ProfielWie ben ikMijn interessesMijn poëzieBerichtenVriendenBeheer

ldols' blog

REACH belooft minder dierenleed binnen de Europese Unie

Goed nieuws voor de talloze konijnen en muizen! De Europese Unie heeft besloten dat zij niet meer nodig zijn om waspoeders en cosmetica te testen op mogelijke irritatie.

In de Europese Unie worden jaarlijks zo'n 20.000 konijnen en 480.000 muizen 'gebruikt' voor het testen van chemicaliën zodat een correct productlabel de consument kan inlichten over een mogelijk risico op huid- of oogirritatie. Dat is nu verleden tijd dankzij alternatieve en meer betrouwbare methoden om na te gaan of chemicaliën in alledaagse producten wel veilig zijn.

De nieuwe EU-reglementering stipuleert dat het testen op dieren stopgezet moet worden van zodra experts andere opties hebben gevalideerd. Op 28 april jongstleden keurde het wetenschappelijk adviesorgaan van het 'Europese Centrum voor de Validering van Alternatieve Methoden'(ECVAM) vijf nieuwe testmethoden goed, die het gebruik van levende konijnen en muizen overbodig maken. Deze nieuwe technieken zullen toegepast worden op duizenden industriële chemicaliën, die onder de meest recente EU-reglementering geëvalueerd moeten worden.



Een eerste test houdt in dat menselijke huid in een laboratorium gekweekt wordt en getest wordt op irritatie ten gevolge van chemicaliën. Een tweede test gebruikt dierweefsel afkomstig van slachthuizen in plaats van de ogen van levende konijnen (Draize Test* voor oogirritatie) en een derde alternatieve testmethode voor huidallergie betekent dat aan de helft van de muizen (240.000) 'gratie' wordt verleend.

*De Draize Test is een test op dieren ontworpen in 1944 door John H. Draize, en zijn medewerkers, een toxicoloog van de 'Food and Drug Administration' en was aanvankelijk bedoeld om cosmetica te testen.

De procedure houdt in dat, gedurende uren, een teststof in het oog en/ofop de huid van een dier aangebracht wordt. Veertien dagen lang wordt de huid beoordeeld op uitslag of oedeem (waterophoping in onderhuids weefsel), roodheid, zwelling, etter of bloedingen en de ogen op troebelheid of blindheid. Het dier is doorgaans een albino konijn. Volgens de 'National Anti-Vivisection Society' worden de dieren gedood na afloop van de testen. Ze zijn in elk geval omstreden en zijn voor sommigen een voorbeeld van wreedheid tegenover dieren. Bovendien worden ze bestempeld als niet-wetenschappelijk gezien de grote verschillen tussen konijnen- en mensenogen en de subjectieve aard van de visuele beoordeling.



Deze alternatieven zijn het resultaat van 3 jaar onafgebroken inspanning om het testen van cosmetica, geneesmiddelen en chemicaliën op dieren te vervangen, bij te sturen en te beperken. Het testen van ingrediënten in cosmetica op dieren wordt volledig gebannen vanaf 2009. In dit licht dienen we dan ook de REACH-reglementering te zien, die van kracht geworden is op 1 juni 2007.



Wat is REACH nu eigenlijk ?

REACH staat voor 'Registration, Evaluation, Authorization and Restriction of Chemicals'.

Op 29 oktober 2003 keurde de Europese Commissie een voorstel goed, dat een nieuw regelgevend kader voor chemicaliën moest scheppen binnen de EU. Het voorstel, REACH genaamd, verplicht ondernemingen, die meer dan 1 ton van een bepaalde soort chemicaliën per jaar vervaardigen of importeren, deze te registreren in een centrale databank.

REACH legt een grotere verantwoordelijkheid bij de industrie om de risico's, verbonden aan chemicaliën, te beheren en informatie in verband met hun veiligheid te verstrekken doorheen de productieketen.

De eerste lezing in het Europese Parlement nam plaats op 17 november 2005. Op 13 december 2005 volgde de politieke goedkeuring en op 27 juni 2006 nam de Raad haar gemeenschappelijk standpunt in. Daarop volgende een tweede lezing in het Parlement en de uiteindelijke goedkeuring van de REACH-wetgeving eind 2006. Het 'European Chemicals Agency' (ECHA) wordt opgericht om de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van REACH te beheren. Het is gevestigd in Helsinki en moet operationeel zijn 12 maanden nadat de REACH-wetgeving van kracht wordt - op 1 juni 2008, dus.

Van 1 juni 2008 tot en met 31 mei 2018 volgt dan een periode van registratie voor alle geviseerde chemicaliën. Deadlines binnen deze periode verschillen en hangen vooral af van soort en hoeveelheid.

Registratie, door middel van een dossier, is vereist voor chemicaliën, die vervaardigd worden in hoeveelheden > 1 ton. Een CSR (Chemical Safety Report) is vereist voor hoeveelheden > 10 ton. Zo'n rapport dient elk potentieel gevaar op te lijsten, de stof te classificeren en mogelijke blootstellingsscenario's en risicocontrole in kaart te brengen.

Evaluatie van het registratiedossier betekent dat dit wordt gecontroleerd op volledigheid en of het voldoet aan de gestelde eisen. Er wordt tevens nagegaan of bijkomende informatie over de chemicaliën nodig is. In dit stadium worden eveneens de voorgestelde testmethoden beoordeeld teneinde onnodige testen op dieren te verhinderen.

Authorisatie houdt in dat deze chemicaliën eerst en vooral worden worden geïdentificeerd en dat vervolgens een datum wordt vastgesteld vanaf dewelke hun vervaardiging en gebruik het voorwerp zijn van een vergunning. Het betreft hier gevaarlijke stoffen met een zeer ernstig en normalerwijze onomkeerbaar effect op mens en milieu.

Restrictie betekent dat voor bepaalde chemicaliën voorwaarden en zelfs - indien nodig - verbod in het leven kunnen worden geroepen voor hun vervaardiging, het op de markt brengen ervan of hun gebruik indien zij een onaanvaardbaar risico voor gezondheid of milieu blijken.



Hieronder volgen enkele belangrijke deadlines waarmee rekening dient te worden gehouden:

- 1 juni 2007: REACH wordt van kracht.
- 1 december 2008: Pre-registratievenster gesloten.
- 1 januari 2009: ECHA publiceert lijst van vooraf geregistreerde stoffen.
- 1 juni 2009: ECHA publiceert lijst van aanbevolen 'prioriteitsstoffen' voor goedkeuring (ook wel de 'eerste kandidatenlijst' genoemd).
- 1 december 2010: einde van eerste registratieperiode voor de meest gevaarlijke en/of hogere volume geleidelijk ingevoerde stoffen

Waarom hebben we eigenlijk een nieuwe wetgeving ter zake nodig ?

Huidig systeem:

- Er is gebrek aan kennis over vele chemicaliën op de Europese markt.

- De bewijslast ligt bij de autoriteiten : zij moeten bewijzen dat bepaalde chemicaliën onveilig zijn vooraleer beperkingen opgelegd mogen worden. Dit houdt omslachtige en tijdrovende all-riskbeoordelingen in.

- Vanaf 10 kg is één dier nodig voor het testen van de desbetreffende stof. Vanaf 1 ton zijn meerdere testen nodig, dus: meerdere dieren.

- Het is relatief duur om nieuwe chemicaliën op de markt te brengen en dus belemmert het gebruik van bestaande, niet-geteste stoffen (uit kostenoverwegingen) mogelijke vernieuwing.

REACH:

- REACH zal meer informatie verstrekken over de gevaren en risico's van vele chemicaliën.

- De bewijslast ligt bij de industrie. Die moet bewijzen dat de risico's tijdens het gebruik voldoende beheerd kunnen worden voorafgaand aan productie en marketing en tevens passende veiligheidsmaatregelen aanbevelen, die worden toegepast doorheen de productieketen. De overheid kan zich terwijl concentreren op aspecten, die ernstige bezorgdheid wekken.

- Testen op dieren worden, waar mogelijk én goedgekeurd, vervangen door alternatieve testen.

- Het op de markt brengen van nieuwe, veiligere chemicaliën wordt door REACH aangemoedigd door : meer uitzonderingen voor wetenschappelijk onderzoek ; lagere registratiekosten voor nieuwe stoffen ; en de noodzaak om alternatieve stoffen te overwegen bij het aanvragen van een vergunning.

Is er dan tóch hoop?

Misschien worden we uiteindelijk ietsje bewuster wat betreft gezondheid en milieu? Of toch tenminste sommigen onder ons?

Wil je meer, of echt álles weten over REACH, surf dan eens naar hier.



Gepost door ldols op donderdag 19 juli 2007 0 reactie(s)


Staat jouw telefoon droog? Geen brandstof meer? Biologische brandstofcel zet frisdrank om in energie

Een nieuw type brandstofcel produceert kleine hoeveelheden energie uit suiker door gebruik te maken van enzymen, die in het algemeen in alle levende cellen worden aangetroffen. Indien deze technologie voor massaproductie levensvatbaar zou zijn, zullen een paar druppels van jouw lievelingsfrisdrank voldoende zijn om jouw gsm op te laden.

In brandstofcellen wekken chemische reacties elektrische stroom op. Normaliter ruggesteunt het proces zich op edele metalen, zoals platina, die dienst doen als katalysatoren. In levende cellen vervullen enzymen een gelijkaardige functie door suikers af te breken om er elektronen uit te extraheren en energie te produceren.

Toen onderzoekers vroeger enzymen in brandstofcellen gebruikten, hadden ze moeite om ze levendig te houden, zegt Shelley D. Minteer van de St. Louis Universiteit. Daar waar biologische cellen voortdurend nieuwe enzymen produceren, is er in brandstofcellen geen mechanisme aanwezig dat de enzymen vervangt, doordat ze vlug uitgeblust geraken en dus degraderen.

Minteer en Tamara Klotzbach, ook van de St. Louis Universiteit, ontwikkelden onlangs polymeren die zich rond een enzym wikkelen en het in een microscopisch buideltje bewaren. "We passen deze buideltjes aan teneinde het enzym te voorzien van de ideale micro-omgeving," zegt Minteer. De polymeren houden het enzym maandenlang werkzaam in plaats van dagen.

In de nieuwe brandstofcel zitten zeer kleine polymeerzakjes, die met enzymen zijn opgevuld, die op hun beurt ingebed zijn in een membraan waarmee één van de elektroden wordt bekleed. Wanneer glucose van een suikerachtige vloeistof het buideltje binnendringt, zal het enzym het oxideren, opdat elektronen en protonen vrijkomen. De elektronen gaan dwars doorheen het membraan, komen in een draad terecht, reizen daarin verder door naar een andere elektrode, waar ze op zuurstof uit de atmosfeer reageren om water te produceren. Deze elektronenstroom doorheen de draad veroorzaakt een elektrische stroom die energie kan produceren.

"De eliminatie van edele metalen is niet enkel en alleen kostenbesparend, maar enzymen gebruiken, verbreedt ook de waaier van brandstoffen die kunnen worden gebruikt," zegt Paul Kenis, een scheikundig ingenieur van de Universiteit van Illinois.

"Enzymatische brandstofcellen, ontwikkeld door andere onderzoeksteams, maken eerder gebruik van meer conventionele brandstoffen, waaronder ethanol. Het onmiddellijk gebruik maken van suikers als brandstof zou energie-efficiënter zijn, dan het laten gisten van granen, suikerriet of andere gewassen om daarna hun suikers om te zetten in ethanol," zegt Minteer.

Minteers huidige type brandstofcel oxideert de glucose maar gedeeltelijk, en levert dus maar kleine hoeveelheden energie op. "Maar toch...," zegt Kenis, "... het laten werken is al een prestatie van de bovenste plank."

Minteers' team tracht nu andere soorten enzymen in de brandstofcellen in te sluiten om meer energie uit de suikers te verkrijgen.

"Een ander mogelijk voordeel van biologische brandstofcellen - in vergelijking met meer conventionele brandstofcellen, of batterijen - bestaat erin, dat zij een grootschalig producerende energiebron zouden kunnen betekenen, dat volledig biologische afbreekbaar is," zegt Minteer.

In slechts 3 jaar tijd zou deze technologie toegepast kunnen worden in consumptieartikelen, voorspelt hij. Het Amerikaanse Departement van Defensie, dat het onderzoek financiert, heeft eveneens belangstelling in het gebruik van suikers op het slagveld in de vorm van een dicht in elkaar gepakte energiebron.

Conclusie: als Minteers en zijn team in hun labo erin slagen brandstofcellen uit te vinden die op suikers werken, dan zal dat hoogstwaarschijnlijk tot een groot commercieel succes kunnen leiden. In het beginstadium zullen ze er een rekenmachientje mee kunnen laten werken, maar wat de toekomstmogelijkheden ervan kunnen zijn, is nu nog onvoorstelbaar.

Voor de meer ingewijden: Het team bekleedde een elektrode met een geleidende polymeer (plastics zijn onder meer synthetische polymeren), gebaseerd op de kleurstof Azure C, dat als een soort van 'bemiddelaar' optreedt.

Azure C is een blauw-violette fotosensitieve kleurstof, het kost zo'n 700 U$ per gram, en wordt ook 'monomethylthione' genoemd. Over dat polymeer trokken ze een membraan, gemaakt van gemodificeerde chitosan. Chitosan wordt gemaakt uit chitine, dat geproduceerd wordt uit de uitwendige skeletten van krabben en garnalen.

Deze laag van gemodificeerde chitosan verschaft een beschermende omgeving waarin enzymen kunnen worden opgestapeld, totdat men ze nodig heeft om suiker in energie om te zetten, teneinde een elektrisch systeem ermee te bevoorraden. In de wereld van de wetenschap is het algemeen geweten dat door het immobiliseren van enzymen in een micellair polymeer het mogelijk is hogere energiedensiteiten en langere leeftijdsduren voor de bianode, zoals de platina bioanode, in een bio-brandstofcel te creëren. Het hydrofobisch verandert chitosanmembraan wordt hier als een enzymen-immobilisatormembraan aangewend.



De enzymen die hierboven vermeld werden, zijn identiek aan die van ons lichaam en die ons de nodige energie verschaffen. Omdat het hier gaat over natuurlijke enzymen, en niet over hoog ontwikkelde katalysatoren, werken ze met eender welke natuurlijke suikeroplossing. Mensen die op dieet staan, moeten dan wél opnieuw suikerhoudende dranken gaan aankopen - niet om op te drinken, maar om deze technologie dagdagelijks te kunnen gebruiken. Weet ook, dat artificiële suikers, of -zoetmakers, niet door deze enzymen kunnen afgebroken worden. Maar..., als het zover is, dan lees je het wel in deze rubriek.



Gepost door ldols op donderdag 3 mei 2007 0 reactie(s)
Adverteren
Zoek&Vind
Spiritualia
Contact
Copyright © 2008-2012 Spiritualia. Alle rechten voorbehouden. | Privacy Statement | Gedragscode | Algemene Voorwaarden