ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Toen-en-Nu: Adeline Meyskens… 37 jaar later

Adeline Meyskens was dertig toen ze een tabakswinkel uitbaatte in Sint-Amandsberg, 37 jaar later zocht men haar opnieuw op.
door Tsenne Kikke - zondag 8 juli 2018 15:55

De tabakswinkel van Adeline Meyskens (67) was ooit een bloeiende zaak. Eén waar de klanten op de feestdagen rijen dik aanschoven voor rookwaren, waar kinderen snoep kochten en mensen hun hart kwamen luchten en hun broeken lieten verstellen. Ruim drie decennia later zijn de meeste sigaretten gedoofd en is de winkel dicht. Voor Adeline een zegen, ook al omdat ze vijf keer overvallen werden. “Op het einde was het pure armoe.”

“Ik weet nog de eerste dag dat ik in de zaak stond. Ik was een jaar of 22. De eerste keer dat er iemand binnenkwam en me een vraag stelde, kroop ik bijna onder de toonbank. Zo verlegen was ik. Ik heb eraan moeten wennen, maar op den duur lukte het om de klanten op een iets normale manier te begroeten.” (lacht)

“Eigenlijk wilde ik helemaal geen winkel. Ik heb het ook nooit écht graag gedaan, daarvoor ben ik niet sociaal genoeg. Maar de zaak overnemen was een buitenkansje. Het was de winkel geweest van de grootoom van mijn man, en er hoorde een mooi huis bij met een koer gericht naar de zonnekant. Toen de grootoom stierf, was de winkel ideaal. Ik kon zorgen voor de kinderen, en als de bel ging, was ik snel in de zaak om klanten te bedienen. Mijn man was in die tijd altijd op de baan als vertegenwoordiger, en mijn winkeltje was te combineren met een gezin. Ik verdiende iets, en ’s avonds stond het eten op tijd op tafel.”

Pistool tegen het hoofd

“In het begin waren we open tot 22 uur ’s avonds, en ook op zondag. Zeven dagen op zeven. Na drie jaar hebben we beslist op zondag te sluiten, zodat ik dan de kuis kon doen. Stilzitten zit niet in mij, ook nu nog altijd niet, hoor. Maar het vervelendste was dat die bel op elk moment kon klingelen.”

“Vooral tijdens het eten was dat storend. Mijn man en ik eten nog altijd heel snel, omdat we dat toen wel móésten, zodat ons eten niet koud zou worden. Of dat de kat er niet mee ging lopen. Toen de kinderen nog klein waren, knoopte ik hen tijdens het eten met een sjaal rond hun middel vast aan hun stoel, zodat ze niet zouden vallen als ik plots weg zou moeten. En één keer bleef een klant zo lang praten dat mijn strijkijzer door de plank brandde. Maar goed, dat hoort er allemaal bij.”

“Wat ik niet had verwacht dat er ook zou gaan bij horen, waren de overvallen. In het begin was dat niet, toen was de buurt veel veiliger. We zijn zelfs verschillende keren vergeten de deur op slot te doen ’s avonds. Dat kon toen allemaal geen kwaad. Later zijn we in totaal vijf keer overvallen, waarvan twee keer met een pistool. Er was er één die onze hele geldschuif wist te stelen, iemand anders ging met een reeks loterijlotjes aan de haal. Daar zit je dan, vijf jaar te sparen om je kinderen te laten studeren en plots is er iemand mee weg.”

“De laatste keer was het ergste. Mijn moeder was toen juist overleden, we waren achterin de muziek aan het uitkiezen voor de begrafenis. Het was een zaterdag. Toen de bel ging, zei mijn man nog: Hierna doen we dicht. Toen ik in de winkel kwam, haalde die man meteen zijn pistool boven en richtte het recht op mij. Ik deinsde terug en struikelde, met mijn hoofd tegen de kast. De overvaller boog over de toonbank, nog steeds met het pistool op mij gericht. Vandaag niet, was het enige wat ik zei tegen die man. Nog een overlijden, zo snel na het overlijden van mijn ma, zou te veel zijn voor de familie. Gelukkig had mijn man de klop gehoord van mijn val en kwam hij kijken wat er aan de hand was. De overvaller keerde zich nog naar hem en haalde de trekker over, er kwam alleen een klik. Ik weet nog altijd niet of het wapen niet geladen was of gewoon niet werkte. Maar goed, daarna was het voor mij genoeg geweest. Ook voor mijn dochters, die schrik hadden dat de winkel onze dood zou worden.”

Tabak als neusdruppels

“Nu, op dat moment waren er nog weinig redenen om de zaak open te houden. Het bracht niets meer op. Bij elke prijsverhoging van de sigaretten moesten we ons eigen geld in de zaak pompen om de stock aan te vullen. De glorietijden waren al lang voorbij. In de jaren 70 was het tof, toen rookten en dronken de mensen. Toen kon alles nog, terwijl we nu leven in een verbodsmaatschappij.”

“In het begin hadden we hier nog tijdschriften liggen waarin dokters de heilzame werking van tabak prezen. Dat roken goed was voor de concentratie, dat soort dingen. Snuiftabak werd bij ons verkocht in plaats van neusdruppeltjes. Je kunt je dat vandaag niet meer voorstellen. Met Kerstmis en Nieuwjaar moesten we met twee bedienen en met twee inpakken, omdat de klanten tot buiten stonden om cadeaus te kopen. Maar met de jaren doofde dat uit. Door de studies, maar vooral ook door de prijsverhogingen. Eigenlijk vind ik dat hypocriet. Ze zouden tabak dan beter helemaal verbieden. Nu gedraagt de overheid zich als een drugsbaron die tientallen miljoenen belastingen int op iets waarvan ze weet dat het ongezond is.”

“Mijn man rookt, ikzelf heb het nooit veel gedaan. Och ja, ik heb mensen weten sterven die nooit gerookt hebben, en ik heb ook klanten weten ziek worden. Ik stel er mij niet te veel vragen bij. Als ik hen geen tabak had verkocht, dan waren ze wel naar ergens anders gegaan.”

Onbeschofte klanten

“Op ons zestigste zijn we ermee gestopt, en kort daarna zijn we verhuisd. Het was goed geweest. De zaak heeft tachtig jaar in de familie gezeten, maar er was toch niemand meer om die over te nemen. Mijn dochters zijn een heel andere richting uitgegaan. De ene werkt voor het departement Cultuur van de stad Gent, de andere heeft een kunstgalerij in Hongkong. En ikzelf heb nog altijd genoeg mijn bezigheden. Zonder dat ik daarom nog moet omgaan met mensen.”

“Ze zeggen dikwijls dat mensen die voor hun werk constant met klanten moeten omgaan op het einde van hun leven liever dieren zien dan mensen. Bij mij is het niet zo extreem, maar toch… Er zaten veel vriendelijke klanten bij, maar ook echt gemene en onbeschofte. Van sommige klanten hoor ik nog, via het antiekwinkeltje van mijn man. Maar mijn winkel? Neen, die mis ik niet.”

Bron: Het Nieuwsblad - Kim Clemens

Spiritualia heeft nood aan sponsors: niet enkel en alleen om de zware kosten van deze website te helpen dragen, maar vooral om met-ter-tijd een budget te vergaren waardoor de website naar buiten toe beter kan worden gepromoot, en dus een veel  groter publiek zal kunnen aantrekken, inclusief meerdere interessante vrijwillige bloggers, misschien. En, sponsoren kan al vanaf 1 euro. Meer info, of interesse?.... Klik om deze link.

En, indien je een zelfstandige bent, kan je jezelf via Zoek&Vind aanmelden. En jawel: indien je geen behoefte hebt aan klandezie of naambekendheid kan het ook volledig gratis natuurlijk.

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2018 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht