|
Hypnose, afgeleid van het Griekse 'hypnos' dat 'slaap' betekent, is een kunstmatig gecreëerde staat van bewustzijn waarin men totaal ontspannen is. Haar wetenschappelijke geschiedenis startte in de 18e eeuw, dankzij Franz Anton Mesmer (1734 – 1815). Eerst werkte hij met het zogenaamde animaal magnetisme, dat hij 'mesmerisme noemde en daarna 'therapeutische magnetisme'.
Een andere term voor hypnose is 'hypnotherapie'. Het was James Braid (1795 – 1860) die met de naam 'hypnose' afkwam.
Naast hypnose, waarbij een hypnotiseur de hypnotische toestand tot stand brengt, kennen we ook de zelfhypnose, waarbij men zichzelf in de hypnotische toestand brengt, ook 'autosuggestie' genoemd. Deze vorm van hypnose kan, bijvoorbeeld, geschieden met of zonder hulp van geluidsdragers, zoals een YouTube-filmpje, een cd, een cassette, enzovoorts.
Voordelen van zelfhypnose:
- Je kan jezelf zo vaak hypnotiseren als je maar wil.
- Een zelfbehandeling duurt maar enkele minuten.
- Het vereist weinig voorbereiding.
- Het kan bijna eender waar, zelfs in rumoerige omstandigheden, zolang men jouw persoonlijke aandacht maar niet opeist.
- Zonder al te veel moeite kan het telkens, waar nodig, bijgesteld worden.
- Dit is een uitstekend middel om jezelf beter te ontdekken en die dingen aan jezelf te wijzigen waarmee je niet tevreden bent.
Nadelen van zelfhypnose:
- Het duurt even voor je het onder de knie hebt.
- Het vergt wat discipline om het aan te leren. Je dient dus degelijk gemotiveerd te zijn.
- Het gaat minder diep dan heterohypnose.
- Men kan zeer gemakkelijk in slaap vallen.
- Slechts een beperkt aantal autosuggestieve technieken kan gebruikt worden.
Toch zijn dit geen onoverkomelijke moeilijkheden en wegen ze geenszins op tegen de voordelen die er kunnen uitgehaald worden.
Structuur van een zelfhypnosesessie:
- Voorbereiding: Je zorgt ervoor dat de omstandigheden goed zijn en je weet wat je inhoudelijk van plan bent.
- Inductie: Je past de inductie toe die het best bij jou past. Zo kun je zelf een hypnose-inductie op geluidsdrager insperken, waarnaar je daarnaar luistert om in hypnose te gaan.
- Verdieping: Na het induceren is het van belang dat je een verdiepingstechniek toepast om de gewenste trancediepte te bereiken om goed met je onderbewustzijn te kunnen werken. De meest gebruikte is het afdalen van een trap, waarbij je de autosuggestie geeft dat je met elke trede dieper in trance of hypnose gaat. Zo kan je bijvoorbeeld 10 treden tellen en langzaam afgaan telkens je uitademt.
- Therapie: De uitvoering van het vooraf voorgenomen plan waarmee je aan je probleem, of klacht wil werken. Je kan dit gedeelte natuurlijk ook gebruiken om eens terdege te ontspannen, of om je naar een diepe verkwikkende slaap te voeren.
- Deductie: Het uit hypnose komen. Indien je wenst in te slapen, hoeft dit natuurlijk niet.
Organisaties gespecialiseerd in zelfhypnose
- Vind nog meer organisaties gespecialiseerd in zelfhypnose op Zoek&Vind.
- Jouw organisatie er nog niet tussen? Voeg ze toe op Zoek&Vind!
Blogposts over zelfhypnose
|