van het evangelie, dat God eertijds door zijn profeten in de heilige schriften heeft aangekondigd. Het is de boodschap over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door God's machtige daad, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer."

- En, Hoofdstuk 9 begint met de woorden: "Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest: in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen. Immers, zij zijn Israëlieten, hun behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees. God, die boven alles verheven is, zij gezegend tot in eeuwigheid! Amen."

- In de aanhef van 2 Petrus wordt Jezus Christus betiteld als 'onze God en Heiland'.

- Johannes Hfst. 5:20 wordt Jezus als God aangeduid: "Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen, en wij zijn in de waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit is de ware God, dit is eeuwig leven! Kinderen, wacht u voor valse goden."

Wel laat deze vers meer dan één interpretatie toe.

- En zo meer ...

Zo is Jezus in het moderne Joodse geloof niet 'God's Zoon' - want, in de joodse visie kan geen enkele mens goddelijke waardigheid toegekend krijgen. Bovendien kan Jezus nooit boven Mozes worden gesteld - en, als Jezus van de Thora afwijkt, moet men zich aan Mozes houden...

Het beeld van Jezus in de islam

Volgens de Koran heeft God geen zoon (Soera 19:88-92). Jezus is niet goddelijk, maar slechts een mens (Soera 5:116). De islamitische theologie is niet enkel en alleen gekant tegen de voorstelling dat God als een menselijke vader een Zoon heeft verwekt. Men wijst ook Jezus’ claim af dat Hij superieur is aan de profeten. Dat is te zien aan de manier waarop zijn wonderen worden geïnterpreteerd. Islamitische theologen accepteren ze als volledig historisch, maar bestrijden de bijzondere volmacht waarmee Jezus volgens de evangeliën wonderen verrichtte. Net als de Joodse profeten Elia en Elisa was Jezus alleen in staat wonderen te doen door middel van gebed, en niet op eigen goddelijke kracht. Daarom is Jezus volgens de islam beslist niet meer dan een profeet.”

In de islamitische visie is Jezus ondergeschikt aan Mohammed, want die is het ‘zegel van de profeten’ (Soera 33:40), de laatste en belangrijkste profeet, die Jezus te boven gaat. Daarom oriënteren moslims zich hoogstens op Jezus’ woorden en daden voor zover die met de leer van Mohammed overeenkomen. De centrale boodschap van Goede Vrijdag en Pasen wijst men af.

Vanuit nieuwtestamentisch perspectief schieten de islam en ook het jodendom principieel tekort, omdat ze niet erkennen dat Jezus de Zoon van God is. Ten opzichte van de Joodse profeten, die een voorlopig beeld van God gaven, heeft God's Zoon de hemelse Vader duidelijker en vollediger geopenbaard (Joh. 1:18). Daarom ontvangen alleen volgelingen van Jezus uit zijn volheid ‘genade op genade’ (Joh. 1:16-17, Willibrordvertaling en Herziene Statenvertaling). Nog wezenlijk groter is het verschil tussen de christelijke openbaring van God in zijn Zoon Jezus Christus en het daarmee onverenigbare godsbeeld uit de Koran en de islamitische theologie.

Ook zijn in dit boek het lijden en de dood aan het kruis interessante thema's!

Steeds vaker komen daarbij provocerende vragen op, zoals: Gaat het geloof in vergeving van zonden op grond van Jezus’ kruisdood automatisch gepaard met een wreed godsbeeld? Hebben we te maken met een bloeddorstige God die zijn emoties niet onder controle heeft en in een roes zijn eigen Zoon doodt? Is God de slachter van Golgota?

Dergelijke vragen brengen bewust de esthetiek op tafel. Dat de kruisdood van Jezus een positieve betekenis heeft, vindt men tegenwoordig een onverdraaglijke gedachte. Onredelijkheid en vreemdheid worden criteria waarmee men bijbelse uitspraken kritisch interpreteert of corrigeert. Omgekeerd is het moderne godsbeeld gekleurd door ideeën over vriendelijkheid, goedheid en liefde.

Toch willen velen de nieuwtestamentische interpretatie van Jezus’ dood en de oudtestamentische noties ‘offer’ en ‘verzoening’ die daaronder liggen bewust handhaven. Zij pleiten voor herwaardering van de bijbelse grondbegrippen. Zo waarschuwt Klaus Koch dat ‘men  de oudtestamentische uitspraken ‘mythologisch’ of ‘magisch’ mag noemen.

Maar men moet er goed op letten wat er dan van het Nieuwe Testament overblijft! "Is het nieuwtestamentische spreken over de dood van Christus ‘voor ons’ niet onlosmakelijk verbonden met de gedachte dat zonde een realiteit is binnen de wereldgeschiedenis en dat zondaars de hele mensheid vertegenwoordigen?“ Ook Hartmut Gese is ervan overtuigd dat ‘de heilsbetekenis van Jezus’ dood alleen te begrijpen valt vanuit de verzoeningsgedachte, die zin geeft aan het spreken over het bloed van Jezus’.

Deze discussie is niet nieuw. De vraag naar het ‘waarom’ van Jezus’ dood werd van meet af aan gesteld en heeft in de geschiedenis van de theologie al vele antwoorden opgeleverd. Zonder deze achtergrond is het huidige debat niet goed te begrijpen.

De afkeer van een God, die de wereld door een bloedig offer met Zichzelf verzoent, werd vanaf de Verlichting algemeen gedeeld. Immanuel Kant (1724-1804) formuleerde de randvoorwaarden voor het denken over verzoening als volgt:

"[Schuld kan] voor zover wij op basis van het rechtsbegrip van onze rede inzien, echter bovendien niet door iemand anders gedelgd worden. Zij is immers geen overdraagbare verbintenis, die zoals bijvoorbeeld bij financiële schulden, op iemand anders kan worden overgedragen, maar de meest hoofdelijke verbintenis die er bestaat, namelijk een schuld door zonden. Zo’n schuld kan enkel door de strafbare worden gedragen en niet door de onschuldige, ook al mag deze laatste nog zo grootmoedig zijn haar van hem te willen overnemen.“

Bron: "Theologie van het Nieuwe Testament" - onder redactie van Armin Baum en Tob van Houwelingen.

Meer info? Ga naar onze rubriek 'Boekrecensies', of klik op deze link.

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:
Mijn e-mail adres:
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2024 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht