|
appelen
het was op een dag dat de nacht niet wou vallen,
de schemering kwam maar zij zette niet door;
jij liep door de tuin, zag de appelen vallen
en bleef zonder moeite de duisternis voor.
wat kan het nou zijn dat jij dat niet merkte,
dat de tijd in jouw ogen geen aarzeling had,
dat ik mij tot een twijfelend wachten beperkte
alsof er geen fout in die avondlucht zat.
onderhand zijn wij blij
met de tuin en de bomen
het huis en de stal
en de dingen die komen
de bodem, de grond,
koud onder de voeten
al in het besef
dat het anders zou moeten.
ik wist dat de tijd allang was gekomen,
dat stilstand en teruggang herhalingen zijn
en dat jij met jouw wandeling onder de bomen
een teken wou geven van afscheid en pijn.
en ik zag in je haren, je benen en alle
bewegingen dat je aan `t terugtrekken was
maar ik keek naar de nacht die maar niet wou vallen
de schemer die hangen bleef boven het gras.
henric langeveld,
Commentaar
Reageer
Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten en om een score te kunnen geven kun je hier inloggen.
|