Vele respectabele wetenschappers en schrijvers waren de mening toegedaan dat de Aarde vanbinnen hol was. Geruchten over ondergrondse steden doken in 1946 voor de eerste maal op. De persoon die deze geruchten in omloop bracht, was een zekere Richard Shaver; een Amerikaanse schrijver, journalist en wetenschapper. Zijn ongelooflijk verhaal over het feit dat hij met buitenaardse wezen had contact gemaakt werd in het blad 'Amazing Stories Magazine' gepubliceerd. Shaver schreef dat hij verschillende weken onder de grond had doorgebracht met buitenaardse wezens die op demonen leken.
Het sprak de verbeeldingswereld van mensen aan. Honderden reageerden per brief. Ze schreven onder andere, dat ze ook ondergrondse steden hadden bezocht, met de inwoners aldaar hadden gesproken, en oog in oog kwamen te staan met onvoorstelbare uitvindingen op technisch gebied. Tevens konden de ondergrondse wezens het brein van de mensheid, dankzij hun vooraanstaande technologie, beïnvloeden.
Dit verhaal had veel invloed op de wereld van het paranormale. Meer en meer onwaarschijnlijke verhalen deden zich vanaf toen ten ronde.
De Engelse astronoom uit de 17de eeuw, Edmund Halley, de schrijvers Jules Verne en Edgar Allan Poe, en vele andere auteurs schreven in hun werken dat het centrum van onze Aarde een holle bol is. Groepen van wetenschappers waren in de 18de en 19de eeuw bereid expeditietochten naar het centrum van de aarde te wagen.
Ook de wetenschappers van het Derde Rijk waren sterk geïnteresseerd in de ondergrondse wereld. Een geheime expeditie werd in 1942 georganiseerd. De Duitsers hoopten ook om nieuwe radarsystemen onder Moeder Aarde op te stellen teneinde de wereld te kunnen overheersen. Gelukkig maar dat ze nooit in hun opzet zijn geslaagd, nietwaar?
In 1963 vonden de twee mijnwerkers, David Fellin and Henry Throne, in een tunnel een grote deur, die toegang verschafte tot een marmeren trap. Ze hoorden ondergrondse geluiden en waren zo bang, dat ze wegvluchtten. Toen ze later terugkwamen, was de deur verdwenen.
De antropoloog James McKenna onderzocht ooit eens een grot in de Staat van Idaho. Deze grot had al eeuwenlang een slechte naam. McKenna en andere leden van de expeditie hoorden geschreeuw en klagende geluiden en hoe dieper ze de grot binnendrongen, hoe sterker die geluiden werden. De wetenschappers vonden onderweg menselijke geraamten, maar ze moesten hun tocht stopzetten omdat de geur van zwavel ondraaglijk werd.
Geologen van vandaag delen de theorie van een holle aarde niet. Nochtans sluiten sommigen onder hen de mogelijkheid niet uit dat er in het binnenste van onze Aarde talrijke grote lege ruimten zouden kunnen aanwezig zijn.
Door de enorm hoge hitte en het gebrek aan voldoende zuurstof is het voor de mens bijna onmogelijk het binnenste binnenste van onze planeet binnen te dringen. De enkelingen, die nu nog beweren dat de holten in de Aarde door wezens wordt bewoond, spreken over speciale levensvormen die zich aan die hitte en het weinige zuurstof hebben aangepast. De volkeren die daar wonen waren het onderlinge bekvechten van de mensheid zo beu, dat ze besloten ondergronds te gaan wonen, zeggen ze.
"Wat," zeggen sommigen, "indien de vliegende schotels die we zien van onder de grond komen en dus niet afkomstig zijn van andere sterrenstelsels?..." Anderzijds, zeggen de meer nuchter denkenden, zouden we reeds lang de toegangswegen tot die ondergrondse werelden hebben ontdekt.
Op de duur klinkt het niet meer zo ongeloofwaardig dat de ene bewering de andere overbluft, want een groep van wetenschappers hebben daar ondertussen ook weeral een antwoord op gevonden. Zij zijn ervan overtuigd dat er ondergrondse steden bestaan, niet in onze driedimensionale, maar in de vierde dimensie. En, zeggen ze daarbij, van zodra de elektromagnetische velden van de Aarde van tijd tot tijd veranderen, komen de toegangsdeuren tijdelijk bloot te liggen, en 'toevallige' bezoekers kunnen dan de ondergrondse steden en hun bewoners een bezoekje brengen.
Dan zijn er nog de mensen die beweren dat constructies, zoals die in Stonehenge bijvoorbeeld, speciaal gebouwd werden om toegangspoorten naar ondergrondse steden aan te duiden.
In 2005 zijn Japanse onderzoekers, onder leiding van Asahiko Taira van 'The Center for Deep Earth Exploration', met een speurtocht begonnen naar het binnenste van de aarde. Vanaf een kolossaal groot schip van 210 meter lang en 57.500-ton wegend, boren ze tot zeven kilometer diep in de oceaanbodem, drie keer dieper dan ooit tevoren. Het schip draagt de naam 'Chikyu', dat in het Japans 'planeet aarde' betekent. De Japanners hopen ook materiaal op te halen, dat aantoont hoe het leven is ontstaan. Het Japanse project is het eerste dat de aardmantel aan het onderzoeken is, de laag na de kilometers dikke aardkorst. De aardmantel ligt tot ongeveer 2900 kilometer diep vanaf het aardoppervlak.
Wel is deze opdracht niet zonder gevaar. Als men per toeval op een ondergrondse gasbel inboort dan loopt men de kans dat het gas dat ontsnapt naar boven opstijgt en een ontploffing veroorzaakt, met als gevolg dat het schip eveneens explodeert. Maar de geofysici vinden het wel het risico waard.
Nota: Vele afbeeldingen en talrijke artikelen uit 2007 werden achteraf verwijderd, omdat ze verouderd waren en teveel ruimte in beslag namen...