ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Alles wat we over de maan weten danken we aan maanstenen

En, het planten van de vlag verliep niet van een leien dakje…
door Tsenne Kikke - donderdag 25 juli 2019 17:40

Het is een ongelooflijke krachttoer die vijftig jaar na datum nog tot de verbeelding spreekt. Buzz Aldrin, vandaag 89 jaar oud, betrad de maan kort na Neil Armstrong (1930-2012). Michael Collins (88) bleef aan boord van het ruimtevaartuig waarmee de ploeg naar de aarde terugkeerde. Ze waren op 16 juli 1969 opgestegen en Armstrong en Aldrin waren op 20 juli met de maanlander op de maan geland.

Hun eerste voetstappen op het maanoppervlak, vergezeld van de historische woorden ‘That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind’ behoren tot het collectieve geheugen. Wel vormde de 'a' tussen haakjes voor tal van taalfanaten een probleem. Terwijl NASA die tautologische stijlfout lange tijd ontkende, gaf Armstrong uiteindelijk toe dat hij inderdaad een fout had gemaakt.

Tevens zijn de beelden van de Amerikaanse vlag die op het maanoppervlak ‘wappert’, (bijna) even legendarisch. De mannen poseerden in een wit ruimtepak trots bij de vlag die voor altijd op de maan zou blijven staan.

Het planten van die vlag was een huzarenstukje (en ja: natuurlijk was er geen wind mee gemoeid!)...

Maar; 'voor altijd' was echter slechts van korte duur - want, bij het opstijgen zagen Armstrong en Aldrin de vlag omvallen. Door de kracht van de raketmotor belandde die dus al snel op de grond. Dat (ongelukkige) detail hebben de twee astronauten lange tijd voor zichzelf gehouden.

De astronauten konden na hun landing op Aarde niet meteen van hun verworven sterrenstatus genieten. Uit voorzorg moesten ze drie weken lang in quarantaine verblijven. Zo wilden de autoriteiten vermijden dat ze de Amerikaanse bevolking besmetten met een of andere ruimteziekte.

In elk geval was die maanlanding de culminatie van de ruimtewedloop tussen Amerikanen en Russen, met als inzet: technologische superioriteit. De verwachtingen na Apollo 11 waren hooggespannen, Mars zou snel volgen. De realiteit is dat sinds 1972 geen mens  de maan nog heeft bezocht.

Maar NASA heeft plannen om binnen de 5 jaar een ruimtebuitenpost in een baan om de maan te brengen van waaruit astronauten tegen 2024 naar het maanoppervlak kunnen worden gebracht.

De maanstenen, die astronauten tijdens de Apollo-missies verzamelden, hebben onze kijk op de maan en het zonnestelsel drastisch veranderd. Wetenschappers kijken uit naar nieuwe monsters, bijvoorbeeld van de achterkant van de maan. Een goede reden om opnieuw een bezoekje te brengen aan onze natuurlijke satelliet.

De huisige verzameling telt 382 kilogram stenen en regoliet of maanstof. Dat is de dikke laag verpulverde stenen en stof die het oppervlak van de maan en vele andere planeten bedekt. Samen vertegenwoordigen ze een rijke bron van informatie, wat ze van onschatbare waarde maakt.

Het is deels door die monsters te bestuderen dat de planeetwetenschap zich heeft kunnen ontplooien tot een volwaardige discipline. De monsters hebben geleid tot baanbrekende ontdekkingen over de geologische processen die zich op alle planeten en grote manen afspelen.

Geochemici zochten in de maanstenen naar isotopen met een bekende halfwaardetijd. Een isotoop is een atoom van een element met een andere massa dan de ‘normale’ atomen van dat element. Zo konden de onderzoekers vaststellen dat de maanmonsters veel ouder waren dan de meeste gesteenten op aarde: tussen de 3 en de 4,5 miljard jaar.

Vervolgens legden wetenschappers een verband dat gevolgen zou hebben voor praktisch alle latere onderzoeken van de maan en andere manen en planeten. Ze vergeleken de ouderdom van de monsters die waren genomen op de locatie waar de Apollo 11 was geland met het aantal inslagkraters in het gebied waar elk van de monsters was verzameld.

Via die vergelijking bouwden ze een model dat weergaf hoe snel inslagkraters ontstaan op het maanoppervlak. Dankzij dat model beschikken we nu over een soort 'Steen van Rosetta' waarmee we de leeftijd van elke locatie op de maan kunnen inschatten zonder dat we er fysiek heen hoeven te gaan. Hetzelfde geldt voor andere manen en planeten.

Het oudste monster van de maan is 4,5 miljard jaar oud, ongeveer net zo oud als de maan zelf. De meeste aardgesteenten zijn veel jonger dan vier miljard jaar, doordat de aardkorst voortdurend wordt gerecycled door de platentektoniek. Dat proces doet zich op de maan niet voor. Maanmonsters bieden dus een waardevol inkijkje in de samenstelling van oeroude gesteenten uit de begindagen van ons zonnestelsel.

Wellicht kunnen ze ons ook iets vertellen over de jonge aarde. In maart analyseerden onderzoekers een gesteente van de Apollo-14-missie dat bestaat uit aangekleefde brokstukken. Ze ontdekten dat een van de brokstukken waarschijnlijk helemaal geen maansteen was, maar een stuk aards gesteente. Vermoedelijk is het vier miljard jaar geleden van de aarde weggeslingerd en als meteoriet op de maan ingeslagen. Miljarden jaren later raapte astronaut Alan Shepard het op en bracht het naar de aarde terug.

Gewelddadige geboorte

In de tijd vóór de Apollo-missies bedachten wetenschappers uiteenlopende scenario’s over hoe onze maan en de manen van andere planeten waren ontstaan. Misschien had de aarde een hemellichaam dat in een baan om de aarde is gesukkeld, of draaide onze planeet in zijn jonge jaren zo snel om zijn as dat er een stuk was losgeraakt en een satelliet was geworden. Een andere mogelijkheid is dat de aarde en de maan tegelijk zijn ontstaan uit de zogeheten protoplanetaire schijf die de oorsprong is van alle planeten in ons zonnestelsel.

Na de Apollo-missies begon zich een heel ander beeld af te tekenen. Vandaag heeft de grote-inslaghypo-these de meeste aanhangers. Die theorie houdt in dat zo’n 4,5 miljard jaar geleden een hemellichaam ter grootte van Mars – genaamd 'Theia' is gebotst met de aarde. Bij die inslag brak Theia in brokstukken uiteen en slingerde een deel van de aardkorst en de aardmantel de ruimte in. Daar vermengde zich dat met de restanten van Theia. Nadat de boel was samengeklonterd en afgekoeld, werd het geheel uiteindelijk de maan.

Wat het grote-inslagmodel bemoeilijkt, is dat de Apollo-monsters diverse isotopen bevatten. In 2001 en in 2012 konden onderzoekers vaststellen dat de samenstelling van de isotopen van zuurstof en titanium op de maan vrijwel identiek is aan die op aarde. Als de maan ontstaan is uit een materialenmengsel van de aarde en van Theia, hoe kan het dan dat ze ongeveer dezelfde isotopensamenstelling vertoont als de aarde? Deze isotopenkwestie heeft onderzoekers aangezet tot nieuwe hypothesen, zoals het synestia-model van de planeetwetenschappers Simon Lock en Sarah Stewart.

Chaos in het zonnestelsel

Maanmonsters bestuderen heeft ons ook veel geleerd over andere manen en planeten. Misschien wel het belangrijkste resultaat is het Nice-model van de evolutie van ons zonnestelsel, genoemd naar de Franse stad waar het is ontwikkeld.

Volgens dat model zijn de reuzenplaneten in het zonnestelsel aanvankelijk dichtbij elkaar ontstaan. Na honderden miljoenen jaren werd hun baan instabiel en verwijderden Saturnus, Uranus en Neptunus zich snel van de zon, tot ze in hun huidige baan in de buitenste regionen van het zonnestelsel terechtkwamen.

Door de beweging van de reuzenplaneten werd materiaal uit het buitengebied van het zonnestelsel, de Kuipergordel, naar binnen getrokken. Daar kwam het in botsing met manen en planeten en veroorzaakte het een enorme chaos in het gehele zonnestelsel.

Die hypothese klinkt vergezocht, maar ze verklaart een aantal waarnemingen over onze kosmische achtertuin die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Zo hebben onderzoekers onder meer via Apollo-monsters vastgesteld dat er ongeveer 700 miljoen jaar na het ontstaan van de planeten een dramatische piek te zien is in het aantal inslagen op de maan. Die periode staat bekend als het 'Late Heavy Bombardment'.

Aanvankelijk konden ze die plotse toename van het aantal inslagen niet verklaren. Maar de chaotische periode die het Nice-model voorspelt, levert een bron van inslagen die precies in het juiste tijdvak valt.

De maanstenen vertellen ons niet alleen iets over de evolutie van het zonnestelsel, ze stellen wetenschappers ook in staat meer te weten te komen over de chemische evolutie van het oppervlak van planeten.

Op hemellichamen zonder dampkring doet zich een erosieproces voor dat ruimteverwering wordt genoemd. In grondmonsters die tijdens de Apollo-missies zijn genomen, hebben onderzoekers een soort druppeltjes van samengesmolten glas en mineralen aangetroffen. De druppels ontstaan door inslagen van microscopisch kleine stofdeeltjes. Mettertijd vormen zich steeds meer van die druppeltjes, zodat ze soms wel tot 70 procent van het regoliet uitmaken.

Door ruimteverwering ontstaan er ook minuscule bolletjes ijzer die zich afzetten op bepaalde korrels in het regoliet, zodat het oppervlak van een maan of planeet steeds donkerder wordt. We weten inmiddels dat onder andere de straling van de zon, grote temperatuurschommelingen en het constante bombardement met minuscule micrometeorieten belangrijke bronnen van ruimteverwering zijn.

Dark side of the moon

Het zijn spannende tijden voor maanwetenschappers. Dit jaar geeft de NASA voorraden maanmonsters vrij die bijna vijftig jaar in de kast hebben gelegen. Die stenen had de organisatie met opzet verzegeld gelaten en veilig opgeborgen, in afwachting van tijden waarin de technologie verder zou staan.

In maart selecteerde het 'Apollo Next Generation Sample Analysis-programma' negen onderzoeksteams die mogen beschikken over nog ongeopende, in vacuümverpakking bewaarde monsters van de missies van Apollo 15, 16 en 17. Nu we ‘nieuwe’ maanmonsters kunnen bestuderen, mogen we fundamentele ontdekkingen verwachten over het ontstaan en de evolutie van de maan.

Toch hebben we nog méér monsters nodig. Van de achterkant van de maan, bijvoorbeeld, want die hebben we nog niet. Hetzelfde geldt voor de poolgebieden en het inwendige van de maan.

En, als alles goed verloopt, kan India begin september het vierde land zijn dat op de maan weet te landen. Aan de missie werkten 1.000 ingenieurs en wetenschappers mee. Ook ditmaal willen de wetenschappers met het ruimtetuig nabij de zuidelijke pool gegevens verzamelen over water, mineralen en rotsformaties.

Soms - niet dat het écht belangrijk is, integendeel zelfs - vraag ik me weleens af wat al die aanhangers van de complottheorieën rond de Apollo-maanlanding nu moeten denken bij het lezen van het nieuwsbericht dat er momenteel het zoveelste ruimtetuig naar de Maan onderweg is.

Bron: Eos Wetenschap

"Vind mensen, die in zichzelf zowel de motivatie als de aangeboren drijfveer hebben om aan hun Innerlijke Zelf te werken, en we zullen hen gidsen."

- DIMschool vzw, gespecialiseerd in Zelfkennis, zijnde: het kennen van het Zelf -

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voel je je geroepen om Spiritualia te sponsoren?

Het kan al vanaf 1 euro. Meer info, of interesse?.... Klik op deze link.

- Indien je een zelfstandige bent, kan je jezelf gratis via Zoek&Vind aanmelden.

- En, je kunt je ook als eclecticus inschrijven! -

(Meer info daarover ?)

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht