ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

Calvijn Handboek

Herman J. Selderhuis (Red.)

Calvijn Handboek Type: Hardcover
Uitgever: Kok
Gewicht: 1190 gram
Aantal Pagina's: 653
ISBN: 90-435-1436-5
ISBN-13: 978-90-435-1436-1
Categorie: Protestantisme
Richtprijs: € 95

Korte Inhoud


De belangstelling voor Johannes Calvijn groeit gestaag. In de aanloop naar de herdenking van zijn vijfhonderdste geboortejaar in 2009 verschijnt deze prestigieuze bundel met actuele kennis over leven en werk van de kerkhervormer. Alles over leven en werk van Calvijn, de ontvangst en uitwerking van zijn gedachtegoed.

Gebundelde kennis van 52 autoriteiten uit de hele wereld. Van alle theologen die uit de reformatie zijn voortgekomen, is Calvijn een van de belangrijkste. Hij heeft een ongekend groot aantal geschriften nagelaten en zijn commentaren op de Bijbel, zijn brieven en zijn preken hebben wereldwijd hun uitwerking gehad. In deze prestigieuze bundel is door Herman Selderhuis de meest actuele kennis over Calvijn bijeengebracht: over leven, werk en geschriften, receptie en reacties. In ruim zestig bijdragen van Calvijnkenners uit de hele wereld worden de beelden en studies over de kerkhervormer tegen het licht gehouden. De bundel is thematisch van opzet. In het kader van het herdenkingsjaar verschijnt deze uitgave ook in het Duits, Engels en Italiaans.

Uittreksel


Blz. 19: Calvijn: beeld en zelfbeeld

Eind zestiende eeuw meldde een boer aan zijn Lutherse predikant dat hij 's nachts om zijn huis een heks had zien vliegen. Toen hem gevraagd werd de heks te beschrijven, vertelde de boer dat deze verdacht veel op Calvijn leek. Deze geschiedenis zegt ons in twee opzichten iets over het Calvijnbeeld, namelijk dat zijn beeltenis bekend was en dat men niet zo'n best beeld van hem had. Wat zijn beeltenis betreft: ook van Calvijn werden karikaturen getekend, die voor een deel bewaard gebleven zijn. Calvijns fysionomie zoals deze ons bekend is, gaf daar ook wel aanleiding toe, zeker waar het uiterlijk van Calvijn het algemene beeld van de calvinist bevestigt. Beza beschrijft Calvijn als iemand 'van middelmatige hoogte, een zeer bleek gezicht en donkerkijkende ogen die tot aan zijn dood helder bleven'.

Dat andere, negatieve beeld heeft zich de eeuwen door weten te handhaven en leek soms sterker te zijn dan het positieve beeld dat velen van zijn aanhangers hadden. Op een veiling in Londen in de zomer van 2007 werd een nieuw ontdekte brief van Calvijn te koop aangeboden waarin deze over zelfmoord schrijft. De veilingmeester meldde dat Calvijn in deze brief 'ongewoon barmhartig' is. Het beeld is dus dat van de onbarmhartige Calvijn, de man zonder hart, de nietsontziende ketterjager die zijn vijanden opjoeg, maar ook zijn volgelingen opzadelde met een levensstijl waaraan elke vreugde ontbrak. Treffend is dat Calvijn ook niet zo best over zichzelf dacht, zodat beeld en zelfbeeld van Calvijn in bepaalde opzichten overeenkomsten vertonen.

Intolerant

Deze negatieve visie op Calvijn heeft in sommige landen geleid tot een uitsluitend negatieve invulling van het begrip 'calvinistisch' of 'gereformeerd'. Een belangrijke bijdrage aan het negatieve Calvijnbeeld is waarschijnlijk door Calvijn zelf geleverd met zijn aandeel in het proces tegen Michael Servet in 1553. Enerzijds geldt dat Servet in Genève de straf ontving die hij volgens de keizerlijke wetten in elke andere stad in het rijk zou hebben gekregen en dat Rome en reformatie wat deze zaak betreft op één lijn stonden. Anderzijds zou Calvijn juist in de zaak-Servet een houding hebben kunnen aannemen waarin zijn eigen overtuiging zichtbaar was geworden, dat mensen niet met geweld ván bepaalde inzichten overtuigd kunnen worden. De zaak-Servet is dan ook het belangrijkste argument dat doorgaans voor het negatieve imago van Calvijn wordt aangevoerd, ook al omdat men verder over zijn leven en werken weinig weet. Deze traditie begon met het werk van Sebastiaan Castellio (1515-63), die Calvijn inconsequentie verweet omdat hij Servet aan de doodstraf hielp en andere ketters, zoals dopers en katholieken, ongemoeid heeft gelaten, terwijl hij deze toch eigenlijk ook tot de dood had moeten vervolgen. De Duitse kerkhistoricus Heinrich Bornkamm stelde dat Calvijn het dichtst in de buurt komt van de middeleeuwse benadering van het vraagstuk hoe met ketters dient te worden omgegaan. Hij baseerde zich daarvoor uitsluitend op de kwestie-Servet. Hetzelfde deed de Amerikaanse kerkhistoricus Ronald Bainton. Die stelde op grond van de zaak-Servet dat Calvijn zich niet om gewetensvrijheid bekommerde en de protestantse vervolging tot een hoogtepunt voerde.

Als twee invloedrijke voorbeelden van het bevorderen van een negatief Calvijnbeeld kunnen de Britse historicus Lord Acton (1834-1902) en de Zwitserse schrijver Stefan Zweig (1881-1952) genoemd worden. Acton, liberaal en overtuigd rooms-katholiek, was hoogleraar geschiedenis in Cambridge. In zijn History of Freedom and other essays (1907) stelde hij dat vervolging inherent is aan het protestantisme, en met name aan het calvinisme, waarvoor Calvijn als vijand van de tolerantie de theorie heeft aangedragen. Acton beroept zich op een passage van Calvijn waar deze het tegenovergestelde zegt van wat Acton beweert. Toch is de invloed van deze visie in het werk van historici als Ronald Bainton en Jonathan Israel merkbaar. Vooral echter Stefan Zweigs Castellio gegen Calvin (1936) heeft - even wereldwijd als het werd vertaald - een negatief Calvijnbeeld verspreid en bevestigd. Zweig geeft een dusdanige beschrijving van Calvijn dat nagenoeg niemand de overeenkomst met Adolf Hitler kan ontgaan. Maar ook specialisten op het gebied van het reformatieonderzoek hebben Calvijn beschreven als iemand die het aan mensenliefde en goedheid ontbrak en voor wie vriendschap een onbekend begrip was.

Pogingen als die van Ernst Pfisterer (Calvins Wirken in Genf, Neukirchen, 1957) om vanuit de geschriften aan te tonen dat dit Calvijnbeeld onjuist is, zijn weliswaar als gelukt aan te duiden, maar deze werken hebben het bij het bredere publiek bestaande beeld nauwelijks kunnen bijstellen. Anderzijds bleef een eventueel tegenwicht tegen het negatieve beeld uit, omdat het binnen het gereformeerd protestantisme nooit tot een soort van heiligenverering rond Calvijn gekomen is. Calvijns theologie wijst een dergelijke omgang met mensen nadrukkelijk af, net zoals hij het begrip `calvinisme' van de hand wees. De verdere ontwikkelingen in de geschiedenis van kerk en theologie van het gereformeerd protestantisme zorgden er eveneens voor dat de beweging nauwelijks aan de persoon van Calvijn verbonden was. Pas het nader onderzoek van de archieven te Genève en vooral van Calvijns correspondentie hielpen het bestaande beeld bij te stellen en lieten Calvijn zien als een hartelijk mens die niet alleen zelf hoogst gevoelig was, maar ook zorgvuldig met de gevoelens van anderen probeerde om te gaan.

Beza en Bolsec

In feite zijn de twee bepalende Calvijnbeelden, namelijk het overwegend positieve en het vooral negatieve beeld, al vrij kort na Calvijns dood ontstaan en de eeuwen door nauwelijks veranderd. De biografie die Beza nog in het sterfjaar van Calvijn publiceerde, tekent ons Calvijn als de grote reformator en geloofsheld. Met enige moeite zijn er bij Beza ook enkele negatieve kanttekeningen bij Calvijns karakter op te merken. De derde druk van dit werk van Beza in 1575 was voor Hieronymus Bolsec aanleiding zijn La Vie de Calvin (1577) te publiceren waarin hij diens 'leven, zeden, duivelse listen en zijn lichamelijke dood waarmee hij deze wereld onder godslasteringen, vloeken, ergernis, verwensingen en in uiterste wanhoop verlaten heeft' beschreef. Bolsec zegt met zijn werk de dwalingen van de calvinistische sekte aan te willen wijzen om zo velen naar de katholieke kerk terug te kunnen leiden. De structuur die hij toepast is bedoeld om Calvijn als ketter neer te zetten. Dat is ook de reden waarom hij zo veel aandacht geeft aan Calvijns sterven, dat vanwege de verschrikkingen typerend zou zijn voor het sterfbed van een ketter. Maar ook in zijn leven toonde Calvijn al aan ketters te zijn. Zo beschuldigt Bolsec Calvijn er onder andere van een overmatige eter en drinker, echtbreker, hoerenloper, homoseksueel, gierigaard en revolutionair te zijn, die bovendien lijdt aan eerzucht, hoogmoed, halsstarrigheid, wraakzucht en vernieuwingszucht. Daarbij voegt zich nog een aantal theologische afwijkingen. Bolsecs werk kende in de zestiende eeuw een grote verbreiding en werd in het Latijn, Duits, Nederlands en Pools vertaald. Nog in de 19e eeuw verschenen Franstalige edities.

Recensie

door Tsenne Kikke
In de aanloop naar de herdenking van Calvijn's vijfhonderdste geboortejaar heeft in het Nederlands taalgebied vooral het 'Instituut voor Reformatie-onderzoek' van Apeldoorn zich verdienstelijk gemaakt. De directeur van dit instituut, prof.dr. Herman Selderhuis, kerkhistoricus en Calvijnkenner, moet bijna net zo hard gewerkt hebben als Calvijn (die probeerde elke dag een uur extra te werken, dat wil zeggen: zichzelf te dwingen met nog minder (nacht-)rust toe te komen dan waar het lichaam om schreeuwt).

Selderhuis werkt mee aan talloze manifestaties, geeft interviews, houdt lezingen, organiseert tentoonstellingen, schrijft boeken en artikelen in verzamelbundels, et cetera. Het boek met de sobere, oerdegelijke titel: 'Calvijn. Handboek' is van deze publicatiedrift dé wetenschappelijke vrucht. In deze door Selderhuis geredigeerde bundel is ongeveer alles verzameld wat het modern wetenschappelijk onderzoek over deze kerkhervormer heeft opgeleverd in de afgelopen decennia.

Selderhuis heeft hiervoor maar liefst 52 autoriteiten uit de hele wereld kunnen strikken. Ieder mag schrijven over dat stuk van het Calvijn-onderzoek, waarin hij of zij gespecialiseerd is. Naast de naam van Selderhuis zelf, komen wij zo de namen tegen van Karin Maag (directeur Henry Meeter center of Calvin Studies, Michigan) William G. Naphy (auteur van een grondleggende studie over het Genève in Calvijn's tijd), Wilhelm Neuser (em. hoogleraar, Münster), Irena Backus (hoogleraar Reformatiegeschiedenis in Genève), Barbara Pitkin (Stanford univ. California), Wim Janse (VU Amsterdam, Calvijn heeft zijn visie op het Avondmaal verschillende keren grondig bijgesteld in de loop van zijn leven), Robert Kingdon (kenner en uitgever van de notulen van het consistoire van Genève uit Calvijn's tijd), Johannes D. Witvliet (Calvin theological seminary, Grand Rapids), Elsie Anne Mckee (Princeton), en dan heb ik nog maar degenen eruit gehaald, wier namen ik toevallig ken.

Zo worden in ruim 60 artikelen alle facetten van het leven, het werk, de geschriften, de theologische opvattingen, inclusief de receptie en doorwerking ervan belicht. De bundel is thematisch van opzet en verschijnt tegelijk in het Duits, Engels en Italiaans. Onvermijdelijk is de overlap tussen verschillende artikelen, wat ten dele veroorzaakt wordt door de mijns inziens niet geheel geslaagde opzet van het boek.

Als men een rubriek 'Theologische verbanden' opneemt in het biografische gedeelte, dan is een verdubbeling onvermijdelijk als men in de afdeling over het werk van Calvijn 'thema's' hieruit naar voren haalt en deels komt hetzelfde dan nogmaals terug in de afdeling over de doorwerking en receptie van Calvijn. Deze zwakte is eigen aan handboeken, maar is in zekere zin ook een pluspunt, want het is wel elke keer een andere auteur die hetzelfde belicht èn vanuit een totaal andere invalshoek.

De aandachtige lezer kan dan zelf vaststellen dat ook nu nog, hoewel het onderzoek veel wetenschappelijker verloopt dan vroeger - toen was het vaak apologetisch pro- of contra - de opvattingen over wat Calvijn nu precies geleerd heeft over precaire onderwerpen zoals tucht, predestinatie, de verhouding kerk en politieke, nog steeds uit elkaar lopen. En dat lijkt me een goede zaak. Ook na het Calvijnjaar is er nog veel werk aan de winkel.
Adverteren
Zoek&Vind
Meer
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2024 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden | Auteursrecht