ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

eagle's blog

Onafhankelijkheid, vrijheid! Een utopie, of…

Door vele beroemde filosofen en moderne hersenwetenschappers ontkend, maar de kern van iedere spirituele leer.    

Voor dit artikel heb ik mij laten inspireren door de documentaire ‘De noodzaak van een utopie’ waarin een medewerkers van Tegenlicht spreekt met de historicus Rutger Bregman en die is uitgezonden op zondag 23-2-2014 op de VPRO. Ik ga de voor mij bruikbare gegevens hieruit bundelen en een persoonlijke tint geven.

In de arme landen zou het sterftecijfer van kinderen jonger dan vijf jaar nog altijd vergelijkbaar zijn met dat uit de duistere arme middeleeuwen, namelijk  dertig procent. In de rijke landen is dit praktisch nul procent dank zij onze moderne voedselcultuur en medische vooruitgang. Het gemiddeld aantal kinderen is in de arme landen acht en in de rijke landen twee. Deze verschillen vloeien rechtreeks voort uit de veranderende omstandigheden zelf zijn in wezen geen persoonlijke keuze. Door deze vooruitgang kunnen wij meer tijd aan onze kinderen besteden. In sommige arme landen hebben vrouwen er bijna een dagtaak aan om aan drinkbaar water te komen, wij draaien simpelweg een kraantje open als:  toevallig onze limonade, fruitsap, koffie of bier op zijn, we ons dagelijks bad of douche willen nemen, de wc doorspoelen, de auto willen wassen of ons grasperk willen sproeien. Vroeger gingen er in een doorsnee gezin talloze uren per week verloren om de kledij te wassen, iets dat ons nu amper tien minuten per week kost. En zo kunnen we nog wel even doorgaan over de voordelen van deze ten ondergang gedoemde materialistische maatschappij zoals doemdenkers ons dat voorhouden. Men is zelden koning in eigen land. 

Er dus zijn er in deze rijke landen mensen die terug willen naar de natuur. Dit is natuurlijk de wens van een dromer met  luxeproblemen, want overleven als een dier in de wilde natuur zou hij waarschijnlijk nog geen drie dagen volhouden. De zee en de bergen zijn mooi en nodigen uit tot dichterlijke gevoelens, maar alleen als je er als toerist kunt van genieten en er niet dagelijks moet op of in verblijven om te overleven.

Voor bepaalde types van mensen was het vroeger altijd beter. Als je nu aan vele mensen uit de rijke landen vraagt hoe het met hun is, dan komt hun antwoord dikwijls neer op het volgende: “Met mij is het  goed maar met ons gaat het slecht.”  Meer beeldrijk kun je dit als volgt omschrijven: “We zitten op café of voor de tv te genieten van een lekker drankje met versnapering en spelen eventueel een partijtje biljart of ander caféspel en ondertussen klagen we de politiek aan omdat die ons land naar de kloten helpen, vitten we op de politie en de rechtspraak omdat ze de arme man altijd pakken en de echte misdadigers en rijken laten gaan, en verwensen de vreemdelingen en het beleid dat toestaat dat ze ons land overspoelen, enzovoorts.

Maar, als een middeleeuwer uit België naar ons huidig tijdperk zou kunnen worden geflitst, dan zou hij zich in Luilekkerland wanen. We beseffen niet voldoende dat we in een gezegende cultuur leven waarin we onze luxe ook angst laten teweegbrengen die dan onze zogenaamde vrijheid aantast.”

Welke vrijheid???!!!

Twee voorbeelden:

1. Het wereldwijd verkochte lievelingsproduct van kinderen, Nutella. Dit is een mondiaal product omdat het bedrijf Ferrero hiervoor aan de volgende landen de noodzakelijke grondstoffen ontrekt: “Palmolie uit de Maleisië, New Guinea en Brazilië; hazelnoten uit Turkije; cacao uit Ivoorkust, Gana en Nigeria; vanille uit de USA en Europa en suiker uit Europa. Dit alles gebeurt uiteraard vanuit economisch motieven en winstbejag. Merk op hoe dit laatste begrip een negatieve uitdrukking is die op de keper beschouwd toch een nuttig psychisch element schijnt te zijn.

2. Een broodrooster. Dit voorbeeld komt uit een TED-aflevering waarin Thomas Thwaites op een grappige manier iets duidelijk wil maken. Een goedkope broodrooster kost ongeveer 20 euro en bestaat uit gemiddeld 400 verschillende onderdelen van ruim 200 verschillende materialen. We gaan hier nu niet uiteenzetten hoe dit product in al zijn complexiteit eveneens berust op mondiale gegevens. Wel wil Thomas Thwaites met vijf materialen, namelijk ijzer, mica, plastic, koper en nikkel, zelf een broodrooster maken. Een grappige poging zeg maar, om aan te tonen hoe onmogelijk het is om iets betrekkelijk eenvoudig onafhankelijk te kunnen ontwerpen van iets of iemand.

Je moet hiervoor eerst naar de bibliotheek en naar een professor om te leren hoe je ijzererts als delfstof omzet in ijzer. Uiteraard moet je ook weten hoe deze delfstof te herkennen en te vinden. Dan heb je nog alleen maar de theorie maar nog niet het werkelijk begrijpen en de nodige praktische ervaring en technieken om dit alles toe te passen. En dit geld natuurlijk ook voor de overige vier grondstoffen. Het komt er op neer dat je in feite steeds verder het verre verleden in moet wil je dergelijk eenvoudig project enigszins tot een aanvaardbaar einde brengen. Het hoeft verder geen betoog dat je dit niet zal lukken. De tijd om de nodige basale kennis en ervaring op te doen en de nodige techniek te ontwikkelen om persoonlijk de vijf  benodigde grondstoffen te herkennen, te vinden, te verwerken en tot een broodrooster assembleren, zal in één leven ontoereikend zijn en je zal een fortuin spenderen voor iets dat waarschijnlijk niet zal functioneren, of heel kort, als het je wel lukt. Tenslotte kun je heel eenvoudig zonder een druppeltje zweet en in een mum van tijd in je buurtwinkel voor 20 euro een goedfunctionerende en goedogende broodrooster aanschaffen.

In de twee afbeeldingen hieronder vind je op een grappige wijze het zogenaamde resultaat van Thomas Thwaites en de vergelijking met de moderne broodroosters.         

Welke belangrijke conclusie kun je uit dit alles trekken? Paradoxaal genoeg de volgende: “Hoe afhankelijker je bent, des te beter je het hebt en hoe meer vrije tijd je ter beschikking hebt.”

Toen de mens nog ‘zogezegd’ vrij was, had hij geen tijd om vrij te zijn, dat begrip bestond waarschijnlijk in de oertijd zelf niet eens. Overleven was een kunst die alle tijd en vrijheid als het ware opeiste, waardoor een dergelijk filosofisch begrip niet kon postvatten in dat toenmalige nog overwegend dierlijke bewustzijn. Ontwikkeling van een gesproken en geschreven taal en de ontdekking om zelf vuur te maken, waren essentieel om een dergelijk cognitief begrip te kunnen doen ontstaan.

Het is een steeds verder evoluerende trend dat wij door de toenemende noodzakelijke technologische ontwikkelingen en daaruit voortkomende maatschappelijke noden als mens steeds  meer en meer afhankelijk worden van elkaar en dat er steeds minder werk zal zijn omdat de robotica dit grotendeels zal overnemen. We worden dus steeds afhankelijker maar krijgen tegelijkertijd meer vrije tijd ter beschikking, tijd waarvoor we weliswaar ook steeds afhankelijker worden van elkaar en van de techniek, maar waarin het keuzeaanbod waartussen we kunnen kiezen ongelooflijke vormen zal aannemen. Persoonlijk zou ik bijvoorbeeld nooit een letter op papier hebben gezet als de huidige computertechnieken mij niet ter beschikking stonden en ik nog had moeten schrijven met een ouderwetse typemachine. Ik vermoed dat een nuchter en praktisch iemand niet terug wil naar de natuur. Persoonlijk vind ik dat ik in een gezegend tijdperk leef.   

In de toekomst zal men dus aan iedereen een basisinkomen moeten geven waarvoor niet of heel weinig gewerkt zal moeten worden. Dit klinkt op het eerste gezicht absurd, maar als men vijftig jaar geleden een beeld had kunnen schetsen van wat nu mogelijk is, dan had men je ook gek verklaart of een ongelooflijke fantast genoemd. Wat deze aankomende feiten betreft, hinkt de politiek nog steeds achterna omdat zij nog altijd stelt dat we langer zullen moeten werken. Hun blik is blijkbaar niet veel langer dan hun electorale beslommeringen.

Vanaf hier, zal wat ik nog schrijf een inspiratie zijn waartoe deze documentaire mij aanzette, maar waarover hierin geen sprake was. 

We staan er meestal niet bij stil hoe wonderbaarlijk het is dat voor de wording van de kosmos en de daaruit voortgekomen aarde, krachten actief moesten zijn (en nog zijn) die er ook voor hebben gezorgd (en nog zorgen) dat onze aarde in haar constitutie in de loop van de tijd als het ware de nodige veranderingen ondergaat om voorbereid te zijn op het leven dat er moet kunnen op verschijnen en dat daarvoor afhankelijk is van de grondstoffen die ze in zich heeft ontwikkeld, grondstoffen die veel en veel later ook moeten tegemoet komen aan het groeiende menselijke intellect.

Nu kunnen we ons eigen lichaam ook zien als zo’n wonderbaarlijk product dat is gegroeid en zich daardoor heeft kunnen voorbereiden op wat nog moest komen. Eenvoudige afzonderlijke oercellen hebben dus hun zogenaamde individuele ‘vrijheid’ opgegeven om een uiterst complex lichaam te kunnen scheppen dat veel meer mogelijkheden heeft dan iedere cel afzonderlijk en hiervoor veel en veel minder eigen energie verbruikt dan al deze cellen afzonderlijk.

Het kosmische element bij uitstek dat ook deze evolutie van losse atomen in gasnevels naar een complex hemellichaam met ontzettend veel meer mogelijkheden heeft meegemaakt, is onze zon. Gasnevels waren veel vrijer en veel ruimtelijker, maar hun mogelijkheden waren verwaarloosbaar met die van de eruit geëvolueerde zon. Ook hierin kunnen we voorbereiding zien op de dingen die nog moesten komen.

In alles wat hier summier is naar voren gebracht, zit een karrenvracht aan informatie verborgen om onze huidige materialistische wetenschappelijke visie te ondermijnen en ruimte te schepen voor een geestelijke wereld die aan de oorsprong ligt van alles.   

Wat betekent vrijheid of onafhankelijkheid in het licht van de aangehaalde gegevens? We kunnen ons voorstellen dat de eerste mensen die nog niet over taal of geschreven woord beschikten, de wereld totaal anders waarnamen dan wij. De wereld moet meer een schemerige openbaring zijn geweest waar men op een soort dromerige wijze één mee was. Toch kun je dit alles weer zien als een voorbereiding op wat moest komen, namelijk de mogelijkheid om de dingen scherp en afgezonderd waar te nemen doordat ons denkvermogen zich meer en meer ontwikkelde en individualiseerde. Maar dit geïndividualiseerde denkvermogen is paradoxaal genoeg toch een eenheid, want de door haar ontdekte wetten zijn universeel. Als al deze individuele intellectuele vermogens zich meer en meer als één lichaam gaan ontwikkelen, zoals we nu reeds zien op de wijze dat computernetwerken zich verenigen op internet, dan zullen onze mogelijkheden weer toenemen op een wijze die ons nu wonderbaarlijk voorkomt.

We zullen dus evolueren naar nog complexere eenheden waarin alles afhankelijk is van alles maar waarin de mogelijkheden om te kiezen eveneens wonderbaarlijk zullen zijn toegenomen.

Vrijheid en onafhankelijkheid lijken dus wezenselementen te zijn die zich niet door starre levensloze persoonlijke gedachten in een harnas laten duwen. Ze zijn veel ruimer dan de mens zelf en daarin ligt hun vrijheid. Wat wij beperkingen noemen, afhankelijkheid of onvrijheid, zou wel eens niet meer kunnen zijn dan een dode abstracte momentane gedachte die door ons formatorisch denken in ons bewustzijn worden geplaatst op basis van moderne opvoeding en cultuur.                      



Gepost door eagle op dinsdag 25 februari 2014 0 reactie(s)


Wie of wat ben ik?

We leven in een maatschappij waarin we door nieuwsfeiten allerhande worden overspoeld. Maar ze zijn van die aard en frequentie dat we ze niet kunnen absorberen zonder eraan ten onder te gaan en daarom plaatsen we ons in een soort luchtbel waarin het water dat ons wil verdrinken ons niet kan bereiken. Maar dergelijke negatieve indrukken die onze zintuigen dagelijks met de regelmaat van een klok bombarderen, hollen onze weerstand uiteindelijk uit waardoor diep in ons een verward en angstig wezen ontstaat dat zich verbergt achter een cynisch masker van humor, koude filosofische abstracties, of spirituele drogbeelden zoals het  geloof in een leven na de dood in een hemel waarin we liefdevol door God worden ontvangen en terug met onze dierbaren worden verenigt.

Maar diep in ons zijn we ons bewust van dit masker of drogbeeld, want we hebben immers een immens onverzadigbaar verdriet als dierbare personen sterven, ons verlaten of ziek worden op een manier die onze mens zijn aantast.

We hebben als mensen geleerd om met elkaar op dusdanige manier te praten dat de onmacht ten opzichte van het ons omringende leven wordt verhuld, maar wie goed kan luisteren en zien die weet dat achter de meeste oppervlakkige gesprekken die enigszins bespiegelend van aard zijn, of in die gesprekken waarin iemand spreekt over wat hem bezighoud, zoals politiek, geld, werk, oorlog, onvermijdelijke toekomstige rampscenario’s, ziekte, huwelijk, onrecht, religieus fanatisme, rassenproblematiek, enzovoorts, deze onmacht ligt te smeulen. Zelfs praten over sport, dat toch een ontstellend groot deel van het media-aanbod uitmaakt, is in wezen een drug die ons moet in slaap sussen, omdat wakker zijn wat betreft die andere nieuwsfeiten onverteerbaar is. Wat wij elkaar geven is alleen de rook om dit te verbergen en de roes ervan om het onaanvaardbare aanvaardbaar te maken. Steden, fabrieken, massaproductie, autosnelwegen, allerhande transportvoertuigen, ruimtevaart, computers, kunstmatige intelligentie, moderne geneeskunde, enzovoorts, getuigen ten diepste allen van de immense energie en arbeid die door de mens wordt besteed om het onaan-vaardbare aanvaardbaar te maken.     

Het tragische aan dit alles is, dat wij mensen elkaar gaan bestrijden in de absurde hoop dat wij hierdoor een tijdelijke cocon van schijnbaar geluk kunnen scheppen in dit korte leven vol toevallige onbeheersbare factoren. Het ongerijmde hiervan is, dat we dit doen op basis van iets waarin we allen aan elkaar gelijk zijn, namelijk angst, angst voor de dood. Het resultaat van dit alles is paradoxaal omdat het effect tegengesteld is aan onze verwachtingen. Onderbewust weten we dat maar al te goed, maar we vinden de uitweg niet uit dit zelfgeschapen moeras en onze onmacht neemt dus alleen maar toe en de middelen om haar tot zwijgen te brengen worden alsmaar knapper. De huidige wonderbaarlijke technologische wetenschap neemt hierin het voortouw en we geloven maar al te graag in haar beloften. Maar tegelijk zien we hoe diezelfde wetenschap (bijvoorbeeld) de magie van de seksuele verbintenis om een bevruchte eicel te creëren, heeft weten te ontkrachten door hetzelfde te bewerkstelligen via de injectie van een koude scherpe naald van een mechanische spuit gevuld met zaadcellen, kunstmatige inseminatie genoemd. We bewonderen zulke kennis en tegelijkertijd is er iets in ons dat zich hier tegen verzet. Het tast ons mens zijn aan, maar we weten weer niet hoe we ons hiertegen zinvol moeten verweren.  Daarom is, samen met de spirituele drug, wetenschap dè drug waarop we ons verlaten nadat alle andere roesmiddelen hebben gefaald.     

Hoe is het zover kunnen komen?        

We kijken naar de natuur en merken, bewust of onderbewust, op dat de natuurkrachten ons geen enkele  houvast geven. Het leven is een strijd tegen deze natuurkrachten. Als het leven uit iets verdwijnt, dan wordt het door deze natuurkrachten volledig ontbonden. Om hieraan te ontsnappen moet het leven zich voortplanten. We weten de dag van vandaag hoe onuitsprekelijk wonderbaarlijk ons fysieke instrument voor het leven is, een instrument dat zijn geheimen ondanks enorme gezamenlijke wetenschappelijke krachtinspanningen nog steeds niet heeft prijsgegeven. En dan zijn er er weer die wrede niets ontziende natuurkrachten die de ontzettend complexe en ondoor-grondelijke verscheidenheid aan levensorganismen vermaalt alsof zij van geen enkele betekenis zijn. Het is zelfs zo, dat we nu ook weten dat in onze hele zonnestelsel dergelijke complexe organismen niet voorkomen omdat de natuurkrachten dat op die plaatsen verhindert.

Het leven lijkt hierdoor een fait divers in een heelal dat zich hierom niet lijkt te bekommeren. En als klap op de vuurpijl merken we dan ook nog eens dat dit wonderbaarlijke fysieke lichaam hetzelfde lijkt te doen als wat de natuur met haar doet, namelijk via de weg van voeding levensorganismen vernietigen om zichzelf tijdelijk in stand te houden. Is het dan te verwonderen dat de mens zich steeds onmachtiger voelt en cynisch wordt?

Ik kijk naar een of ander kristal, rots of berg en merk dat deze betrekkelijk onvergankelijk zijn, maar ze leven niet. Wij nemen de kleur en de vorm waar, maar niet wat deze samenhoud. Naar dit zijn hebben wij geen toegang. De natuur sluit ons als het ware buiten en op een gelijkaardige wijze kunnen we merken dat we in zekere zin ook van het zijn van ons eigen lichaam zijn buitengesloten. Bij ziekte, handicaps en dood komt deze onmacht met betrekking tot wat we ons eigen lichaam noemen, pijnlijk aan de dag en zijn we tijdelijk weer een illusie armer. We zijn weer even ontwaakt, maar verlangen direct terug naar onze slaap, die zalige toestand van onwetendheid die onze onmacht moet verborgen houden. ‘Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe’, zijn de woorden uit een bekend kleinkunstlied, maar toch doen we het.

Als we dan vaststellen dat we het zijn van de natuur niet in ons kunnen opnemen, dan kunnen we ons naar binnen keren, naar onze zielenroerselen, naar onze gewaarwordingen, gevoelens en gedachten. Maar dan blijkt dat deze nog onbestendiger zijn dan de buitenwereld en dat wij alleen maar een beeld van de ons omringende natuur kunnen meenemen in onze herinnering. Als we onze uiterlijke zintuigen afwenden, dan vinden we in ons innerlijk niets dan vluchtige vage herinnerings-beelden die dan bij nader inzien meestal ver verwijdert zijn van wat de werkelijke situatie was op dat eigenste moment zelf. Blijkt dan ook nog eens uit het moderne wetenschappelijke onderzoek, dat onze zintuigen maar een onwezenlijk deel van de werkelijkheid kunnen weergeven en dat ze gemakkelijk te misleiden zijn. Wie zich verdiept in neurologische casestudies, die weet hoe onze illusies met betrekking tot wat we denken te zijn in relatie tot ons lichaam, een flinke deuk kunnen krijgen. En wie is er de dag van vandaag nog niet geconfronteerd met die alles onterende ziekte die men dementie noemt? Pijn of ernstige ziekten verhinderen ons te denken en het is het denken dat het bewustzijn van ons ik waarborgt. Bewusteloosheid en droomloze slaap schijnen keer op keer te bewijzen dat ons ik ook in deze toestanden verdwijnt. Ons zo geroemde ik schijnt dus in alles afhankelijke te zijn van dit vergankelijke nietige lichaam. En toch is dit lichaam alles wat we schijnen te hebben op deze aardbol om te kunnen gewaarworden, te voelen en te denken.  

Het contrast tussen dit niets en alles zijn van ons lichaam en ons innerlijk ervaart iedere gezonde normale mens, al zal hij dat meestal niet helder onder worden kunnen brengen. Zoals reeds is vermeld, moeten we als het ware achter de woorden kunnen luisteren en achter de gebaren en mimiek kunnen kijken als we het resultaat van dit contrast bij onze medemens willen waarnemen. Namelijk angst voor de dood en onmacht om echt te leven. Ik herhaal nogmaals dat dit de enige werkelijke verborgen factoren zijn waarin we als mens aan elkaar gelijk zijn, hoe verscheiden we ook zijn in het verborgen houden hiervan of de wijze waarop we erover wel of niet in woorden willen of kunnen over praten. Zelfs als iemand geen angst heeft om te sterven, dan zal hij in het algemeen toch heengaan als een cynische existentialist.  

Met andere woorden: “Als we ons afwenden van de buitenwereld die we alleen als beeld in ons kunnen opnemen, en ook van onze opkomende en verdwijnende innerlijke zielenroerselen, dan tasten we in volslagen duisternis, in volslagen leegte.” Het mag ons dus niet verwonderen dat we in feite angstige schizofrene wezens zijn die zich verhullen in alle soorten kortstondig vermaak en genot om deze leegte te vullen en duisternis te verdrijven. Dit soort slaap is zalig en gemeenschappelijk aan ieder mens. Het mag dus niemand verwonderen, zelfs geen Boeddha of Jezus, dat wij niet wensen te ontwaken. Je kunt, zoals Gurdjieff zegt, beter op de stoel blijven zitten waarop je momenteel zit dan geen stoel meer te hebben.

Het zou dus moeten duidelijk zijn, dat mensen die aan de een of andere vorm aan zelfkennis doen of spiritueel op de een of andere wijze actief zijn, zich moeten realiseren dat de situatie waarin zich de mensheid bevind, een veel diepere oorsprong heeft en veel moeilijker is te omzeilen dan zij in het algemeen beseffen en dat ze zichzelf gemakkelijk kunnen wijsmaken dat zij hieraan zijn ontsnapt. Hoe hardnekkiger zij hun gevolgde leer zullen verdedigen, des te duidelijker zou het wel eens kunnen zijn hoever zijzelf in wezen nog verwijdert zijn van werkelijk inzicht in zichzelf en de schepping. Iemand die eerlijk en streng met zichzelf over de hier aangeboden materie langdurig worstelt en enigszins tot inzicht is gekomen, die begrijpt dat er geen enkele reden is om neer te kijken op de onwetenden, want hij heeft er tot dan toe deel vanuit gemaakt en leeft er nog steeds midden in.

Mededogen is wat hem rest, ook voor zichzelf.      

De oude religieuze oorkonden zijn vervallen tot traditionele stelsels waarvan de sleutel verloren is, of niet meer vruchtbaar in deze tijd. Wie met een open geest om zich heenkijkt, die weet dat de symbolische beeldentaal van deze oorkonden niet meer begrepen wordt. Het zal heel onaannemelijk schijnen als ik zeg dat geen enkele theologische studie hieraan iets kan verhelpen. Wat er nodig is om deze oorkonden te begrijpen, is werkelijke zelfkennis en deze hoeft zelfs niet spreken over deze oorkonden of deze te duiden, hoe ongelooflijk dit ook mag over komen.

De Mens, zijn kern of ware Ik, is niet te zien en dus onbekend en onbemind. Men kan zich terecht afvragen of iets dergelijks wel bestaat en vele zoekers hebben er het bijltje bij neergelegd en troosten zich met Nobel- en andere wetenschappelijke prijzen om hun onmacht te verdoezelen en de illusie te wekken dat men iets is in plaats van niets. Wie kan het hun ten kwade duiden? We doen het allen op onze eigen specifieke en zogezegd bescheiden manier.

Maar is er dan geen uitweg uit dit aardse tranendal? Zijn wij dan voor altijd de gevangen in Plato’s grot? Of is er ‘een ark die ons kan drijvende houden op de maalstroom van de schepping’, ‘een draad van Ariadne die ons bevrijd van de Minotaurus’, ‘een prins die de draak verslaat en de prinses bevrijd’, of ‘een Jezus die zegt: breek deze tempel af en na drie dagen bouw ik hem terug op’, of zijn dit allen sprookjes die het onaanvaardbare aanvaardbaar moeten maken en onze onmacht moeten verdoezelen?

Deze vraag kun jij als zoeker alleen beantwoorden. Niemand kan dit voor jou doen, als je geen papagaai wil zijn. In wat hier is naar voren gebracht, ligt de kiem naar het antwoord verborgen. Er is een Paard van Troje aanwezig in dit oorlogsgebied waarin we zijn verdwaald, maar dat moet je niet zomaar geloven. Onderzoek het!

Overweeg in deze zoektocht het volgende: “Is er in dit komen en gaan, in dit proces van voortdurende afbraak en opbouw, iets aanwezig dat getuige is van beide?

Als het lichaam wordt verdoofd of het leven zich er uit heeft teruggetrokken, dan zijn alle bekende elementen uit de moderne wetenschap op dat moment nog steeds in dit lichaam aanwezig, toch vertoond dit lichaam geen enkele reactie meer, op welke uiterlijke prikkels of innerlijke zielen-roerselen ook. Er blijken dus fenomenen te zijn die niet eigen zijn aan het fysieke lichaam.

Als ik ’s morgens ontwaak, dan kan ik weten dat ik goed heb geslapen, al was in de droomloze toestand er geen besef van een ik of welke ervaring ook. Toch was deze toestand niet niets en was er iets aanwezig, anders kon ik er bij het ontwaken niet van getuigen.

Wie of wat houdt ons lichaam tijdelijk in stand tegen de natuurkrachten in? Wie of wat schept en begrijpt de mythische spirituele symbolen en beelden die door het onderbewustzijn worden opgeroepen en in het bewustzijn verschijnen? Niet onze fysieke hersenen, want deze hebben geen enkel belang nog zintuig om iets dergelijks tot stand te brengen. Zenuwcellen die op zich geen zintuigen bezitten, zijn als passagiers in een duikboot afhankelijk van wat via de sonar en periscoop (de uiterlijke zintuigen) aan de kapitein wordt medegedeeld. Het is de kapitein die begrijpt en beslist en de neuronen voeren het uit. We moeten dus op zoek naar de kapitein in onze duikboot (lichaam) of naar de meester in de koets. Is er wel een kapitein aanwezig of houden de passagiers zichzelf bezig en wisselen al naargelang de uiterlijke omstandigheden van rol en laten de duikboot hierdoor willekeurig voorbewegen in de duisternis zonder ooit aan de oppervlakte te komen?

Is de kapitein misschien een Mens of Ik die wij uit vrije wil in ons zelf moeten scheppen naar Ons eigen beeld en gelijkenis, net zoals God de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis, en Jezus zijn Tempel na drie dagen terug opbouwde?! 



Gepost door eagle op zaterdag 22 februari 2014 0 reactie(s)


Michelangelo, Da Vinci en Gurdjieff

Dit wereldberoemde onderdeel van het fresco, geschilderd door Michelangelo op het plafond van Sixtijnse Kapel in Rome, zou een voorstelling zijn van Genesis 2: 7: “Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen.

Ik moet bij de verklaring van dit beeld denken aan ‘Het laatste avondmaal’ van Leonardo da Vinci.

Dit zou gebaseerd zijn op Johannes 13: 21-26. In deze passage staat dat Simon Petrus ‘ de leerling die door Jezus werd bemind’ een teken gaf en deze vroeg: Wie bedoeld Hij? Deze passage kunnen we inderdaad herkennen in ‘Het Laatste Avondmaal’ van Da Vinci. Maar er is in dit evangelie helemaal geen sprake van ‘twist’, iets wat in dit schilderij wel degelijk te zien is. Het enige evangelie waarin sprake is van ‘twist’ is in dat van Lucas. Het is dus niet juist om dit schilderij enkel te zien als gebaseerd op het evangelie volgens Johannes. Een bevriend pastoor waarmee ik dit schilderij (een kopie van ‘Het Laatste Avondmaal’ van Da Vinci en dat zich in de Abdij van Tongerlo bevind) ging bekijken, kon maar niet toegeven (of zien) dat ‘de leerling die door Jezus werd bemind’ een vrouw voorstelt. Hij is niet de enige geestelijke die dit niet wil of kan zien. De fictieschrijver Dan Brown zag dit wel en beweerde in zijn boek ‘De Da Vinci Code’ dat deze vrouw Maria Magdalena zou zijn.

In Johannes 19: 25-27 lezen we het volgende: “Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stonden bij Jezus kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: ‘Vrouw, zie daar uw zoon. Vervolgens zei hij tot de leerling: ‘Zie daar uw moeder’. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis”.  

Als we nu nog weten dat de afbeelding van ‘de leerling die door Jezus werd bemind’ op ‘Het Laatste Avondmaal’ van Da Vinci een heel sterke gelijkenis vertoond met de vrouw in het schilderij van Da Vinci dat ‘De Madonna in de grot’ heet, en dan denken aan de passage van Johannes zoals hierboven aangehaald, dan krijgen we al een vermoeden waarom Da Vinci ‘de leerling die door Jezus werd bemind’ afbeeldde als een vrouw, een vrouw die een onmiskenbaar sterke gelijkenis vertoond met ‘De Madonna in de grot’, de moeder van Jezus.

Zo zijn er op dit beroemde schilderij (Het Laatste Avondmaal) nog wel andere opmerkelijke dingen aan te duiden waaraan de gevestigde kunstcritici en theologen voorbijgaan. Ik kan natuurlijk niet meer aan Da Vinci en aan Michelangelo gaan vragen of mijn duidingen juist zijn. Ik kan alleen kijken met een open geest, de ermee verbonden Bijbelpassages op me laten inwerken en alles wat ik heb eigengemaakt aan zelfkennis (waarin ik ongeveer dertien les heb gevolgd bij Angelus) in schakelen, en dan kom ik tot de volgende conclusies.

Er is in het beeld ‘De schepping’ van Michelangelo niets te zien van een God die ‘de mens’ de levensadem inblies via diens neus. Ook wekt dit beeld niet bij mij de indruk dat ‘de mens’ hier gemaakt wordt uit het stof der aarde. Ik zou het niet ‘de schepping’ noemen, maar wat aan de schepping voorafgaat. Ik zie in dit beeld ‘de drie krachten’ waar Gurdjieff over spreekt. God is duidelijk de actieve kracht; de wezens die God uit alle macht trachten tegen te houden stellen duidelijk de passieve of tegengestelde kracht voor; en ‘de mens’ de neutrale of verzoenende derde kracht. Het is eveneens duidelijk dat ‘de mens’ zelf een bewuste inspanning zal moeten doen om zich van het Goddelijke in hem bewust te worden door de derde kracht actief te maken. In het beeld dat Michelangelo hier oproept, is hiervan nog geen sprake. ‘De mens’ ligt er half liggend bij met een arm die rust op zijn knie en waardoor diens hand met slappe wijsvinger ‘toevallig’ bijna contact maakt met de uitgestoken wijsvinger van God. Je kunt eerder zeggen dat het geestelijke in ‘de mens’ nog slaapt (Genesis 2: 21: “En toen liet Jahwe God de mens in een diepe slaap vallen; …” .). God zelf kan en mag het contact zelf niet bewerkstelligen omdat ‘de mens’ dit zelf in volle vrijheid moet trachten te doen. Er zijn dus krachten (de figuren die God trachten tegen te houden) die God tegenwerken maar er toch één mee zijn. (NB: De geïnteresseerde lezer raad ik aan om het boek ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke’ te raadplegen in verband met ‘de drie krachten’.)   

Het donkere doek of wolk waarin God zich met die andere wezens bevind, stelt waarschijnlijk een oor voor dat luistert naar wat de mens en de schepping God te vertellen heeft. Als doek kan het tegelijkertijd als sluier bedoeld zijn die het aardse van het geestelijke lijkt te scheiden. 

Het spel van de drie krachten kunnen we ook herkennen in ‘Het Laatste Avondmaal’ van Da Vinci. Onder andere in de drie groepjes van drie apostelen; in de gelijkzijdige driehoek die Jezus vormt en waarin diens neutrale hoofd de ‘nemende’ en ‘gevende’ hand verzoend; en in de drie ramen waardoor daglicht schijnt, hoewel het nacht was (!) toen Jezus zijn onheilspellende woorden uitsprak dat er iemand onder hen was die hem zou overleveren.

Mythen en symbolen zijn de taal van het hogere bewustzijn zegt Gurdjieff. Ik ben van mening dat de twee hier aangehaalde fresco’s hiervan getuigen. Er zit een schat aan inzicht verborgen in deze twee kunstwerken.



Gepost door eagle op woensdag 12 februari 2014 3 reactie(s)


Involutie en evolutie in de scheppingsstraal

Artikel naar aanleiding van het nieuwsbericht van Angelus met de titel ‘Over weefsels in de mens, die als voedsel kunnen dienen …’, geplaatst op zondag 26 januari 2014.

 

Ik denk bij het beeld dat Angelus wil schetsen met zijn nieuwsbericht aan die wonderbaarlijke transformatie van een vlindereitje in een vraatzuchtige kruipende, dikwijls afzichtelijke, rups die op haar beurt verandert in een cocon, pop genaamd, en waarin zich een schitterende kleurrijke vlinder ontwikkeld die na het openbarsten van deze pop zich hieruit bevrijd en fladdert van bloem tot bloem. Als rups eet het bladeren en beschadigt daardoor de plant, maar als vlinder voed het zich met nectar en helpt daardoor de plant haar zaad efficiënter te verspreiden. Als rups hecht ze zich op het moment dat ze zich moet verpoppen met haar monddelen aan een takje vast en met haar achtereinde ook losjes aan dat takje. Dan zie je hoe het inwendige van die rups zich ontrekt aan het omhulsel waarin de ogen, monddelen en pootjes zitten. Uiteindelijk wordt dit laatste afgeworpen als een duikerspak dat niet meer nodig is en verhard (verpopt) de vlezige ondefinieerbare rest zich tot een cocon die dan (bijvoorbeeld) als een opgerold samengetrokken blad onopvallend aan een takje van die boom hangt en waarin de rest van het transformatieproces tot vlinder plaatsgrijpt.  

Of neem nu het eitje van een libel. Dit ontwikkelt zich tot een gestroomlijnde larve die tot op zekere hoogte op het lichaam van de libel lijkt maar dan zonder vleugels en onder water leeft (soms wel vijf jaar) en zich voed met kleine waterdiertjes en kikkervisjes. Om zich snel onder water te kunnen bewegen heeft de larve als het ware een voortstuwingsmechanisme aan het achtereinde van haar lichaam waardoor ze zich voortbeweegt als de turboversie van een miniduikboot. Als haar tijd gekomen is komt ze boven water, vervelt en ontwikkelt twee paar vleugels en een navigatiesysteem waardoor ze moeilijk is te vangen door vogels. Nu moet ze ook opletten dat ze niet het slachtoffer wordt van de tot kikker uitgegroeide kikkervisjes die haar in het larvenstadium als voedsel dienden.

En dan hebben we nog het plankton. We zouden dit larven kunnen noemen, gegroeid uit de eitjes van vele diverse levensvormen in de oceaan en die zo klein zijn dat ze voor het blote oog onzichtbaar zijn. Ze komen zo massaal voor dat ze de zee groen kleuren en bepaalde kolonies vanuit de ruimte zichtbaar zijn als gigantische vlekken op het oceaanoppervlak. Ze dienen soms als enige voedselbron voor enorm grote zeedieren zoals bijvoorbeeld de baleinwalvissen. Maar als ze tot ‘volwassen’ levensvormen zijn getransformeerd kunnen zij op hun beurt hun oude ‘vijanden’ gebruiken als voedsel. Ze produceren ook de voor ons en andere levensvormen zo levensnoodzakelijke zuurstof. Als je ze bekijkt onder de microscoop kom je in een wonderbaarlijke wereld terecht van onvoorstelbare vormen waarvan velen zich voordoen als levendige geometrische vormen in allerlei variaties. Diatomeeën (zie ‘afbeelding’ hier onder en het You Tube Filmpje met de titel ‘Tierney Thys + Plankton Chronicles Project: The secret life of plankton’.), behorende tot de planktonfamilie, zijn hiervan uitgesproken voorbeelden. De krijtrotsen van Dover en vele ander geologisch formaties zijn opgebouwd uit de opeenhoping gedurende vele miljoenen jaren van kalkresten van dergelijk microscopisch leven in de oceaan.

NB: Vraag jezelf bij het bekijken van bovenstaande afbeelding eens af of de wis- en meet- en natuurkunde die de mens heeft ontwikkeld niet is afgeleid van de impliciete orde die ten grondslag ligt aan de diverse levensvormen en hun bewegingen en de structuur en bewegingen van hemellichamen. Denk hierbij ook aan de algoritmen achter fractalfiguren waarvan de patronen zo herkenbaar zijn in de ons omringende natuur en die niet meer is weg te denken uit de moderne animatie- en beeldtechnieken, computerspelletjes, weersvoorspellingen, enzovoorts. Uit de kleine greep aan voorbeelden die in bovengenoemde afbeelding zijn weergegeven en het filmpje op You Tube, kun je ook afleiden hoe micro-organismen door involutie en evolutie aan de basis liggen van de structuur en vorm van organen van plant, dier en mens en zelfs van de kunstuitingen die de mens tentoonspreid.    

De tot nu toe voor de mens onmisbare olie is het product van vele miljoenen jaren geleden, door enorme geologische verschuivingen diep in de aardbodem verzeilde en vergane bossen en planten. Idem voor de kolen die vroeger algemeen als brandstof werden gebruikt. Door verbranding van steenkool, olie en de afgeleide producten hiervan komt er enorm veel extra warmte vrij en zoals we weten is warmte een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling en instandhouding van het leven.

Ons lichaam en haar organen kun je zien als een transformatievorm van ontelbare diverse micro-organismen waarvan de individuele cellen op zich toch tot op zekere hoogte hun oervorm hebben bewaard. De werking van neuronen in je hersenen lijken sterk op die van ‘bacteriën’ en ‘schimmels’. Om dit aan te tonen, zal ik een uitgebreide beschrijving geven van hun werking.

1. Bacteriën:  In de schitterende documentaire ‘Superorganisme’ van de Israëlische professor Eshel Ben-Jacob legt deze uit hoe hij proeven doet met bacteriën in petrischaaltjes. Hij doet glycerine in een petrischaaltje en voegt er water en een druppel kleurstof aan toe. Onder een microscoop zie je dan hoe, als het water zich vermengd met de glycerine, complexe systemen bekend uit de vloeistof-mechanica zichtbaar worden. Dan laat hij zien hoe hij in een petrischaaltje een dun laagje substraat aanbrengt waarin hij in het midden een druppeltje bacteriën ent. Er is weinig voedsel in het substraat dat voor de bacteriën een zekere weerstand vormt. Om het verspreide voedsel te bereiken, moeten de bacteriën vloeistof aanmaken om zich door het substraat te kunnen bewegen. De bacteriën worden met kleurstof gefixeerd zodat zij bij hun zoektocht naar voedsel, en om zich te kunnen voortplanten, een zichtbaar spoor achterlaten. Door het weinige voedsel in het substraat is er veel concurrentie en moeten de bacteriën samenwerken. Hiervoor zetten zij een complex communicatie-netwerk in gang dat resulteert in schitterende, harmonische, fractalachtige structuren die lijken op bloemen, ijskristallen, koraalvormen, sterrenstelsels, enzovoort (zie voor foto’s op internet: “Esher Ben-Jacob: Microbial Art”). Deze patronen zijn reproduceerbaar als de omstandigheden gelijk zijn, en dat wijst op een geavanceerd automatisch communicatiesysteem. Bij voedselschaarste vormen ze dus kolonies die als één organisme acteren, dit in tegenstelling bij rijke voedselbronnen waarin de bacteriën zich als chaotische individuen gedragen.

Een persoonlijke verklarende noot: “In een organisch geheel is er veel minder energieverbruik voor de cellen dan als ze afzonderlijk zouden opereren, omdat ze dan veel onbeweeglijker zijn en veel beter beschermd van energieverslindende omgevingsfactoren. Denk aan het meegezogen worden in de sliptreem en waarvoor sommige trekvogels een V-vormen in de lucht en elkaar aan de top beurtelings aflossen zodat ze kracht – en dus ook energie – sparen.

De bacteriën doen aan chemische en genetische communicatie. Ze veranderen hun eigen genoom en vormen zo een zichzelf ontwerpend genetisch netwerk. Ze doen dit niet willekeurig, zegt Ben-Jacob. Als we alles in de natuur, zoals de meeste evolutiewetenschappers doen, op willekeurige selectie baseren, zijn we uitgepraat. Willekeur kun je niet doorgronden. Hun resistentie ontstaat uit een leerproces. Maar als ik met collega-wetenschappers praat over ‘gerichte mutatie’, dan kunnen ze dit woord niet uitspreken. Ze beginnen te stotteren en zeggen: ddd..die..andere soort mutatie. Bacteriën kunnen hun genetisch materiaal inbrengen in hogere organismen zoals planten, zodat deze zich anders gaan ontwikkelen op een manier die de bacteriën beter uitkomt. Dit is een vorm van creativiteit. De bacteriën willen zichzelf blijven. Om zelfverbetering tot stand te laten komen, is er meer nodig dan alleen barre levensomstandigheden. Er moeten tegenstrijdige condities aanwezig zijn. Het genoom moet gefrustreerd raken. (Persoonlijke noot: Was het niet Gurdjieff die zei dat wrijving noodzakelijk is voor groei!) Als het een probleem oplost, moet zich een ander aandienen. Zo ontstaan nieuwe prachtige patronen of creatieve netwerken enkel als het voedsel in het substraat wordt gewijzigd zodat de bacteriën gefrustreerd raken. We verliezen de strijd tegen bacteriën omdat ze worden gezien als domme elementen. Als we hun taal begrijpen kunnen we prachtige dingen doen. Als we in staat zijn onze paradigma’s met betrekking tot de huidige evolutietheorie te overstijgen, zouden we wel eens voor de verassing komen te staan dat bacteriën ons over onszelf vertellen (Aldus Ben-Jacob). Gurdjieff: “De microkosmos is het atoom of liever …..de microbe. God is microbe: het systeem is hetzelfde. Het verschil ligt alleen in het aantal centra.”)

2. Schimmels (Deze informatie is voor het merendeel afkomstig van een documentaire uit het TV programma ‘Noorderlicht’ en heet: ‘Onderwereldfiguren’, en ontstond in samenwerking met de Britse professor Alan Rayner.):

De genen zijn niet de dominante factor, want hun gedrag wordt gestuurd door de grensvlakken van het milieu waarin ze verblijven. Een mooi voorbeeld hiervan is de schimmel, waartoe ook paddenstoelen en zwammen behoren. Voedsel dat bederft en waar schimmel komt op te staan (wij noemen dit ‘haar’) is te wijten aan onzichtbare sporen (zaad) van schimmels die in de lucht zweven en ‘wortel’ schieten op dit voedsel.

Schimmels behoren tot de grootste organismen op aarde. In Canada heeft men een schimmel ontdekt die 15 hectaren groot is, 1500 jaar oud en ongeveer 100.000 kg weegt. Dit is een schatting die gebaseerd is op het gemiddeld aantal draden en wat er verder nog deel uitmaakt van de schimmel en dat op basis van overeenkomst in het DNA. Schimmels vormen een netwerk van draden in de grond, de humuslaag en de schors van bomen. Het lijken net vertakkingen van bloedvaten of zenuwen die op sommige plaatsen uitwaaieren als bronchiën. Schimmels zijn praktisch onsterfelijk door hun verspreidings- en aanpassingsvermogen in de barste omstandigheden. De paddenstoelen en zwammen zijn in feite hun vruchten. (Persoonlijke noot: Zo kun je onze uiterlijke zintuigen zien als de vruchten van de neuronale netwerken; vruchten die zich door prikkels uit de omgeving laten bevruchten zoals een bloemen door stuifmeel.) Schimmeldraden vormen een communicatienetwerk om de omgeving te verkennen en één ‘individu’ kan eindeloos verschillende vormen en werkwijzen aannemen. Het DNA blijft hetzelfde, maar de vorm verschilt voortdurend en wordt bepaald door aanpassing aan de omgevingsfactoren. Bij de mens en andere organismen ligt deze vorm tot op  zeker hoogte vast, maar bij de schimmel niet. De vorm is afhankelijk van wat moet verkent worden en van het soort voedsel. Er zijn drie manieren om te weten hoe hij van vorm moet veranderen. 1. Door chemische signalen. 2. Door drukverschillen in de vloeistof in de draden. 3. Door het aanmaken en uitwisselen van elektrische signalen. Schimmels kunnen zelfs lussen leggen in hun draden waardoor ze wormen strikken door deze aan te trekken als de worm door enkele lussen is gekropen. Op deze wijze komen deze schimmels aan hun stikstof.

De evolutietheorie schenkt enkel aandacht aan het uitwisselen van genen tussen de soorten en niet aan het lichaam als geheel. Maar hier zien we dat de voornaamste drijfkracht is gelegen in het uitwisselen van informatie aan de grensoppervlakken. De evolutietheorie tracht enkel het verkeer te begrijpen (de auto’s, de fietsers en de wandelaars) en ziet niet dat het wegennetwerk op zich in relatie tot de omgeving waar het doorheen loopt, het uitwisselen van genetische informatie m.b.t. tot vorm, overleving (gedrag) en doel stuurt. Aangeleerd gedrag tegenover aangeboren gedrag wordt haast irrelevant als je beseft dat de grens niet in maar ook buiten het organisme ligt. Het is beide!

Persoonlijke noot: Het is ook geweten dat hersenen van een kind dat in een arme niet stimulerende omgeving is grootgebracht veel kleiner in volume is en veel minder verbindingen telt dan een kind van dezelfde leeftijd dat in een rijke stimulerende omgeving is grootgebracht. Hierdoor verschilt het IQ tussen zo’n kinderen soms 30 procent meer kans. Verwaarloosde kinderen die geen affectie ontvangen lopen 30 procent meer kans om te overlijden. Dit toont aan hoe belangrijk de omgeving als voedend weefsel is. Ik denk hierbij ook aan het beeld dat Gurdjieff oproept als hij zegt dat de verschillende kosmoi elkaar wederzijds doordringen als schillen van een ajuin. Lees ook nog eens het uitgebreide artikel dat Angelus naar aanleiding van het hier aangehaalde ‘Nieuwsbericht’ heeft geplaatst op ‘Eclecticus en dat gaat over het kippenei en de foetus in de baarmoeder.

Het zichtbare gedeelte van de schimmels zijn meestal enkel de vruchten. Schimmels zijn geen dieren en ook geen planten, maar een soort op zichzelf. (En persoonlijk zou ik hieraan toevoegen dat ook de mens geen dier is maar een soort op zichzelf.) Ze verteren rotsen, metaal, hout, organismen en zelfs plastik. Één individu kan een link hebben met meer dan 200 verschillende partners (bomen en andere planten) en kan meer dan 200 bomen met elkaar verbinden via de wortels. Ze kunnen samenwerken met korstmossen en zo meer dan 13.000 verschillende soorten vormen die onder de hardste condities leven waar niets anders groeit. Ze werken dikwijls vanaf de geboorte samen met hun partners en er zijn zelfs orchideeën die enkel kunnen bevrucht worden door de schimmel vanuit de wortel.

In de regenwouden zijn er schimmels die zich voortplanten doordat ze worden opgegeten door een of ander insect. Zo zijn er mieren die zich na het eten ervan zwalpend voortbewegen en die door de soldaatmieren worden verwijdert zodat zij het nest niet kunnen besmetten. Zo zie je op de bodem bijvoorbeeld een sprinkhaanachtig reuzeninsect liggen op zijn rug en uit zijn onderlijf ontspruiten een vijftal groene stengels met daarop een rood bolletje. Dit is de vrucht van de schimmel (fungi) die dit insect had opgegeten. Net science fiction. Maar sommige mieren en termieten zouden ook bepaalde schimmels culriveren.  

Sommige schimmels zijn voor de mensheid van grote betekenis, omdat ze enerzijds voor talrijke plant-, dier en mensziektes verantwoordelijk zijn. Anderzijds hebben ze ook een belangrijke rol bij de bereiding van levensmiddelen als kaas, brood, bier en wijn en zijn ze ook in de medicijnen, zoals het antibioticum penicilline dat een omwenteling heeft veroorzaakt in de bestrijding van bacteriële infectieziekten, van niet te onderschatten waarde.

Tot zover wat ‘bacteriën in petrischaaltjes’ en ‘schimmels’ betreft. Als aanvulling hierop wil ik nog twee passages aanhalen: een uit het boek ‘Zelfzuchtige genen’ van de bekende hoogleraar Richard Dawkins en de reactie daarop van fysioloog en systeembioloog Denis Noble. De eerste passage kun je zien als involutie en de tweede als evolutie.  

Dawkins: “Genen krioelen in enorme kolonies, veilig binnen reusachtige, log voorthotsende robots, afgezegeld van de buitenwereld, ermee communicerend via kronkelige indirecte routes, de buitenwereld manipulerend door middel van afstandsbediening. Ze bevinden zich in u en mij; zij hebben ons geschapen naar lichaam en geest; en hun behoud is de uiteindelijke reden van ons bestaan.”

Noble: “Genen zitten in enorme kolonies binnen hoogintelligente wezens opgesloten, worden door de buitenwereld gevormd en communiceren daarmee langs de weg van complexe processen, waardoor er blindelings, als door toverslag, functies ontstaan. Ze bevinden zich in u en mij; wij zijn het systeem dat hun code leesbaar maakt; en hun behoud is volledig afhankelijk van de vreugde die wij ervaren wanneer we ons reproduceren. Wij zijn de uiteindelijke reden van hun bestaan.”   

Besluit.

Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan zijn dat in wat hier is naar voren gebracht ‘de processen van involutie en evolutie in de scheppingstraal’ (zie Gurdjieff in ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke’.) herkenbaar zijn. Uit Einstein’s formule E=mc2 kun je aflijden dat materie in feite gestold licht is. Licht kan dus beschouwd worden als het eerste noodzakelijke weefsel dat ons moet voeden. We vinden dit ook terug in Genesis 1 waarin licht op de eerste dag wordt geschapen en in Johannes 1 waarin Jezus als zoon van God het brood des levens is, het licht der wereld en het leven. Materie is dus licht in een bepaalde vorm en deze vorm is als het ware een spiegel waarin het licht zijn eigen potentieel  kan herkennen.

We kunnen ook Job 42: 7-8 in dit licht zien: “Na zijn woorden tot Job richtte Jahwe zich tot Elifaz uit Teman: ‘Zeer ontstemd ben Ik over u en uw beide vrienden, want gij hebt Mij niet zo’n zuiver beeld gegeven als mijn dienaar Job. Haal daarom zeven jonge stieren en zeven rammen, ga daarmee naar mijn dienaar Job, draag een brandoffer op voor uzelf, en mijn dienaar Job zal voor u bidden. Wellicht ben Ik hem terwille; dan zal Ik u niet straffen voor u dwaasheid, ofschoon gij van Mij niet zon’ zuiver beeld hebt gegeven.”.

In de richting van het steeds compacter worden van materiële vormen spreken we van involutie. Bewuste aandacht en ‘ge-zon-de’ nieuwsgierigheid zijn een vorm van licht die ons bewustzijn terug opwaarts voeren naar de krachten die ten oorsprong liggen aan het bestaan. Dat kunnen we zien als evolutie. Involutie en evolutie zijn dus als actie en reactie, twee handen op één buik. De lezer die enigszins vertrouwd is met de leer van Gurdjieff, die zal in alles wat hier is naar voren gebracht ‘de wet van drie’ en ‘de wet van zeven’ herkennen.  

Wat de Big Bang was voor het heelal, dat is de ontwikkeling van een bevruchte eicel voor de mens. De krachten die de ‘oer-singulariteit’ transformeerde in de Big bang is dezelfde kracht die wij vertalen als seksuele lust of liefde en die zich verschuilt achter haar ware aard, namelijk het in stand houden van de verandering van het leven.       

Samen met de informatie van Angelus zouden er voldoende elementen moeten aanwezig zijn om verder uit te werken en nog beter te begrijpen wat Gurdjieff bedoelde met: “In de mens zijn er evoluerende weefsels aanwezig evenals andere delen, die als voedsel dienen voor die weefsels. En, in ieder evoluerende cel zijn er delen die evolueren - en andere delen, die als voedsel dienen voor die evoluerende cellen.”  



Gepost door eagle op maandag 3 februari 2014 4 reactie(s)


Het aardse lijden en de Hemelse zaligheid: een Persoonlijke Odyssee

De ongelooflijke, wonderbaarlijk grillige en onvoorspelbaar mooie variaties in landschap en leven zijn gegrondvest op geweld dat een voortvloeisel schijnt te zijn van het nog onvoorstelbaarder geweld waarmee de kosmos is begonnen en wat wij nu kennen als de Big bang. Deze ‘verschrikkelijke schoonheid’ of ‘schitterende droefenis’, door de hindoes het ‘karmawiel’ genoemd en door de evolutiebioloog Stephen Jay Gould een ‘schitterend ongeluk’, zou de noodzakelijke basis vormen voor ons lijden en de daaruit voortvloeiende bewustwording. Naar mijn gevoel wordt dit gegeven ook door Gurdjieff verwoordt in zijn boek ‘Beëlzebubs verhalen aan zijn kleinzoon’, in het bijzonder in de opening van het hoofdstuk met de titel: ‘De Heilige Planeet Vagevuur’.

Iedereen die zich bewust is van:  1. De verschrikkingen en horrordaden die de mensen elkaar hebben aangedaan in de loop van de geschiedenis en nog steeds doen. 2. De gruwel van eten of gegeten worden in de natuur. 3. Onzichtbare ziektekiemen, natuurrampen en klimaatswijzigingen die veel en veel meer doden hebben geëist dan alle oorlogen bij elkaar. 4. Onvoorstelbare misvormingen en handicaps door fouten in de werking van het DNA en die het leven tot een onvoorstelbare last maken voor sommige mensen en hun ouders, die zal zich op een gegeven moment afvragen of het onmenselijke en gruwelijke gedrag geen wetmatig voortvloeisel is van hoe de natuur zich zelf openbaart in het ons omringende leven en haar levensomgeving en hoe dus deze niets ontziende krachten schuilgaan achter onze instinctieve overlevingsdrang en voortplantingdrift.

Iemand die geschoold is in de leer van Gurdjieff kan in deze menselijke ontsporingen dingen herkennen die het gevolg zijn van een afgestorven ziel en het misbruik van seksuele energie. Het ‘Sekscentrum’ is dan niet meer het neutraliserende principe ten opzichte van het ‘Bewegings- en Instinctcentrum’. Of dit gegeven een troost is, is nog maar de vraag omdat iemand zonder ziel niet aan regels gebonden is en iemand met een geweten wel. De geschiedenis laat overvloedig zien wat de gevolgen hiervan waren en zijn voor mensen die wel een geweten hebben. Dus zal zich ook de vraag opdringen of het niet naïef is om te denken dat de mens deze dans kan ontspringen door kennis, goed gedrag of het hebben van een geweten, want met de regelmaat van een klok worden we eraan herinnert hoe de mens wikt, maar de natuur beschikt zonder onderscheid des persoon, ziel of geen ziel. Zij kent geen verschil tussen goed en kwaad. Zo lijkt het althans vanuit menselijk perspectief. Hoe het is vanuit de natuur zelf, daarin kan de leer van Gurdjieff ons behulpzaam zijn. Voor mezelf kan ik alleen zeggen dat zijn stelsel redelijk en logisch is, maar of het ook de absolute waarheid is, dat weet ik niet. We kunnen in de overtuiging leven dat dit de waarheid is, maar de ervaring leert dat vele theorieën heel goed klinken zolang we ze kunnen beschouwen vanuit onze luie intellectuele zetel in een comfortabele positie. Maar o wee als deze positie in gevaar komt, dan zullen we pijnlijk ondervinden hoeveel onze veronderstelde geleende waarheden werkelijk waard zijn. 

De op en neergaande kosmische pendule van het leven lijkt zich dus niets aan te trekken van de veranderende achtergrond die zij door haar beweging veroorzaakt. Goed en kwaad zijn voor haar gewoon de twee gelijkwaardige maar ogenschijnlijk tegengestelde uitersten waartussen en waardoor ze kan bewegen. Cellen in ons lichaam en onze lichamen zelf worden om de haverklap vervangen op basis van dit soort ritmische herhalingen en dit spel schijnt zich ook in ieder segment van de kosmos af te spelen als bijvoorbeeld de ene ster of sterrenstelsel door een andere ster of sterrenstelsel wordt opgeslokt of vervangen. De bewustwording van dit feit is voor de mens onaanvaardbaar en hij verdringt het uit zijn bewustzijn en schept er een persoonlijkheid en een daaraan verankerde wereld voor in de plaats. Wie kan het hem kwalijk nemen? De prijs voor het vermogen tot individuele kennis lijkt verschrikkelijk hoog te zijn en het resultaat is aan twijfel onderhevig. De prijs voor deze kennis van goed en kwaad heeft ons inderdaad ook bewust gemaakt van onze sterfelijkheid. We kunnen ons afvragen of deze prijs gerechtvaardigd is. Maar misschien is deze vraag al te menselijk en is er gewoon geen keuze.

Als ik alles nog eens overloop wat ik in mijn klachtenrubriek aan – ja, aan wie? – kwijtwil, dan reist er een gevoel op waarin de vraag besloten ligt of datgene dat ik als ‘onvoorstelbaar geweld’ heb getypeerd, ook niet kan gezien worden als een daad van onvoorstelbare liefde. Maar ik geef toe dat ik niet zou weten hoe ik dit paradoxale gevoel moet verwoorden en wat het werkelijk waard is.     

Ik ben enige dagen geleden begonnen met het lezen van een copyrightartikel ‘ De Bergrede in het licht van de Vedanta-leer’, op internet geplaatst door de stichting Ars Floreat. Je zou het geschrift kunnen samenvatten onder de volgende twee passage uit dit boek:

“Door het verwerven van deze opperste liefde wordt de mens volmaakt, onsterfelijk en van vrede vervuld. Hij begeert niets, hij kent geen smart, is niet afgunstig en schept geen genoegen in zintuiglijke voorwerpen, maar wordt overweldigd door de gelukzaligheid van Atman, en verheugt zich daarin.” “Degene die dit enkelvoudige bewustzijn ervaart, treedt het Koninkrijk der hemelen binnen en wordt volmaakt, evenals de Vader in de hemelen volmaakt is.”

Je zou kunnen stellen dat in deze passage de kern van iedere religie of zelfkennis wordt weergeven. Het zou een antwoord moeten zijn op de vraag hoe te ontsnappen aan het lijden dat voortvloeit uit wat ‘identificatie’ wordt genoemd met de scheppingstragedie die dus door de hindoes het ‘karmawiel’ wordt genoemd en door de evolutiebioloog Stephen Jay Gould ‘een schitterende ongeluk’. Siddhartha Gautama en Jezus van Nazareth zijn de beroemdste persoonlijkheden die nog beter gekend zijn onder hun essentiële naam, respectievelijk Boeddha en Christus, die ons de weg hebben gewezen naar verlossing uit dit lijden.

Het klinkt zo mooi en hoe graag zou ik willen dat dit alles zonder meer waar was. Het kan niet worden ontkend dat ieder weldenkend mens tot zijn ontsteltenis zal moeten vaststellen dat, in het leven zoals het zich op aarde ontvouwt, geen eeuwige vrede en geluk is te vinden. Onze welstand en ons leven gaat ten koste van de armoede en het leven van iets of iemand anders. Bij het lezen van het boek  “Van oerknal tot nu: Het complete verhaal van onze geschiedenis.” geschreven door Christopher Lloyd, kan ik niet anders dan vaststellen dat Gurdjieff overschot van gelijk had toen hij zei dat het gedrag van mensen wordt bepaald door kosmische eigenschappen. De natuur dringt maar dwingt niet. “Maar zelfs als we tegen de natuur ingaan, zijn we in overeenstemming met haar” zegt Gurdjieff. Wat uit Christopher Lloyd’s boek eveneens sterk naar voren komt, is de zich herhalende slingerbeweging van goede en slechte perioden in het leven, iets dat ik heb geschetst aan de hand van een pendule. Het kleed of de persoonlijkheid (tijd, plaats en aanschijn) van de geschiedenis verandert, maar het geraamte of de essentie ervan blijft onveranderd.      

Dus rest er ons niets anders dan de mogelijkheid om ons te verbinden met de onzichtbare stilstaande naaf van het karmawiel in plaats van gehypnotiseerd te geraken door de eeuwigdurende beweging van het wiel zelf. Met andere woorden: is het werkelijk mogelijk dat er zo’n stilstaande goddelijke naaf is waaraan de kosmische pendule slingert? Kunnen wij terugkeren naar het aards paradijs?

Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten is er geen absoluut referentiepunt en is iedere beweging dus een relatieve beweging ten opzicht van een andere beweging. Ook ruimte kan niet meer los gezien worden van de materie en haar beweging en kan dus niet meer doorgaan als een absoluut stilstaand referentiepunt of ether.

Vinden we dergelijk onbewegelijk iets dan misschien in onszelf? Hebben de religies gelijk en de wetenschap niet? Of is deze zogenaamde goddelijke kern een doekje voor het bloeden, een uitgelokte drug van een lijdende en zoekende ziel die het leven dragelijk en aanvaardbaar moet maken door er een roes van zogenaamde goddelijke zaligheid over te leggen. De laatste strohalm aangereikt door het overlevingsinstinct aan iemand die het leven niet kan aanvaarden zoals het werkelijk is?

Kan iets dat wordt verondersteld één te zijn en onveranderlijk, eveneens een eeuwig veranderlijke veelheid zijn? Of zoals ik in een commentaar op een eerder nieuwsbericht schreef: “Hoe kan iets dat niet echt is, zich identificeren met wat wel echt is? Met andere woorden: kan een kleed (het soort lichaam als voertuig voor de geest) zich identificeren met de drager (het ‘zelf’)? Logisch gezien kan dat niet. Mijn auto kan zich niet identificeren met mijn ‘zelf’. Maar in dat geval is identificatie een toestand van het ‘zelf’ zelf. Je zou in dat geval kunnen stellen, dat het schizofrene zelf mediteert om van zijn eigen geschapen dualistische val verlost te worden.

Of nog anders gesteld: is het ervaren of ‘zijn’ van wat men noemt ‘Eenheid met God’ werkelijk dat, wat diegene die dit ervaart claimt dat het is? Of is hij of zij het slachtoffer van een allesoverheer-sende zalige roes waaraan hij volledig is onderworpen en waarin hij of zij niet in staat is neutraal te kijken naar wat deze zaligheid of extase werkelijk voorstelt?

Ik schrijf deze woorden niet uit leedvermaak en soms zou ik willen dat ik niet zo’n sceptische geest had en dat ik God kon liefhebben zoals Jezus Christus ons dit voorhoud. Als ik de woorden lees die volgens de evangelisten van Jezus afkomstig zijn, dan wekken deze in mijn hart inderdaad de hoop dat deze eenheid mogelijk is. De woorden ‘Ik ben die ik ben’ of ‘Ik ben die is’ (uit Exodus 3: 14) hebben bijna 14 jaar geleden een mystieke toestand in mij teweeg gebracht waarvan de gevolgen drie dagen aanhielden. Deze woorden beroeren nog steeds heel sterk mijn zonnevlecht, maar wat de werkelijke waarde is van deze ervaren toestand kan ik u niet met absolute zekerheid zeggen. Ontzettend graag zou ik willen antwoorden dat ik toen eenheid met God heb ervaren, maar dan is er een stemmetje dat zegt: is dit niet de laatste reddingsboei waaraan het ego zich heeft vastgeklampt? Wie of wat ben jij dat je deze staat zou ervaren hebben? Welk recht had jij daarop? En dan moet ik in alle eerlijkheid zeggen: geen enkel recht.

Heeft deze ervaring mijn fundamentele angst weggenomen? Neen! Was deze ervaring dan wel wat ze voorgaf te zijn? Ik weet het werkelijk niet! Wel weet ik dat intellectuele kennis deze sluimerende angst moet verdoezelen en dat seksuele fantasieën ontsporingen zijn van zuivere seksuele energie, fantasieën die een roes moeten veroorzaken om deze fundamentele angst van niets te zijn, voor de dood dus en voor onmacht, dragelijk moeten maken. Ik zou mij zo graag overgeven, maar ik kan de gruwelen die mensen elkaar hebben aangedaan en nog aandoen niet los zien van datgene waaraan ik mij moet overgeven. Vader, leidt ons niet in bekoring, weet je wel. Niet identificeren is een veelbelovende strategie, maar kan het meer zijn dan een kunstgreep, meer zijn dan een handige goocheltruc met tijdelijk effect?

Ik weet het werkelijk niet. Ik voel mij zoals Ouspensky beschrijft in ‘Op zoek naar het wonder-baarlijke’ op blz. 269-70: Ouspensky: “Ik ging verder maar vrijwel onmiddellijk besefte ik met absolute zekerheid dat er bepaalde dingen waren die ik nooit zou vertellen.” “Maar wat is het precies dat wij niet begrijpen?” vroeg iemand. “U begrijpt niet wat oprecht zijn betekent” zei Gurdjieff. “U bent zo gewoon te liegen, zowel tegen uzelf als tegen anderen, dat u geen woorden noch gedachten kunt vinden wanneer u de waarheid wil spreken.” “Ouspensky: “Het falen in mijn pogingen om mijn levensgeschiedenis te vertellen en vooral dat ikzelf niet goed mocht te begrijpen wat Gurdjieff verlangde, verergerde mijn slechte gemoedstoestand nog meer. Ik krijg alleen maar het gevoel dat ik niets meer bereik. Ik begrijp u niet meer en u legt nooit meer iets uit zoals u dat in het begin deed.”  

Gurdjieff op blz. 269: “Zoëven sprak ik eenvoudig over iemand in het leven die geen enkel contact met het werk heeft. Zo iemand, speciaal wanneer hij behoort tot de ‘intellectuele’ klasse, bestaat vrijwel uitsluitend uit persoonlijkheid. In de meeste gevallen houdt zijn essentie al op zeer jonge leeftijd op te groeien.”       

Voor mezelf moet ik zeggen, dat het niet kunnen vertellen van mijn levensgeschiedenis voortkomt uit het masker dat ik sinds mijn kinderjaren hebben leren opzetten en dat dit masker er voor mij uit bestaat dat ik uit angst zelf hulpeloos, incapabel en incompetent te zijn, anderen het gevoel geef hulpeloos, incompetent, stom en incapabel te zijn. Dit in te zien en toe te geven is heel pijnlijk en moeilijk. Soms bekruipt mij de gedachte dat ik nooit nog een woord op papier zet en alles vernietig wat ik heb geschreven, want dat ze in zekere zin een vlucht zijn om iets onder ogen te zien dat ik niet wil zien. Zijn dan al mijn intellectuele inspanningen dan volslagen nutteloos en onecht geweest? Zover zou ik niet willen gaan. Er zijn er zeker die deel uitmaken van mijn magnetisch centrum en bij mijn essentie aanleunen, maar het egocentrische karakter van de hoofdtrek van mijn valse persoonlijkheid die diende om een zekere fundamentele angst te maskeren door zich boven de anderen te plaatsen - uiteraard met de beste bedoelingen (zo subtiel is de valse persoonlijkheid wel in het verdoezelen van haar werkelijke reden) - heeft onmiskenbaar dikwijls bepaalde gevoelens doen zwijgen, gevoelens die waarschijnlijk de reden zijn voor het volgen van een cursus zelfkennis. Gevoelens die  ongetwijfeld de subtiele niet met woorden te omschrijven gewaarwording vormen die verbonden zijn met mijn essentie of paard (mijn krachtdier!) dat ooit een schok heeft opgelopen en zich uit angst heeft leren verbergen achter de valse persoonlijkheid. Een positie die het niet graag prijsgeeft en toch ook zou willen doorbreken, omdat iets in haar zich heel vaag een andere toestand herinnert waarin dit soort angst niet aanwezig leek te zijn.

Ja, ik denk dat ik begrijp waarom Ouspensky (en de anderen) niet kon(den) volbrengen wat door Gurdjieff van hem (hen) werd gevraagd. Ik zal moeten toegeven, hoe pijnlijk dit ook is, dat mijn essentie - of alleszins bepaalde belangrijke facetten ervan - door deze angstgevoelens niet ontwikkeld zijn. Het licht schijnt in de duisternis, maar door angst werd het niet meer aangenomen. Ik heb mijn intellect teveel gebruikt om de illusie te scheppen dat ik mij kon aanpassen en veranderen in positieve zin. Dit is iets dat het intellectuele vermogen gemakkelijk afgaat, omdat het zich creatieve voorstellingen kan maken. Maar datgene dat achter mijn angst verborgen zit, is in wezen onveranderd gebleven. En ik gebruik het begrip ‘onveranderd’ hier in voorwaardelijke zin. Want de essentie ‘IS’ en kan dus niet veranderen. We moeten het van de wikkels ontdoen die we er hebben rond gesponnen. En dat is veel en veel moeilijker dan ik graag toegeef, zeker als je weet dat ik al sinds 14 april 1999 wekelijks een cursus in zelfkennis volg. Het inzicht in mezelf dat ik hier neerschrijf, had ik jaren geleden al, maar nooit is het zo diep doorgedrongen in mijn totale wezen als nu. Het is alsof ik uiteindelijk nog steeds met lege handen sta. Mededogen is de positieve kant van dit negatieve gevoel waarvan Angelus zegt dat het positief is, gezien vanuit de wereld van zelfkennis.

Het ego is ontzettend sterk. Het lijkt op een tamme vadsige reus die, als je hem gaat irriteren in al zijn kracht ontwaakt en zich alles toeëigent op een manier die je niet voor een draak van een reus mogelijk houdt. Zijn vermommingen doen de beste acteur verbleken - want, praktisch niemand ziet zijn ego als een nepacteur, maar als dat wat hij denkt te zijn.         



Gepost door eagle op maandag 25 februari 2013 5 reactie(s)
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2019 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht