|
Iemand die borstvoeding beoefent is ofwel een lactatiekundige of een lactatiedeskundige.
Het lichaam anticipeert op een toekomstige gebeurtenis. Gedurende de zwangerschap worden er in het lichaam van de moeder hormonen geproduceerd, die de groei van melkklieren in de borst stimuleren. Het is het hormoon prolactine dat na de bevalling zorgt voor de productie van moedermelk, en het hormoon oxytocine dat voor de samentrekking van spiercellen rond de alveolen zorgt, en op deze manier zorgt dat de melk de tepel uit kan stromen. Deze hormonen worden afgescheiden in de hersenen van de moeder wanneer de tepels fysiek gestimuleerd worden door bv. het zuigen van de baby – of, bijvoorbeeld, door het afkolven met behulp van een zogenaamde kolf of afkolfpomp.

Na vijf of zes maanden zwangerschap zijn de borsten voorbereid op de borstvoeding. Doordat de placenta uit het lichaam van de vrouw verdwijnt, wordt de melkproductie mogelijk gemaakt.
De eerste productie heeft de vorm van een dikke, geelachtige vloeistof die ‘colostrum’ of ‘biestmelk’ wordt genoemd. Dit is de eerste melk die de baby te drinken krijgt. Colostrum is zeer rijk aan antistoffen, die de baby gedurende de eerste zes maanden van zijn leven nog niet zelf kan produceren. Het bevat weinig vet en suiker, waardoor het heel licht verteerbaar is.
Na drie á vier dagen gaat het colostrum over in rijpe moedermelk. Dan komt de melkproductie goed op gang, wat de moeder tijdelijk stuwing op kan leveren. Veel aanleggen en eventueel kolven zorgt ervoor dat de productie snel afgestemd wordt op de vraag van de baby.
Samenstelling van moedermelk: per 100 ml. bevat rijpe moedermelk 1,05 gram eiwit, 3,9 gram vet, 18.0 mg natrium, 52.5 mg kalium, 28.0 mg calcium, 14.0 mg fosfor, 3.5 mg magnesium, 42.0 mg chloride, 0.025 mg koper, 0.12 mg zink, 0.03 mg ijzer en 69 kcal.
De vetfractie bestaat voornamelijk uit lange-keten vetzuren, vooral ketens van 16 en 18 koolstofatomen,en bevat - in tegenstelling tot melk van bijvoorbeeld koeien, geiten en paarden - vrijwel geen kortketenige (C4, C6) vetzuren, of vetzuren met een middellange keten (C8, C10, C12).
De samenstelling van moedermelk wisselt echter. Melk die in de ochtend gegeven wordt, is van een andere samenstelling dan de melk die 's nachts gegeven wordt. Tevens verandert de samenstelling van de melk in de maanden dat het kind gevoed wordt. Een kind dat een jaar gevoed wordt, drinkt andere melk dan een baby van 6 weken oud. De samenstelling van de melk is afgestemd op de ontwikkeling van het kind.
Moedermelk bevat daarnaast onder andere:
• Lysozym. Dit heeft een sterke antibacteriële werking en komt in hogere concentraties voor na de zesde maand als de leefwereld van de baby groter wordt door bijvoorbeeld kruipen.
• Lipase, dat de onrijpe alvleesklier compenseert en parasieten doodt.
• Groeifactoren. Deze programmeren het immuunsysteem: bij een goede opbouw heeft het kind er ook op latere leeftijd profijt van. Hij maakt dan bijvoorbeeld meer antistoffen aan bij een vaccinatie.
• Antistoffen
• Epidermale groeifactor dat groei van maag-/darmslijmvlies stimuleert.
• Human-milk-growth-factors, stimuleren de groei van maag-/darmslijmvlies.
• Interferon: tegen virussen.
• Interleukines: bevorderen het ontstekingsproces.
• Tumornecrosefactor (TNF): ook voor het bevorderen van het ontstekingsproces net als interleukines.
• Lactoferrine: absorbeert ijzer (wat voeding is voor schadelijke bacteriën) en zorgt dat het bijna volledig door het bloed van het kind wordt opgenomen.
• Prebiotica (Bifidus-factor): stimuleert de groei van goede bacteriën;
• Nucleotiden: bevorderen groei en rijping van darm- en afweercellen;
• Andere bio-actieve componenten.
Organisaties gespecialiseerd in borstvoeding
- Vind nog meer organisaties gespecialiseerd in borstvoeding op Zoek&Vind.
- Jouw organisatie er nog niet tussen? Voeg ze toe op Zoek&Vind!
Blogposts over borstvoeding
|