ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Hoe vinden duiven hun weg naar hun eigen duiventil terug?

Eergisteren werden er ruim 24.000 duiven vermist vanwege het stormweer.
door Tsenne Kikke - maandag 10 augustus 2015 23:27

Duiven hebben een fenomenaal oriëntatievermogen. Indien ze honderden kilometers ver van huis worden gebracht, weten ze meestal hoe ze feilloos hun thuis terug te vinden. De wijze waarop postduiven dit kunnen presteren is nog immer niet volledig begrepen.

Maar, hoe knap ze ook zijn: bij een internationale duivenwedstrijd zijn eergisteren duizenden duiven verloren gevlogen. Hoogstwaarschijnlijk raakten ze in een zwaar onweer boven Frankrijk gedesoriënteerd. Amper 3.000 van de 27.000 geloste duiven vonden hun thuis terug.

Duiven kunnen zich in noodweer niet oriënteren en gaan ze rondjes vliegen - met als gevolg; dat ze de verkeerde kant uitgaan, of ergens ter plaatse neerdalen. Natuurlijk zijn de duivenmelkers boos op de organisatoren van de wedstrijd. Die hadden - gezien de weersvoorspellingen - de duiven nooit mogen lossen, vinden ze.

De vragen die ik me hierbij stel, zijn de volgende:

1) Wat stelt hen in staat om hun weg terug te vinden? - en:

2) Hoe komt het dat ze, nadat ze - wegens een onweer - hun weg zijn verloren, en van zodra het onweer voorbij is, niet meer naar hun thuis (kunnen) wederkeren?

Mogelijk rekenen duiven op geuren, de wind, infrageluid, de zwaartekracht, het zicht, de zon of aardmagnetisme - of een combinatie  ervan - om hun weg te vinden; als ze daarin verstoord worden, raken ze mogelijk verdwaald. Verdwaalde duiven vinden dan soms aansluiting bij de stadsduif en komen niet meer terug. Regelmatig wordt zo'n geringde duif gevangen en bij de eigenaar terugbezorgd.

Welke basisingrediënten heeft een duif nodig?... Ik denk:

- 1) Een soort van bewustzijn.
- 2) Een landkaart.
- 3) Een kompas.
- 4) Ervaring.

- Een soort van bewustzijn: van zodra een duif wordt gelost, moet het in wezen aan zichzelf de dubbele vraag kunnen stellen: "Waar ben ik en waar wil ik naartoe?".

- Een landkaart: waarop ze kan kijken en vaststellen: "Ik ben hier, en ik moet naar daar".

- Een kompas: om aan de weet te kijken waar het zuiden is.

- Ervaring: een duif, die voor de eerste maal kilometers ver van huis wordt verwijderd, reageert anders dan een duif die al enkele reizen heeft ondernomen.

Enkele mogelijke antwoorden...

Experimenten, die over de laatste 40 jaar werden uitgevoerd, toonden aan dat duiven gedesoriënteerd raken van zodra hun reukzin wordt verstoord - of, wanneer ze geen gebruik kunnen maken van natuurlijke winden. Maar, niet iedereen was daarvan overtuigd.

Hans Wallraff van het Max Planck Instituut voor Ornithologie in het Duitse Seewiesen toonde aan dat de atmosfeer voldoende informatie bevat om ervoor te zorgen dat duiven - op weg naar hun thuis - worden geholpen.

Volgens hem verlaten duiven zich vooral op hun reukzin. Nog sterker: van zodra je het rechter neusgat blokkeert, ondervinden ze moeilijkheden om de weg terug te vinden. Deze bevinding suggereert dat de linkerhersenhelft, waar de olfactorische informatie wordt verwerkt een fundamenteel belangrijke rol speelt bij de oriëntatie en navigatie.

Duiven beschikken dus, volgens Wallraff, zowel over een zeer karakteristieke reukzin evenals over de eigenschap om geuren te herkennen, waardoor ze in staat zijn om een soort van 'geurkaart' van hun omgeving samen te stellen. Maar, alles lijkt erop te wijzen dat duiven niet in staat zijn om door twee neusgaten tegelijkertijd te ruiken. Net als mensen zijn duiven in staat om geuren beter via hun rechterneusvleugel te bespeuren.

Zowel Martin Wikelski uit Radolfzell evenals Anna Gagliardo uit Pisa hielpen aan die studie mee. Ze gebruikten daarbij 31 duiven. De wetenschappers staken bij sommige duiven kleine rubberen stoppen in de linker neusvleugel en bij anderen in de rechter. Alle duiven werden in de buurt van Pisa opgevoed. Nadat men ultrakleine GPS toestelletjes die informatie vastlegden op de ruggen van de duiven had gemonteerd, werden ze nabij Cigoli, iets van een 42 kilometer verder, losgelaten. De resultaten bevestigden de bevindingen van Wallraff.

De duiven, die enkel door hun linker neusgat konden ademhalen, deden er veel langer over om thuis te komen. Ook stopten ze vaker onderweg en hadden ze meer moeite om de weg te vinden.

Tijdens een eerder onderzoek bestudeerde Hans Wallraff de lucht – en dan met name de chemische stofjes die daarin zaten en een geurtje hadden – op negentig locaties in een straal van 200 meter rondom een voormalig duivenhok.

Hij ontdekte dat de verhouding tussen bepaalde chemische stoffen met de windrichting mee veranderde. Bijvoorbeeld: het percentage van stof A in de som A+B of A+B+C+D nam - hoe verder men van noord naar zuid bewoog - toe. Die veranderingen resulteerden tevens in veranderingen in geur.

Wallraff stelde dan ook dat duiven aan de hand van geuren vast kunnen stellen in welke richting hun huis te vinden is. Maar: dan moet deze het duivenhok natuurlijk al wel een keer verlaten hebben - óf, in het hok aan wind zijn blootgesteld.

Wallraff: “Als het percentage van stofje A toeneemt met zuidelijke winden, leert een duif in een duivenhok in Würzburg deze met de wind samenhangende toename. Als de duif los wordt gelaten op een plek die zich 100 kilometer ten zuiden van zijn hok bevindt, ruikt de duif dat de verhouding van stofje A hoger is dan gemiddeld in het duivenhok het geval is en vliegt de duif naar het noorden.”

Het onderzoek lijkt in ieder geval weer een stukje van het mysterie dat de vogel omringt, op te lossen. Behalve het magnetisch veld en de zon, gebruikt de vogel ook geuren en de wind om zijn weg naar huis te vinden. Het verklaart misschien waarom duiven tijdens eerdere onderzoeken moeite hadden om de weg naar huis te vinden wanneer ze in hun hok niet aan wind werden blootgesteld en/of hun reukvermogen was aangetast.

Op de website van Scientas.nl stond een groot deel van wat hierboven staat vermeld, maar in een ander artikel wordt er een totaal andere verklaring gegeven. Misschien is het woordje 'andere' verkeerd gekozen, en dient het door het woordje 'aanvullende' te worden vervangen. Zo lezen we  dat wetenschappers hebben ontdekt dat zenuwcellen in het brein van duiven reageren op de richting van het magnetisch veld.

In de veronderstelling dat dit waar is, kunnen we ons de vraag stellen: "Hoe voelen duiven dan het magnetisch veld?"

Wetenschappers van het 'Baylor College of Medicine' weten het niet precies, maar zijn met een nieuwe studie wel iets dichter bij een antwoord op die vraag gekomen. “Het is nog steeds onbekend wat in de vogel precies dienst doet als een receptor, maar in onze huidige studie zijn we wel in staat om te laten zien dat zenuwcellen in het brein van de duif op de richting en intensiteit van het magnetische veld reageren,” vertelde onderzoeker J. David Dickman. “En we denken dat de duiven op die manier weten waar ze zich op aarde bevinden.”

De onderzoekers baseren hun conclusies op experimenten. Ze stelden duiven bloot aan een veranderend magnetisch veld en hielden ondertussen de hersenactiviteit in de gaten. Cellen in het binnenste deel van het oor reageerden sterk op het veranderende magnetische veld. “De cellen reageerden op de hoek en intensiteit van het magnetische veld.”

De onderzoekers zijn er dus van overtuigd dat cellen in dit deel van de hersenen in ieder geval betrokken zijn bij het opmerken van het magnetisch veld van de aarde. Deze cellen merken het veld op, en sturen informatie door naar de rest van het brein. Die informatie gebruiken de duiven om een soort ‘kaart’ te maken, en aan de hand van die kaart navigeren ze.

Het mysterie van de navigerende duif is daarmee nog lang niet opgelost, maar we zijn wel een stuk dichter bij de oplossing gekomen, zo suggereren de onderzoekers. En, indien je niet tevreden bent met bovenvermelde antwoorden, kunnen we er de bevindingen van onderzoeker Jon Hagestrum aan toevoegen.

Infrageluid kan duizenden kilometers ver reizen, en Jon Hagestrum las ergens dat duiven infrageluid met een zeer lage frequentie kunnen waarnemen. Zou het mogelijk zijn dat duiven in staat zijn om de infrageluiden van hun thuis te horen en deze – naast het magnetisch veld van de aarde – gebruiken om de weg naar huis te vinden? En zou het kunnen zijn dat ze die geluiden in sommige omstandigheden niet goed kunnen waarnemen?

Hagstrum besloot het uit te zoeken en kwam tot de bevinding dat indien de atmosfeer perfect in orde is de duiven in staat zijn de infrageluiden van de thuislocatie te horen en dus moeiteloos de weg naar huis kunnen vinden. Maar, indien het terrein en de wind de infrageluiden van de thuislocatie verstoorden, gingen ze de verkeerde kant op.

Ook hier is meer onderzoek nodig om te achterhalen of de theorie van Hagstrum klopt en representatief is voor postduiven wereldwijd.

In elk geval: hoe eenvoudig een duif er ook kan uitzien, het is en blijft een mysterieuze vogel met mysterieuze eigenschappen, nietwaar?

In zijn dagboek schreef Nikola Tesla het volgende 'liefdesverhaal'...

"Ik heb jarenlang duiven gevoerd, duizenden. Maar er was één duif, een prachtige vogel, zuiver wit met lichtgrijze puntjes op zijn vleugels, die anders was. Het was een vrouwtje. Ik zou die duif overal herkennen. Waar ik ook was, die duif kwam naar me toe. Ik hoefde alleen maar te wensen dat ze kwam en haar te roepen en dan vloog ze naar me toe. Ze begreep me en ik begreep haar. Ik hield van die duif.

Ja, ik hield van haar, zoals een man van een vrouw houdt en zij hield van mij. Als ze ziek was, wist ik het direct. Dan kwam ze naar mijn kamer en bleef ik dagen bij haar. Ik verzorgde haar tot ze weer helemaal beter was. Die duif was de lust van mijn leven. Als zij me nodig had, dan deed niets er nog toe. Zolang ik haar had, had ik een doel in mijn leven.

Toen, op een nacht terwijl ik in het donker op bed lag en zoals gewoonlijk over problemen nadacht, vloog ze door het open raam naar binnen en ging op mijn bureau zitten. Ik wist dat ze me nodig had; ze wilde me iets belangrijks vertellen, dus ik stond op en ging naar haar toe. Toen ik haar zag wist ik wat ze me wilde vertellen - dat ze doodging. En toen, terwijl haar boodschap me bereikte, scheen er een licht uit haar ogen - krachtige lichtstralen. Ja, het was echt licht, een krachtig, duizelingwekkend, verblindend licht, veel intenser dan ik ooit met mijn grootste laboratoriumlampen heb geproduceerd.

Toen die duif stierf, verdween er iets uit mijn leven. Tot die tijd had ik altijd met zekerheid geweten dat ik mijn werk zou voltooien, hoe ambitieus mijn programma ook was. Maar toen dat uit mijn leven verdween, wist ik dat mijn levenswerk voorbij was." 

Commentaar


Wees de eerste om te reageren!

Reageer


Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.

Mijn naam:    
Mijn e-mail adres:    
Mijn commentaar:
Verificatie:
Typ de code hierboven in:
 


School voor ontwikkeling van De Innerlijke Mens


Adverteer op Spiritualia
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht