|
|
|
|
|
|
|
Auteur
eagle
Geplaatst op
donderdag 19 januari 2012 19:31
|
|
|
|
|
|
|
Als ik het artikel ‘Dossier Placebo: Het brein als medicijn’ lees, dat op 19-1-2012 in de rubriek ‘Eclecticus’ is verschenen, is de gedachte die ‘terug’ (dit wordt bij het verder lezen duidelijk) bij dit lezen opkomt dat ik veel dommer zou willen zijn en zo vatbaarder voor suggesties omdat mijn verstand tot nog toe het geloof in placebo in de weg heeft gezeten en ik dus mogelijk positieve effecten van placebo ben mislopen. Dit is natuurlijk ook (enigszins?!) ironisch bedoelt.
Het ‘toeval’ wil dat ik dinsdag (dus twee dagen voor het verschijnen van dit artikel) het boek ‘13 keer onverklaarbaar’ van M. Brooks had aangeschaft. Er werd in dit boek een hoofdstuk gewijd aan ‘Placebo’ en aan ‘Homeopathie’. Dit boek is op alle vlakken een echte aanrader. Voor de eerste keer vernam ik iets over deze controversiële disciplines dat mij er anders deed over denken en inspireerde. Een dag later wijde Labyrint op Nederland 2 zijn aandacht aan Placebo en dit was de aanleiding dat het artikel over placebo op Eclecticus is verschenen. Zelf had ik mij op dinsdag (na het lezen in ’13 keer onverklaarbaar’) al voorgenomen om een blog te schrijven over dit onderwerp.

Alvorens mijn eigen inspiratie aan bod te laten komen, geef ik enkele passages (verkort) uit het vermelde boek weer (in het cursief) die een aanvulling zijn op het artikel in ‘Eclecticus’. De niet gecursiveerde woorden zijn mijn eigen inbreng.
Placebo: Dit begrip is ontstaan in de middeleeuwen door hebzuchtige predikanten die geld vroegen om bij een begrafenis psalm 116 voor te lezen die begint met de woorden: ‘Placebo Domino in regione vivorum’ (Ik zal de Heer behagen in het land van de levenden). Placebo (ik wil behagen) werd zo synoniem voor een soort bedrog waarin men liever de patiënt behaagt dan geneest.
Plato laat in een dialoog de Griekse koning Zamolxis tegen Socrates zeggen dat de scheiding van lichaam en geest de grootste fout was van de artsen in zijn tijd. Volgens Zamolxis was het onmogelijk het lichaam te behandelen zonder de geest te behandelen.
Placebo doet denken aan het onzekerheidsprincipe van W. Heisenberg. Steeds als je iets meet verstoor je het. Of in de context van het onderwerp ‘placebo’: ‘Ieder woord of gebaar kan een invloed uitoefenen op iemands welzijn.’ Het doet ook denken aan de uitspraak als iemand gearresteerd wordt: ‘Alles wat je zegt kan tegen u gebruikt worden’, en waaraan men ook zou moeten toevoegen: ‘... maar ook in uw voordeel gebruikt worden.’
Homeopathie: Het geheugen van water: Homeopathische geneesmiddelen worden zo sterk verdund dat er wetenschappelijk gezien geen enkele molecule van het oorspronkelijk ziekmakende element meer aanwezig is in de oplossing. In geval de oplossing water is, is er dus enkel nog water over. Daarom beweren de voorstanders van homeopathie dat water een herinnering heeft aan het ziekmakende element. Het hoeft geen betoog dat dit voor vele mensen (waaronder mezelf) een moeilijk te verteren bewering is (of was voor mezelf).
Water is een bijzonder element dat volgens Martin Chaplin, hoogleraar en grootste specialist wat betreft het element water, minstens 64 anomalieën bevat. Voor een eiwit is water net zo belangrijk als aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd. Watermoleculen spelen een essentiële rol bij de verwerking van informatie die in het DNA ligt opgeslagen en is de spil bij het verschijnsel leven.
Plato beweerde dat het element water een icosaeder (een regelmatig twintig vlak) was. Duitse wetenschappers troffen deze vorm aan bij een minuscuul druppeltje water ter grootte van een miljoenste millimeter. Water verandert het gemakkelijkst van structuur van alle moleculaire vormen en een en dezelfde hoeveelheid water kan in clusters van 2 tot 280 moleculen voorkomen waardoor ‘hetzelfde’ water verschillende eigenschappen kan hebben.
NB: Onderaan dit artikel onder de naam ‘Water’ geef ik enkele sprekende zinnen weer die in verband staan met het begrip ‘Water’. Ook volgt er een beschrijving van de botanicus, zoöloog, bioloog, antropoloog en etholoog Leyall Watson over het wonder van water.
Epitaxi is een bekend verschijnsel waarbij structurele informatie van het ene materiaal op het andere wordt overgedragen, zonder dat er materiaal wordt uitgewisseld of scheikundige reacties plaatsvinden. Dit wordt toegepast in de halfgeleiderindustrie en vinden we dus terug in onze computers, pacemakers, enz. Mogelijk is bij het proces om homeopathische geneesmiddelen te maken iets gelijkaardigs werkzaam.
Van een katalysator wordt gezegd dat het een chemisch product is dat een scheikundige reactie teweegbrengt in een chemisch mengsel zonder zelf van hoedanigheid te veranderen. Dergelijke processen zijn ook nodig, wil iets kunnen ontsnappen aan voortdurende verandering en waardoor leven zoals wij dit kennen onmogelijk zou zijn.
Wij kunnen iets waarnemen en daarna eventueel reproduceren via het geheugen. Er is hierdoor een verandering in onze geheugenopslag ontstaan, maar niet in het geheugen zelf. Tenslotte zijn we nog dezelfde persoon en toch is er iets verandert. Met andere woorden: het ‘homeopathisch principe’ was al werkzaam in ons voordat iemand er zich een begrip van vormde.
Waar komt het idee om oneindig te verdunnen en schudden van de vloeistof vandaan en waarom is dit nodig als het uiteindelijke effect op chemische werking moet berusten?
Zou het niet kunnen zijn dat schudden wel degelijk iets te maken heeft met chemie, maar dan met chemie waarin de kosmische en psychische eigenschappen van materie niet worden ontkend?
Gurdjieff zegt in dit verband het volgende: “Materie is inderdaad altijd hetzelfde is, maar ‘materialiteit’ is verschillend. De verschillende graden van materialiteit zijn rechtstreeks afhankelijk van de hoedanigheid en de eigenschappen van de energie die zich in een gegeven punt openbaart.”
[NB: Voor de geïnteresseerde lezer: ‘Lees het boek ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke’ en/of wordt leerling van DIMschool vzw.] En schudden of verdunnen, of zelfs maar in de handen houden en dan nog afhankelijk van in welke handen, zijn een vorm van energie, die de materialiteit van materie veranderen. Ik denk hierbij aan de glazen met water die Gurdjieff in zijn handen nam en behandelde, waardoor zijn vrouw, die aan keelkanker leed, in staat was dit water op te drinken. Iets waardoor zij zonder deze behandeling niet in staat was vanwege de pijn die het slikken ervan veroorzaakte. Hij beweerde dat hij door velen beschouwd werd als de enige mens op aarde die in staat was kanker te genezen door magnetiseren.
“Deze zekerheid kan gemakkelijk worden begrepen,’ zei hij, "als ieder zich de moeite wil getroosten grondig kennis te nemen van het hoofdstuk van mijn werken gewijd aan ‘De wet van de trillingen.”
En wie kent niet het instinctieve spontane gebaar om een kind over het hoofd te strelen als het pijn heeft of verdriet? Of het geven van een kusje op de pijnlijke plek, of het betasten met de handen van het hoofd of de plaats waar iets pijn doet? Of het ritmisch instinctief schudden van het lichaam (wat een hond regelmatig doet) bij het koude rillingen? Dit zouden best wel eens instinctieve toepassingen kunnen zijn van een soort van placebo, of homeopathie.
En zo wordt het begrijpelijk waarom placebo en homeopathie zo moeilijk te reproduceren en dus te bewijzen zijn en waarom een en dezelfde stof toch een andere eigenschap kan hebben zonder op zichzelf verandert te zijn. We realiseren ons niet voldoende (ook ik niet!) dat zonder materialiteit (zoals het placebo of homeopathisch effect) en alleen op basis van materie op zich, communicatie (en waarop ook ons immuunsysteem werkt) onmogelijk zou zijn en leven onbestaande.
Placebo is natuurlijk een tweesnijdend zwaard, en omdat iedere kracht vanzelf de tegengestelde kracht oproept, is het niet te verwonderen dat het begrip ‘Nocebo’ ('ik zal schaden') ook de kop opstak. En dit verklaart niet alleen mijn interesse maar ook mijn weerstand tegen placebo en homeopathie omdat ik in een bepaalde relatie ondervonden heb welke negatieve gevolgen dergelijke vormen van suggestie kunnen hebben op iemands welbevinden en denken. Men kan zelfs zijn eigen verantwoordelijkheid ontlopen door zich te verbergen achter vormen van geloof waardoor de schuld van eigen falen bij anderen wordt gelegd. Dit was voor mij een droevige pijnlijk ervaring met iemand die ik liefhad en die voor het overige een zeer intelligente en gevoelige vrouw was.
‘Het woord is machtiger dan het zwaard’, is in feite een gezegde waarin de begrippen ‘placebo’, ‘homeopathie’ en ‘nocebo’ volstrekt van toepassing zijn - want, wat is een woord oneindig dun (ongrijpbaar) vergeleken met een zwaard en toch veel krachtiger dan een zwaard op zich! Het zwaard beweegt eerst nadat een bepaald woord is gevallen en op basis van het woord waarin de drager gelooft. Toch is wetenschappelijk gezien - wat betreft de pure atomaire samenstelling van een persoon in vrede of in oorlog, met zichzelf of met iets of iemand anders - geen enkel verschil vast te stellen.
Ook wordt het begrijpelijk waarom genezing door sjamanen, gebedsgenezers, reiki-methodes, en zo meer toch effect kunnen hebben. Maar laat ons niet vergeten dat er veel ziektes zijn die niet onderhevig zijn aan het placebo effect wat genezing van de oorzaak zelf betreft. Het gezond verstand, voor wat het waard is, is hierdoor nog niet rijp voor de vuilnisbak.
Door het lezen in ’13 keer onverklaarbaar’ besefte ik plots dat er enkele fenomenen zijn - die volgens mij - onverbrekelijk verbonden zijn met de verschijnselen ‘placebo’ en ‘homeopathie’, maar die niet vermeld worden als men het over deze onderwerpen heeft.
Dit zijn: 1. Synesthesie. 2. Het belang van vorm, kleur, cultuur, mimiek, vooronderstellingen, reclame, enzovoorts, bij het beoordelen van onder andere smaak in al zijn facetten, dus ook geestelijke smaak. 3. Het vermogen van mensen om zich zintuiglijke vermogens aan te kweken waarvan men denkt dat ze enkel aan bepaalde dieren toebehoren. 4. Optische of andere zintuiglijke illusies.
Deze vier fenomenen zijn sterk aan elkaar verwant. Voor meer voorbeelden dan ik hier geef, moet de lezer maar bijkomende informatie opzoeken, of bij zichzelf ten rade gaan.
1. Bij synesthesie ervaart de betrokken persoon - bijvoorbeeld - levendige kleurverschijnselen als hij iets hoort. Er zijn geheugenkunstenaars die dit fenomeen gebruiken om niets te vergeten. Dit verschijnsel kan ervoor zorgen dat men bepaalde muziek omwille van de begeleidende intense synesthetische verschijnselen de voorkeur geeft.
2. Iedereen kent het fenomeen dat wijn drinken uit een koffietas anders smaakt dan wijn uit een elegant wijnglas. Idem voor bier of andere dranken. Van mensen die plots kleurenblind worden is geweten dat hun voedsel niet meer smaakt omdat het er in die grijstinten niet meer appetijtelijk uitziet. Een met een biologische blauwe kleur bespoten appel die de smaak niet beïnvloed, zal geen kopers vinden. In al deze voorbeelden is aan de smaak van het product dat geproefd wordt niets verandert! Een insect, dat andere kleuren waarneemt van een bloem dan de mens, zou - als het er toe gemanipuleerd werd om kleuren waar te nemen zoals de mens - zijn voedselbronnen wel eens links kunnen laten liggen en verhongeren.
3. Er zijn blindgeboren mensen, die zich hebben aangeleerd om hun omgeving te ‘zien’ doormiddel van klikken met hun tong tegen hun gehemelte. Dit is een vorm van echolocatie zoals, onder andere, de vleermuis het toepast. Ook kan men iemand leren om elektromagnetische velden waar te nemen [zie voor meer voorbeelden de documentaire van Horizon (BBC) met de naam ‘Is seeing believing?’]. Ook de vermogens van sommige ‘Idiot Savants’ passen in dit plaatje. Blijkbaar bezit de mens als individu en hoogst geëvolueerde vorm uit het dierenrijk mogelijk alle ‘zintuiglijk waarnemingspotentieel’ dat het dier als soort is gegeven, maar blokken wij deze mogelijkheden af onder invloed van omgeving, opvoeding en cultuur.
4. Evolutie houd in dat men uit een oneindig potentieel van trillingen (informatie) die gebruikt die nodig zijn om te overleven. Een volledig bevatten van dit potentieel zou het ontvangapparaat (de zintuigen en hersenen) verbranden. Betekenis geven aan zijn omgeving is essentieel voor iedere levensvorm ook al gebeurt dit instinctief. Als er dus iets plaatsvindt dat op kunstmatige wijze door de mens bewust is gemaakt om te misleiden of er door een uitzonderlijke samenloop van natuurlijke omstandigheden iets ontstaat dat niet direct herkend wordt, zal de instinctieve noodzaak tot herkenning het fenomeen een gekende vorm geven die bij nader inzicht helemaal niet gelijkt op wat werd verondersteld. Enkele primair in het oog springende facetten zijn genoeg om de verbeelding (creatief vermogen) aan het werk te zetten. Zo kun je dus in doodangst verkeren of verleid worden door een volstrekt onschuldig iets dat helemaal niet was wat jou hersenen er van voorstelden.
Uit al deze voorbeelden, en uit wat daarvoor al is geschreven, is het niet moeilijk af te leiden en in te zien waarom placebo en homeopathie met deze fenomenen verwant zijn en waarom het zo moeilijk is deze verschijnselen te reproduceren en zodoende te bewijzen. Ze zijn té individueel en té complex. Ook blijkt uit dit alles dat wat het placebo- en homeopatische effect betreft, deze fenomenen wel eens veel fundamenteler zouden kunnen zijn in het leven dan men denkt.
Het is niet kennis op zich, maar het openstaan voor kennis vanuit het hart, dat de nodige ruimte (liefde) schept om zich over zijn vooroordelen heen te zetten. Dit is het belangrijkste voor mezelf dat ik uit het onderwerp ‘placebo’ en ‘homeopathie’ heb gehaald na het lezen ervan in ’13 keer onverklaarbaar’. Dit zal iemand ook helpen bij de prangende beslissing (die zeker zal volgen als hij zich bewust is van wat in dit artikel over placebo en homeopathie is beschreven) of men nu wel of niet aan iemand moet meedelen of deze ongeneeslijk ziek is.
Oprechte twijfel is de stuwende kracht achter kennis en elkaar begrijpen. Zekerheid leidt tot fanatisme en fundamentalisme en is de doder van het hart. Daarom is liefde ruimte en licht, en is haat bekrompenheid en duisternis.
Water
Dat water, in welke context ook, heel belangrijk is komt ook tot uitdrukking in de volgende zinnen.
Genesis 1: 1-2: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; de duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren.”
Natuurkundigen proberen al een tijdje om het ‘oergas’ opnieuw tot leven te wekken. Daarbij hebben ze een verassende ontdekking gedaan. De oermaterie zou geen gas, maar een vloeistof zijn geweest. Om de oerstof te reïncarneren schieten wetenschappers in deeltjesversnellers goudpartikeltjes tegen elkaar met bijna de snelheid van het licht. De interacties tussen de quarks en de gluonen die uit deze botsing tevoorschijn komen, vertonen veel meer eigenschappen van een vloeistof dan van een gas. (uit: Nuclear Physics 2005)
Johannes 3: 5: “Tenzij iemand geboren wordt uit water en geest, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan.”
Gurdjieff in ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke: “’Ik heb de term ‘een punt van het heelal’ gebruikt. Deze term heeft een zeer bepaalde betekenis. Een ‘punt’ duidt namelijk een bepaalde combinatie van ‘waterstoffen’ aan die op een bepaalde plaats in een bepaalde relatie staan en die een bepaalde functie in een of ander stelsel vervullen. Het begrip ‘punt’ kan niet vervangen worden door het begrip ‘waterstof’ omdat waterstof eenvoudig materie betekent zonder ruimtelijke begrenzing.
De mens bevat evenveel water als de planeet aarde; namelijk 70 procent.
Een bevruchte eicel bestaat voor 95 procent uit water.
Net voor water vloeibaar wordt (tussen –5°C en 0°C) krijgt het een vorm die identiek is met het Chinese karakterteken voor water.
Het wonder van water. (Lyall Watson. 1986)
Volgens de wetten van de fysica moeten stoffen dichter worden (krimpen) naarmate hun temperatuur daalt. Water houdt zich niet verder dan tot 4°C aan het voorgeschreven gedrag. Dan gebeurt er iets vreemds. In plaats van verder te krimpen begint het plotseling uit te zetten, tot het bij 0°C zelfs tien procent in omvang toeneemt. Dat is de reden dat in een koude winternacht rotsen splijten, waterleidingen springen, enzovoorts ... Dit is ook de reden dat er nog steeds leven op aarde is. Als water zich niet zo merkwaardig gedroeg, zou ijs zinken en zouden waterlopen, rivieren en baaien massief worden.
Water kan in tegenstelling tot de ons bekende scheikundige stoffen zowel een base of een zuur vormen zodat het onder bepaalde omstandigheden met zichzelf een reactie kan aangaan. Als water niet zo hyperactief was zou geen enkel essentieel mineraal vanuit de bodem kunnen doordringen in de wortels van een plant of omhoog stromen naar haar uitlopers de bladeren of en de bloemen. We zouden niet in staat zijn ons voedsel te verteren of voedingsstoffen door de bloedbaan te transporteren. En er zou geen absorptie zijn van levende gassen door de vochtige membranen van blad en long.
Gesmolten ijs ziet er misschien helder uit, maar in werkelijkheid bevat het kortstondige reeksen kristallen die zich miljoenen malen per seconde vormen en uiteenvallen. Het is alsof het vloeibare water zich de vorm van het ijs, waaruit het zojuist is voortgekomen, wil herinneren door de formule steeds in zichzelf te herhalen, bereid om elk moment terug te keren. Waarschijnlijk zouden we, als we met een voldoende korte belichtingtijd konden fotograferen zelfs in een glas heet water ijsachtige structuren zien.
Bij de meeste andere stoffen is de hoeveelheid warmte die nodig is om een bepaalde hoeveelheid water één graad in temperatuur te doen stijgen voor elke graad gelijk. Bij water niet. Tussen 35°C en 40°C is water buitengewoon ontspannen en laat het zich het gemakkelijks verwarmen. En dit smalle temperatuurgebied valt ‘toevallig’ samen met de gemiddelde lichaamstemperatuur van de mens en de meeste andere actieve dieren. Dit is niet alleen aangenaam maar zelfs van levensbelang. Het zou de oplossing kunnen zijn voor het raadsel waarom levende wezens zo uitstekend in staat zijn zich op hun omgeving af te stemmen.
Giorgio Piccardi, verbonden aan het instituut voor fysische chemie in Florence, werd altijd geïntrigeerd door de grilligheid van de chemische reacties. Soms doen ze het wel, soms doen ze het niet. Hij vermoedde dat zelfs heel eenvoudige reacties invloeden ondergingen die zich aan elke controle door het laboratorium onttrokken, en begon aan een langdurig experiment om zijn hypothese op de proef te stellen. Tien jaar lang schonk hij driemaal per dag bismutoxychloride (een gangbare colloïde) in gedistilleerd water, en noteerde de tijd die verstreek voordat zich een troebele neerslag vormde. Dat varieerde enorm, maar niet willekeurig. Er waren plotse snelle veranderingen die hij in verband kon brengen met veranderingen in het magnetische veld van de aarde. En er waren invloeden op langere termijn die een nauwe samenhang vertoonden met de vlekken op de zon.
Het begint er op te lijken dat water meer is dan een handig oplosmiddel en een nuttig middel bij de spijsvertering. De flexibiliteit ervan en de gevoeligheid in het gebied rond onze lichaamstemperatuur maken het tot een ideale bemiddelaar. Een contactpunt tussen onszelf en de kosmos. Iets dat bijna een afzonderlijk zintuig is.
De Duitse ingenieur, Thedor Schwenk heeft deze gedachte verder onderzocht en suggereert in zijn creatief boek over vloeiende vormen dat de gevoeligheid van water misschien wel even groot is als die van het menselijke oor. Een lichte bries die over een wateroppervlak blaast, kreukt het onmiddellijk tot heel kleine capillaire golven. Water geraakt nog dieper onder de indruk wanneer er een steen wordt ingegooid, en het geeft die indruk op een ritmische manier door aan zijn gehele massa. De grote ritmen van de getijden zij een reactie op krachten die voortkomen uit het samenspel tussen aarde en kosmos waarvoor het element water, als gevolg van zijn grote ontvankelijkheid, een gevoelig “zintuig” is. Hij ziet de oppervlaktelaag als receptoren, extra gevoelig gemaakt door de aanwezigheid van complexe golfpatronen, waardoor deze tot structuren worden met sommige eigenschappen van levende membranen. Wanneer een inerte hoeveelheid water in beweging wordt gebracht, al is het maar door het in gesloten vaten te schudden, neemt de gevoeligheid ervan toe. De zintuigen ervan openen zich en als gevolg daarvan ondergaat het een fysische verandering.
Om dergelijke veranderingen te kunnen vastleggen prepareerde Schwenk een aantal identieke flessen water en zorgde ervoor dat ze om het kwartier mechanisch geschud werden, kort voor, tijdens en na een volledige zonsverduistering. Toen de zonsverduistering voorbij was legde hij in elke fles een gelijk aantal tarwekorrels die hij zonder verdere inmenging liet ontkiemen. De blaadjes van de planten in het water dat tijdens de zonsverduistering was geschud, groeiden veel trager dan die in het water dat voor of na die gebeurtenis in beweging was gebracht. Schwenk concludeert dat een stroom die voornamelijk over stenen borrelt talloze inwendige oppervlakken en kleine kolkingen vormt, allemaal zintuigen die openstaan voor de kosmos. En dat het water die zo ontvankelijke indrukken doorgeeft aan planten, dieren en mensen. Omdat alle levensprocessen zich afspelen in een waterige omgeving hoeven we voor bewijzen van de kosmische werking op water niet buiten ons lichaam te kijken.
Het is een fascinerende gedachte dat een hoeveelheid water beschouwd zou kunnen worden als een organisme op zich; als een schepsel met een stofwisseling, dat sneller beweegt wanneer het warm is en minder dicht, dat nieuwe voelhorens uitsteekt, dat wanneer het van een koele plek in het bos naar de zonovergoten uitgestrektheid van een zomerwijde stroomt extra zintuigen vrijmaakt.
In 1920 bewees de jonge boswachter Schauwberger dat een houten helling, die wordt natgehouden met koud water, veel beter hout naar beneden laat glijden dan water dat warmer is. Een deel van dit transportsucces was in niet mindere mate te danken aan een andere ontdekking van Schauberger. Tijdens een maanverlichte nacht in het bos had hij een bijna mystieke ervaring ondergaan. Hij stond bij een diep gedeelte van een bergstroom en zag, door het glasheldere water heen, tot zijn verbazing dat de stenen op de bodem zich bewogen. Later vertelde hij: ‘Ik vertrouwde mijn ogen niet meer toen plotseling een brok steen ter grootte van een hoofd zich in een cirkelvormige baan begon te verplaatsen. De steen was eivormig en even later kwam hij aan de oppervlakte waar hij leek te blijven drijven, goed zichtbaar in het licht van de volle maan. Hij werd gevolgd door een tweede en een derde steen, tot bijna alle stenen van die vorm zich aan de oppervlakte bevonden terwijl andere, meer hoekige stenen beneden bleven en niet in beweging kwamen. En het was geen inbeelding. Zijn ‘dansende stenen’ zijn het bewijs van een verschijnsel dat tegenwoordig ‘cirkelvormige of hyperbolische afbuigende beweging’ wordt genoemd, en dat een verbluffend effect heeft op vloeistoffen.
Het laat zich eenvoudig demonstreren. Vul een groot bekerglas met water en laat er een ei in zakken. Maar als het water op de juiste manier wordt omgeroerd, en dat hoeft niet meer dan een zwakke beweging te zijn, komt het ei naar de oppervlakte en blijft daar tot de beweging ophoudt. Het soortelijk gewicht van het ei is nauwelijks groter dan dat van water, en de beweging heeft een effect dat equivalent is met ‘concentratie’ van het water zodat, in elk geval in delen ervan, de dichtheid zo groot wordt dat het, het ei kan dragen. Er is natuurlijk meer beroering nodig om een steen naar de oppervlakte te krijgen, maar in de waterkolk van de juiste vorm, tijdens een koude nacht, met snelstromend water dat al vlakbij zijn grootste dichtheid op 4°C is, is het mogelijk.
De boswachter Schauwberger kwam op het idee dit nachtelijk inzicht toe te passen op het probleem van het verplaatsen van de zware stammen uit de bossen van de Oostenrijkse prins Adolf van Schaumberg-Lippe. Tegen de conventionele opvatting in, dat de kortste en snelste route om via houten goten de gekapte boomstammen naar beneden te laten glijden de rechte lijn was, experimenteerde hij met lange meanderende hellingen die maar weinig water verbruikten - en dat hij op bepaalde plaatsen liet wegvloeien om te vervangen door fris koud water uit de bron - en een grote hoeveelheid kracht opleverden door de kronkelende wervelingen na te bootsen van het water dat hij in de bergstroom had gezien. Dit tot grote minachting van de experts die er schaamteloos hun neus voor ophaalden. ‘Water in natuurlijke toestand laat ons zien hoe het wil stromen’, zei hij. We moeten ons in haar wensen schikken.
Natuurlijk water bevat grofweg één deel van het waterstofisotoop deuterium per 5.000 delen, maar wanneer die verhouding toeneemt, krijgen we 'zwaar water', dat als moderator gebruikt kan worden en dat nucleaire kettingreacties in kernreactoren kan vertragen. En er is polywater, een nieuwe afwijking die het gevolg is van onzuiverheden, waardoor de dichtheid en de viscositeit van het water worden gewijzigd en het zelfs als een spookrijder bergopwaarts stroomt.
Wie wel eens natuurlijk water zo uit de bron heeft geproefd, wéét wat het verschil in kwaliteit is ten opzichte van het stadswater dat keer op keer wordt gebruikt, dat van mond naar laboratorium gaat en van laboratorium naar mond, zonder dat het ooit nog met de aarde in contact komt. Schauberger geloofde ook dat waterleidingbuizen moesten gemaakt worden van natuurlijke materialen, en dat hun vorm moest afgestemd worden op de juiste manier van stromen. ‘Water dat stroomt op zo’n manier dat het een soort dubbele draaiing krijgt sprankelt van energie en kan ziekteverwekkende bacteriën onschadelijk maken’, beweerde hij. Weer zo’n warrig idee - ware het niet dat intussen van steeds meer natuurlijke processen is aangetoond, uiteenlopend van de vorm van een DNA-molecule tot het groeiverloop van spieren en botten, dat ze in wezen een spiraalvorm hebben.
“Zie ook de vorm van sterrenstelsels en de beweging van de hemellichamen in ons zonnestelsel. Eigen cursivering.”.
In de afgelopen tien jaar zijn door de Amerikaan John Wilkes verschillende ‘stroomvormen’ ontwikkeld en op de markt gebracht, die het water in een pulserende beweging in een achtvormige slingering naar beneden voeren, waardoor het een beter effect lijkt te hebben op zowel planten als dieren. In Beieren hebben sommige boeren in de hooggelegen bossen van Mühlviertel een betere opbrengst aan aardappels en haver dan hun buren. De succesvollere boeren beoefenen allemaal een oude rite die 'Tonsingen' wordt genoemd, toonzingen. In de groeitijd roeren ze dagelijks tegen het vallen van de avond, met een houten lepel wat klei in een emmer water tot alles goed gemengd is. En terwijl ze roeren reciteren of zingen ze recht in de emmer, waarbij ze hun stemmen langs een wijd bereik aan toonhoogten laten glijden – in een stijgende sequens wanneer ze tegen de klok in roeren, en dalend wanneer ze met de klok mee roeren. De volgende ochtend vroeg neemt de boer het waterige mengsel en sprenkelt het met een palmblad over het gewas, net als een priester tijdens de misdienst over zijn gelovigen. Bijgelovige onzin? Misschien. Maar deze kleizangers hebben een opbrengst die dertig procent hoger ligt dan die van hun minder muzikale vrienden, die nochtans dezelfde kwaliteit van zaden gebruiken en dezelfde kwaliteit van voedingsboden hebben.
Een vergelijkbaar effect deed zich voor bij een reeks proeven door de psychiatrische afdeling van de McGill University in Montreal. In elk van de vierentwintig potten aarde werden vierentwintig gerstekorrels gestopt, die vervolgens opzettelijk werden beschadigd door ze eerst te drenken in een zoutoplossing en vervolgens de aarde in een oven te drogen. Twaalf potten, die willekeurig en met een dubbelblindproef waren gekozen, werden behandeld met gewoon kraanwater. De andere helft kreeg hetzelfde kraanwater, maar pas nadat een Hongaars medium, dat beweerde over genezende krachten te beschikken, het vijftien minuten lang in een verzegelde fles in zijn handen had gehouden.
Het was overduidelijk dat hij iets met het water deed, want de door hem geholpen gerst had een hoger ontkiemingpercentages, groeide hoger op en woog meer dan de andere gerst, waarbij de statistische kans dat deze verschillen op rekening van het toeval moesten worden geschreven één op duizend was.
We zijn op de hoogte van de moleculaire integriteit van water, en beginnen te begrijpen hoe het hieraan een trekvastheid ontleent die even groot is als van veel metalen. Een heel dunne draad van het zuiverst mogelijke water is sterk genoeg om zich over een afstand van drie kilometer door de lucht te verplaatsen, waarbij het een ononderbroken kolom vormt met een lengte die gelijk is aan de gemiddelde diepte van de oceaan. En in combinatie met deze sterkte is er een al even verbluffende gevoeligheid.
In de meeste natuurlijke systemen, zoals die in de omgeving van een winters meer of ven, komt water gewoonlijk in de drie aggregatietoestanden tegelijk voor - vast, vloeibaar en gasvormig. Het houdt met alles rekening, het gaat van de ene in de andere over met het fluctueren van de energie en reageert op zelfs de geringste veranderingen in de omgeving. Misschien ook registreert het ze, en slaat de patronen op voor toekomstig gebruik, zoals het zich herinnert hoe het ijs moet zijn en al stromend de geheime formule voor zich uitmurmelt.
Het kan nog wel enige tijd duren voordat we in staat zijn de code waarin die informatie wordt bewaard, bewust op te lossen. Maar we zijn zelf zo vloeibaar dat we waarschijnlijk de kern van de boodschap al oppakken, in elk geval onbewust. Het is iets om stil bij te staan.
Watermoleculen zijn opslagplaatsen van een buitengewone energie. Een liter water is genoeg om een normale gloeilamp van zestig watt ongeveer honderd uur te laten branden. Het is het cumulatieve effect van miljoenen van dergelijke geladen liters in beweging die aan een gewone zomerse onweersbui de energie van dertien atoombommen geeft, en die van orkanen thermische motoren maakt die zichzelf draaiende houden en waarvan de hoeveelheid energie te vergelijken is met een half miljoen bommen van het type dat Hiroshima en Nagasaki vernietigde.
Dergelijke mammoetuitwisselingen van hitte en energie vinden voortdurend plaats, ze voeden de atmosfeer, doen de wind opsteken en verspreiden warmte en bewustzijn over de aardbol. Er is op de aarde meer dan een miljoen maal een miljoen maal een miljoen ton; ongeveer driekwart van onze planeet is ermee bedekt en wordt erdoor veranderd in een zachtblauwe saffier. Maar dergelijke enorme getallen verdoezelen de werkelijkheid. Als we de aarde zouden terugbrengen tot de afmetingen van een globe met een diameter van dertig centimeter, zoals die op school wordt gebruikt, zou de gemiddelde diepte van de zee zelfs geringer zijn dan de dikte van het papier van deze bladzijde. De diepste geul zou een nauwelijks waarneembare groef zijn van minder dan éénderde millimeter, en het oppervlak zou alleen maar vochtig aanvoelen. En toch het is die dunne laag, dit kwetsbare membraan met zijn paradoxale eigenschappen, die ons leven in stand houdt.
Dat is het wonder van water. Het wordt tijd dat we het wat beter leren kennen. We moeten leren kijken naar, zoals John Keats het zegt:
“Het zich voortreppende water met zijn priesterlijke taak.
De mensenkusten van de Aarde rondom schoon te wassen en te zuiveren”.
Relevante berichten
-
Over kwallen, neuronen en Zelfkennis, gebaseerd op de leer van G.I. Gurdjieff
-
Professor Mark van Vugt: "Seksdrift van mannen is grootste oorzaak van oorlog."
-
Vereniging tegen de Kwakzalverij beloont voorzitter SKEPP voor strijd tegen kwakzalverij
-
Over slangen, die ooit misschien uit het Paradijs zijn weggewandeld …
-
Stand van zaken van de homeopathie in België: een synthese van het KCE rapport
-
Placebo, Mesmer, en de uitwerkingen van magneten op het menselijke lichaam
-
DIMschool vzw presenteert: Na 'Zelfkennis' - nu: 'ZelfverKennis'
-
Over Ogen, Spiegels, Ziel, Geest, Vampirisme, Schoonheid, Wenkbrauwen en Plato's Grot
-
De Sensecam komt mensen, die aan amnesie lijden, ter hulp - maar ook mensen die aan Zelfkennis doen
-
Vrouwen promoten biermerken op hun manier
Reageer
Opgelet: momenteel ben je niet ingelogd. Om onder jouw eigen naam te posten kun je hier inloggen.